Magisch realisme als journalistiek

"Superintelligent kind: twee hersens!' "Paard geboren met mensenhoofd!', "Moeder knuffelt haar kind dood!', "Zeldzame afwijking: als ik mijn haar knip gaat het bloeden!', "Man kwam nooit meer terug uit draaideur', "Hemel zit vol, er kan sinds 1988 niemand meer bij, onthult priester'.

Allemaal nieuws dat u in deze krant nooit zult lezen. Sterker nog: nieuws dat de redacteuren van deze en andere kranten bewust voor u achterhouden om paniek onder de bevolking te voorkomen. Want waarom hebt u nog nooit iets gehoord over de buitenaardse wezens die sterren uitdraaien alsof het gloeilampen zijn, over de geheimzinnig krimpziekte waaraan de 43-jarige Rotterdammer Vincent van Doorn lijdt - het zogenaamde Reversed Grow Pattern - en over het al even mysterieuze "alien hand syndroom' waarbij een hand opeens een eigen leven kan gaan leiden en de onfortuinlijke "eigenaar' voor de kop kan slaan en zelfs kan wurgen? Waarom niet? Daarom toch!

De enige uitzondering op deze boycot van het ware nieuws vormt het weekblad De Nieuwe Amsterdammer, sinds enige tijd De Nieuwe geheten. Het blad bestaat een half jaar, de verkoop ligt volgens hoofdredacteur Peter J. Muller rond de 35.000 en vooral op de Belgische markt zijn de vooruitzichten gunstig. Na ruim 25 nummers geniet het blad ook in sommige studentenkringen een toenemende populariteit. En gezegd moet worden: De Nieuwe heeft inderdaad alles in zich om uit te groeien tot een typisch cult-blad.

De magisch-realistische journalistiek die De Nieuwe bedrijft stamt uit de Verenigde Staten, waar bladen als The National Examiner, The Globe en The Sun elke week de supermarktbezoeker opnieuw toeroepen dat Kennedy nog steeds leeft en president Bush van advies dient, dat aan de kust van Joegslavië het fossiel van een zeemeermin is gevonden - compleet met haaietanden en levensgevaarlijke klauwen - en dat Elvis Presley is gereïncarneerd als kakkerlak. Vooral op het Amerikaanse platteland vliegen de bladen weg.

De Nieuwe is wat nuchterder dan haar Amerikaanse zusterbladen. Terwijl daar regelmatig de geschiedenis opduikt van het buitenaardse wezen dat bij een Chinees gezin aan tafel schoof en de jongste zoon veranderde in een pinda - of een variant daarop - zijn er weinig UFO-verhalen in de Nieuwe te vinden. Ook met de nagedachtenis van publieke figuren gaat men voorzichtiger om: een verhaal over de schim van prins Hendrik die nog steeds op zwijnen jaagt in de bossen rondom Het Loo of over de oude Drees die via een medium Wim Kok van advies dient is in de Nieuwe nog steeds niet verschenen.

De Nieuwe is de enige fictiekrant van Nederland en tot nu toe ligt haar kracht vooral in het huiselijke leed: winderige oma's die het museum niet meer in mogen omdat de meesterwerken dreigen te verkleuren, een echtpaar dat kinderen kwijtraakt alsof het ballpoints zijn - een in een supermarkt, de andere op een parkeerplaats, weer een ander bij een verhuizing - , een vrouw bij wie zowel man als kinderen weglopen omdat ze simpelweg "voor niets wil deugen', een man die zo sloom is dat de honden tegen zijn broekspijp pissen. Maar ook in de science-fiction kan het blad soms sterk uit de hoek komen, bijvoorbeeld door de publikatie van het diabolische plan alle Chinezen op een bepaalde dag tegelijk op en neer te laten springen en zo de aarde uit haar baan te brengen.

Nu al keren echter bepaalde thema's te regelmatig terug - bijvoorbeeld verhalen over prothesen -, de politiek commentator Oom "Recht voor z'n Raap' Bob is te melig voor woorden en de vragenrubriek kent slechts één advies: "dumpen die zak'. Maar ook dat hoort bij de Nieuwe. Want de mini-kosmos die de Nieuwe schept is uiteindelijk niets anders dan de wereld zoals duizenden Oom Bobs in Nederland en België die beleven: een bestaan dat voortdurend bedreigd wordt door duistere, onbegrijpelijke krachten van buitenaf, waar "softies' en huisvrouwen die niet oppassen gruwelijk gestraft worden, waar van alles gebeurt zonder dat er enig motief voor is en waar geesten en vreemde dromen het lot bepalen.

Het zijn de mythen en sagen van Almere, Ommoord en de Bijlmer, de stadslegenden van de 21ste eeuw, met dokters die vreselijke ziekten verzwijgen, met Bush, Lubbers en Van den Broek die in het diepste geheim onderhandelen met buitenaardse wezens en met de altijd aanwezige mogelijkheid dat vanavond, tijdens de maaltijd, ook uw jongste zoontje opeens in een pinda verandert.

    • Geert Mak