Mulligan vergezeld van muziekklerken op geslaagde Jazznight

Concerten: de Heineken Jazznight met o.a. het Gerry Mulligan Quartet, l'Orchestre de Contrebasses, het Bill Frisell trio en Jack DeJohnette's Special Edition. Gehoord: 19-10 Doelen, Rotterdam. Herhalingen: het Gerry Mulligan Quartet (met trombonist Bob Brookmeyer) vanavond op het Rotterdams Conservatorium, Jack De Johnette 24-10 Jazz Mecca Maastricht en 11-11 Theater 140 in Brussel, Bill Frisell 1-11 Beursschouwburg Brussel

Goed gevulde zalen, een zeer geconcentreerd optreden van het trio van Bill Frisell en een verrassend vrolijk concert van het l'Orchestre de Contrebasses uit Frankrijk, de Jazznight in De Doelen was ondanks de steeds groeiende vertragingen in het tijdschema bijna even feestelijk als vorig jaar.

Artistiek het interessantst was het optreden van het trio van gitarist Bill Frisell dat op het North Sea Festival van vorig jaar ook al zo sterk voor de dag kwam. De dit jaar veertig geworden Frisell is een gitaristisch wonder maar geen redeloze freak. De samenwerking met zijn medemusici gaat hem boven alles, van egotripperij is geen seconde sprake. Deze nogal zeldzame combinatie van individuele virtuositeit en oog voor het groepsresultaat verklaart waarschijnlijk dat er van de ruim vijftig platen waarop hij te horen is, maar vijf op zijn eigen naam werden uitgebracht. Op de zesde die daar zojuist aan is toegevoegd, Where in the World (Elektra Nonesuch) staat o.a. Child at Heart, een stuk dat in de Doelen werd gebruikt als feature voor slagwerker Joey Baron.

Het resultaat was een staaltje van het hoogste vernuft: een krachtige stoommachinerie, zich voortbewegend met de souplesse van een TGV. Ook de rest van het gevarieerde repertoire werd gekenmerkt door intelligentie en volwassen speelsheid. Een leider die zich durft onderschikken, een haarzuiver spelende bassist (Kermit Driscoll) en een drummer die kan luisteren, met hoort ze niet dagelijks, zeker niet samen.

Niet in de groep Special Edition bijvoorbeeld waarin zaterdag alles ondergeschikt was aan een enkel doel: de schittering van leider Jack DeJohnette. Dat deze slagwerker zijn vak als instrumentalist uitstekend verstaat is op tal van platen te horen, als leider op een podium lijkt hij echter nog veel te moeten bewijzen. Dictatoriaal en keihard spelend veegde hij de vloer aan met zijn musici die als slaafjes hun sisyfusarbeid mochten verrichten. Dat het publiek in drommen de kleine zaal verliet was dan ook volkomen begrijpelijk; het melodisch gehalte van de stukken was vrijwel nihil, de solo's van de blazers Greg Osby en Gary Thomas waren nauwelijks te horen.

Onderhoudender ging het toe bij het uit Frankrijk afkomstige l'Orchestre de Contrebasses. Met jazz of improvisatie-muziek heeft dit uit zeven prachtige basviolen bestaande ensemble maar weinig uit te staan, maar niettemin viel er veel aardigs te horen en ook te zien. Een in het leer gestoken bassist die voorzien van een motorbril een treffende imitatie van de gemiddelde TT-deelnemer in Assen geeft, zeven bassisten die samen één instrument bespelen, kunst is het misschien niet maar kunstig wel.

Dat Gerry Mulligan niet meer zo speelt als in de jaren vijftig valt hem niet te verwijten, de jaren gaan tellen, zeker met een baritonsaxofoon van bijna tien kilo aan je nek. Maar is er in heel Amerika nu echt geen spannender begeleidingstrio te vinden dan de muzikale klerken waar hij nu op steunt?

Ventieltrombonist Bob Brookmeyer die leunend tegen de zijwand van de Grote Zaal de verrichtingen van zijn compagnon uit de jaren vijftig gadesloeg, was verdwenen toen Mulligan tenslotte zijn toegift Line for Lyons inzette. Naar zijn Rotterdamse onderkomen om een fris arrangementje te schrijven of naar de bar om zich te bezatten om gedane zaken die geen keer meer nemen? Hun voor vandaag geplande ontmoeting op het Rotterdams Conservatorium zal het leren. Als ze zich tenminste niet hebben bedacht. Een oude koe wil soms niet meer uit de sloot, zelfs niet voor geld.

Dat de Jazznight met Ray Barretto's Latin Ensemble pas ruim een uur na de officiële sluitingstijd werd werd besloten, past in de Rotterdamse traditie. Waar Heineken heerst, daar kent men geen tijd.