Weinig belangstelling bedevaart prins Claus

AMSTERDAM, 21 OKT. De verhouding media-deelnemer is één op drie. Dertig journalisten staan zaterdag kleumend te wachten op de ongeveer honderd pelgrims die in de Maria-basiliek van het Duitse bedevaartoord Kevelaer komen bidden voor de gezondheid van prins Claus. Slechts vijftien auto's, negen daarvan gevuld met journalisten, zijn die morgen vertrokken uit Cuyk, verzamelplaats voor de bedevaart.

Het is niet de lange stoet van met kruisbeelden en oranje vaandels getooide auto's die de gewezen banketbakker en paragnost Martin van Bergen in gedachten had. Tweemaal eerder hield hij al een bedevaart voor prins Claus, ditmaal stemt de respons nog droeviger dan in 1982 en 1983. Van Bergen: “Onbegrijpelijk, want na onze tocht naar Roermond in 1983 is de prins toch zienderogend opgeknapt.”

De journalisten maken het beste van hun verloren zaterdagmiddag. Zonder veel enthousiasme registreren ze hoe Van Bergen met de Nederlandse vlag aan een houten kruis de basiliek binnenmarcheert. De veelal bejaarde pelgrims voor prins Claus weigeren giechelend een processie te vormen achter hun bedevaartleider. Enige opwinding ontstaat als een rolstoel de kerk wordt binnengereden en het gerucht zich verspreidt dat de inzittende door emotie bevangen is. De fotografen bestormen het altaar, waarvoor de dame in kwestie geparkeerd is, maar het blijkt vals alarm. Ze wil geen traan plengen, hoe enthousiast de camera's ook klikken.

Na een mis van de 32-jarige pastoor Rozenhard, die op het laatste moment bereid is gevonden de eucharistie-viering te leiden, zingen de honderd aanwezigen tekstvast de eerste twee coupletten van het Wilhelmus. Paragnost Van Bergen, die langs zijn neus weg mededeelt al op zestienjarige leeftijd zijn eerste bloedende rozenkrans boven de weilanden van Cuyk te hebben zien zweven, is ondanks de geringe opkomst toch tevreden.

Terwijl de pelgrims zich over Kevelaer verspreiden, op zoek naar koffie met gebak, een Mariabeeldje van degelijk eikenhout of een gebedskaars met gothische inscriptie, kijkt hij terug op een geslaagd media-event. De pastoor was wat zenuwachtig, hijzelf geen moment: “maar ik ben dan ook al 32 keer op televisie geweest”, stelt hij glunderend vast.