Romario lijdt vooral aan zichzelf

EINDHOVEN, 21 OKT. Berry van Aerle en Romario de Souza Faria, allebei maakten ze gisteren hun rentree bij PSV. Van Aerle na een lijdensweg van blessures, priveleed en opnieuw blessures. Romario na maanden van kwetsuren en ontheemding. Allebei hebben ze aan den lijve ervaren wat pijn is en hoe hun hoofd daarop reageert.

Eerste diagnose na PSV-Ajax? Berry van Aerle herstelt zich. Romario lijdt nog steeds aan zichzelf.

Van Aerle en Romario dragen hetzelfde shirt maar verder hebben ze weinig gemeen. Romario is de balvirtuoos, de man van de geniale bevliegingen, de sluipmoordenaar. Van Aerle is de sjouwer, de onvermoeibare waterdrager, de straatvechter met de eerlijke knuisten.

De pijngrens van de straatvechter ligt vele malen hoger dan die van de sluipmoordenaar. Tot vier keer toe werd Van Aerle sinds vorig jaar aan zijn rechterknie geopereerd. Verbeten vocht hij zich terug. Pijn negeert hij gewoon. Pijn is voor hem alleen maar een aansporing zich te verbijten.

Tot hij werd getroffen door een pijn die hij onmogelijk kon negeren. Geen lichamelijke pijn want die kan hij “heel goed verdragen”. Maar een geestelijke pijn die hem in een klap velde. Waar hij geen enkel verweer tegen had.

Zijn moeder had keelkanker. Hij wist dat ze zou sterven. Maar toen kreeg ook zijn vader last van zijn keel. Nee, hij had geen kanker, hoewel hij daar wel bang voor was. Wat hem wel mankeerde, heeft hij nooit geweten. Zo vreselijk banaal: een visgraatje was in zijn keel blijven steken. Rondom dat graatje had zich een abces gevormd. En plotseling sprong die keelpuist open. Juist toen Berry van Aerle met zijn echtgenote op bezoek was. Zo zag de PSV-er hoe zijn vader bijna stikte, daarna in coma raakte. Enkele weken later was zijn vader dood. Nog eerder dan zijn moeder.

Weken lang was Berry van Aerle niet in staat om te spelen. Hij sleepte zich met moeite naar de training, kon zich niet meer concentreren. In een interview met het Eindhovens Dagblad vertelt hij hoe hij steeds zijn vader weer voor ogen kreeg: zijn vader die bijna stikte en voorgoed het bewustzijn verloor.

Berry van Aerle kan niet vergeten. De pijn is nog lang niet gesleten. Maar de apathie is geweken. Hij kan weer spelen. Sterker nog: hij moet spelen, zegt hij zelf. Om zich “af te reageren”. Om wat er gebeurd is van zich af te kunnen zetten. Om zich niet te verliezen in zijn pijn.

Hoe fysiek is Romario's pijn? Half augustus kreeg hij een trap tegen zijn enkel en hij sukkelt nog steeds met de nasleep. Hoewel de medische staf van PSV al begin september geen kwetsuur meer kon vinden. Maar wat kocht Romario voor die geruststellende woorden? Hij voelde nog pijn. En met pijn kan Romario niet spelen. “Andere jongens kunnen dat wel”, legt hij uit in het clubblad van PSV. “Neem Stan Valckx, Berry van Aerle, Erik Gerets, Gerald Vanenburg.” Maar Romario is nu eenmaal niet in staat met pijn te spelen. Hij verdedigt zich in het clubblad: “Ik geloof niet dat zoiets te maken heeft met kleinzerigheid.”

Misschien is die pijn niet het ergste. Elftalbegeleider Frank Arnesen heeft er al eerder op gewezen dat “gevoelsmens” Romario van blessures altijd bovenmatig triest wordt. Dan voelt hij zich alleen en overbodig. Uitgestoten. Met zijn eindigheid geconfronteerd. Een pijn die voor sommigen ondragelijk is.

    • Dick Wittenberg