Een incident?

Toen PSV-Ajax tien minuten oud was schijnt Willem Kieft zich met van verbazing opgetrokken wenkbrauwen tot zijn Oranje-collega Jan Wouters te hebben gewend met de vraag: “Wat is dit voor een wedstrijd?” Een schrijnend voorbeeld van een international, die zo ongeveer van zijn geloof valt als er eens werkelijk open en vrijuit wordt gespeeld - want dat waren hij en zijn collega's niet gewend. Sterker nog: het was en is hun zelfs streng verboden. Als het dan toch een keer gebeurt moet je wel haast tot de overtuiging komen dat de voetballers verder zijn gegaan dan de coaches hadden uitgepiekerd. Een vrijmoedigheid waarvoor het nog altijd massale vaderlandse publiek hun dankbaar zal zijn, want aan de tactische ketting liggen zij al genoeg.

Er moet dan blijkbaar een tot de verbeelding sprekende tegenstander als zondag in Eindhoven aan te pas komen om de sterkste vaderlandse teams zover te krijgen dat de remmen in offensief opzicht worden losgegooid. En de verwonderlijkste bijkomstigheid is dat er geen gele kaarten en zelfs geen blessures aan te pas kwamen. Het kan dus: riskant spelen zonder over de schreef te gaan. Maar waarom komt het dan slechts bij wijze van grote uitzondering voor? Deze krant schreef gisteren dat PSV en Ajax “spotten met de voetbalwetten”, terwijl de Volkskrant meldde dat beide clubs “sterk aan koning klant denken”. Het Parool noemde het duel een topwedstrijd met “reclame voor het voetbal”. De eenstemmigheid was dus groot, maar de vraag is of het om een incident gaat of dat deze fraaie prestatie een vervolg krijgt. Waarom doen topvoetballers die hun vak uitstekend beheersen zo zelden wat het publiek wil? Waarom werd Nederland-Portugal een vertoning waarbij men voortdurend de neiging had de billen dicht te knijpen, terwijl vier dagen later een stuk met deels dezelfde acteurs een grandioos kijkspel werd? Natuurlijk had dat te maken met het feit dat de competitie nog lang is, maar de plaatsing voor Zweden van een of twee wedstrijdresultaten afhangt.

Maar dat is niet het hele antwoord. Ook in de eerste fase van de competitie wordt er vaak negatief, angstig porseleinkastvoetbal vertoond. Van meet af aan plegen complete elftallen eerst aan het behoud van de nul achterin te denken en pas een hele tijd later aan de mogelijkheid zelf tot scoren te komen. Wie de laatste jaren (soms met steeds zwakker wordende stem) erop wees dat de slogan "de aanval is de beste verdediging' in principe nog altijd een kern van waarheid bevat, werd zo niet uitgelachten dan toch met meewarigheid bejegend. Echt op de aanval willen spelen werd, tenzij men tegen Andorra of Liechtenstein aantrad, als een achterhaalde methode beschouwd. Maar op eenintelligente, doordachte manier kan het wel degelijk ook nu nog. Daarom is het zo jammer dat een invloedrijk man in het wereldje van de tactiekbepalers - de Nederlander Aad de Mos - het woord “naïef” in de mond heeft genomen toen men hem naar zijn oordeel over het duel in Eindhoven vroeg. Hij had weliswaar “als voetballiefhebber” zijn vingers afgelikt, maar internationaal kon men zo niet spelen.

Als iedereen er nu eens van uit zou gaan dat het nationaal zowel als internationaal wel degelijk zou kunnen, als men maar zou willen, dan waren we al een stuk verder. Men hoeft niet blind aan te vallen om met verstand en doelbewust zoveel mogelijk voor de aanval te kiezen. Men is niet gegarandeerd verkeerd bezig als men een tijdje achterin één tegen één durft te spelen. Men is daarentegen negatief en spelbedervend in actie als men de moed mist om de aanval te zoeken en 0-0 geen mislukte uitslag vindt. De mentaliteit van de spelers die PSV-Ajax uit de grijsheid van de normale voetbaldag haalden, vraagt om een vervolg. De spiraal omlaag moet via deze sublieme krachtmeting doorbroken worden. Natuurlijk gebeurt dat niet als iedereen tot de orde van de dag overgaat en terugvalt in de teleurstellende sjablonen die doorgaans opgeld doen. Publiek en sponsors (ook die laatsten) zouden de negatievelingen moeten afstraffen. Gewoon door daar weg te blijven.

    • Herman Kuiphof