Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Erotiek op het werk hoeft niet intimiderend te zijn

Door Elsbeth Etty Redacteur NRC Handelsblad

Omdat een meneer in een kantoorgebouw in Washington DC tien jaar geleden gore praatjes zou hebben gehouden tegen een mevrouw die voor hem werkte, is seksuele intimidatie op het werk een 'hot issue'. Is het werkelijk een issue? Of is iedereen die erover schrijft en praat, alleen maar gebiologeerd door de tv-uitzendingen over de benoeming van een opperrechter in de VS? Dat het werkelijk een omvangrijk, door talrijke vrouwen als zodanig ervaren probleem betreft, beseffen mannen ook. Dat blijkt feilloos uit de karikaturen die nu weer eens de ronde doen. De meest gehoorde zijn deze: □Vrouwen geven zelf vaak aanleiding tot seksuele toespelingen. Ze lokken het uit door hun uiterlijk of hun manier van doen en vaak maken ze van hun charmes gebruik om hogerop te komen. Mooie vrouwen hebben het dan ook makkelijker dan hun minder aantrekkelijke seksegenoten. □Vrouwen die niet tegen seksuele grapjes of avances kunnen, zijn blauwkousen en zo overgevoelig of puriteins dat ze niet geschikt zijn voor werk buitenshuis. Tenslotte hebben veel mannen ook last van botte chefs en collega's. □Kantoren en bedrijven zullen saai en troosteloos worden als flirten verboden is, als er geen dubbelzinnige opmerkingen mogen worden gemaakt, als een vriendelijke aanraking taboe is en het vertellen van een sappige roddel over wie het met wie doet, al een soort misdrijf kan zijn. □Mannen en vrouwen zijn seksuele wezens en het is kunstmatig zo niet onmogelijk dat te verloochenen. Het ligt in de aard van

mannen vrouwen uit te proberen en in die\an vrouwen om mannen daartoe uit te dagen. Het is absurd om dat te verbieden. □Wat de ene vrouw als vleiend ervaart, kan een ander als een bedreiging voelen. Voor je het weet zijn kantoren en bedrijven veranderd in politiestaten waar onschuldige mannen het slachtoffer worden van fundamentalistische feministische kruistochtén. Dergelijke simplificaties snijden even weinig hout als de generalisatie dat vrouwen op hun werk vogelvrij zijn, voornamelijk op hun uiterlijk worden beoordeeld en voor hun promotie afhankelijk zijn van hun seksuele aantrekkingskracht of gewilligheid. In werkelijkheid is seksuele intimidatie op het werk vaak veel gecompliceerder en toch weten alle vrouwen die het is overkomen exact wat ermee wordt bedoeld. Ook al was Anita Hill niet overtuigend omdat ze tien jaar haar mond heeft gehouden en ook al betoonde ze zich een puriteinse blauwkous door haar buitenproportionele geschoktheid over een paar scabreuze opmerkingen, toch heeft ze met haar getuigenis een gevoelige snaar geraakt. Bij mij riep de hoorzitting in de Amerikaanse Senaat een herirynering op van nog langer geledefj dan Hills (vermeende) ervaring met Thomas. Toen een collega mij eind jaren zeventig probeerde aan te randen, vertelde ik het aan mijn 'superieuren' omdat ik hen een verklaring schuldig was over mijn ontreddering, maar ik bezwoor hen er 'geen zaak van te maken': de man was getrouwd en had twee schattige dochtertjes. Waarschijnlijk zou ik het er niet

bij hebben laten zitten als de collega in kwestie mijn baas was geweest en had kunnen beslissen over mijn werk of carrière. Op dat punt is de Amerikaanse wetgeving trouwens heel duidelijk. De quid pro guo-definitie van seksuele intimidatie (als je niet met me naar bed gaat, word je niet aangenomen dan wel ontslagen) is onomstreden. Een werkgever die zich daaraan schuldig maakt, is strafbaar en hoeft op weinig publieke steun te rekenen. Anita Hills aanklacht sloeg op een andere vorm van seksuele intimidatie die eveneens verboden is in Amerika: het creëren van een voor vrouwen 'vijandige omgeving'. Deze omschrijving is wèl omstreden omdat zij door de vaagheid ervan grote verwarring schept. Suggestieve opmerkingen, pikante grappen of roddels, complimentjes over het uiterlijk van een vrouwelijke collega, een uitnodiging voor een etentje of het ophangen van sexy foto's in een werkplaats kunnen al leiden tot ontslag en enorme schadeclaims. Ik geloof niet dat er in Nederland iemand voorstander is van zo'n rigide aanpak. Waarschijnlijk werkt zoiets zelfs contraproduktief. Wanneer het aan de orde stellen van seksistisch gedrag dergelijke vergaande consequenties heeft voor een hinderlijke, maar daarom nog niet misdadige en misschien zelfs wel waardevolle collega, ben je eerder geneigd je te verbijten dan de zaak op te lossen door erover te praten.

Het ligt voor de hand dat de meeste verhalen over seksuele intimidatie afkomstig zijn van vrouwen die als eersten toetreden tot voordien typische mannenberoepen zoals de bouw of de metaalindustrie en van vrouwen in functies die lange tijd per definitie ondergeschikt waren aan mannen, zoals secretaresses. Waarschijnlijk hebben vrouwen in 'hogere functies' waarin ze in theorie gelijkwaardig zijn aan hun manlijke collega's, er minder last van. Op hen kan echter de verdenking rusten dat ze hun carrière niet in de eerste plaats aan hun professionele maar aan hun seksuele kwaliteiten te danken hebben. De oorzaak van seksuele intimidatie op het werk ligt volgens mij noch in 'de natuur' van mannen (lang niet alle mannen maken zich eraan schuldig), noch in het gedrag van vrouwen (de meesten bewegen zich niet heupwiegend of anderszins aanstootgevend tussen de bureaus), maar in het machtsverschil tussen mannen en vrouwen en hun verschillende conditionering. Mensen met macht hebben een andere kijk op de wereld dan degenen zonder macht. Dat machtsverschil (in de meeste beroepen zijn vrouwen in de minderheid en zelden hebben ze leidinggevende posities) verklaart dat wat voor mannen misschien slechts een onschuldig spelletje is, voor vrouwen bedreigend kan zijn. Het verschil in mannelijke en vrouwelijke conditionering is ingewikkelder.

Hierover valt vrijwel niet anders dan in stereotypen te spreken. Mannen begrijpen vaak werkelijk niet dat ze een vrouwelijke collega in verlegenheid brengen. Veel meer dan vrouwen is hun geleerd te krijgen wat ze willen. Agressiviteit en directheid is binnen die doelstelling effectiever dan aarzelend of verlegen gedrag. Vrouwen zijn over het algemeen volstrekt anders opgevoed: zij hebben geleerd afwachtend te zijn, er voor te zorgen aardig en aantrekkelijk te worden gevonden en vooral te blijven glimlachen, ook als ze gedwongen zijn iets onaangenaams mee te delen. Daar komt waarschijnlijk het idee vandaan dat veel vrouwen ja bedoelen als ze nee zeggen. Het feit dat vrouwen soms niet duidelijk nee durven zeggen, maakt het definieren van seksuele intimidatie vaak bijna onmogelijk. Een vorm van seksuele intimidatie die nauwelijks te benoemen en vrijwel onbespreekbaar is, wordt bedreven door mannen die zich daar misschien niet eens van bewust zijn. Meestal zijn ze niet geïnteresseerd in de vrouw op wie ze hun avances of dubbelzinnigheden richten, maar voelen ze zich in hun werk door haar bedreigd. Met een vrouw moeten concurreren is beneden hun stand en seksuele intimidatie is in zo'n situatie de manier om iemand haar plaats te wijzen, om haar en iedereen in haar omgeving duidelijk te maken dat ze een seksueel object is en niets meer dan dat. Iedereen die werkt, wil op zijn of haar professionele kwaliteiten worden beoordeeld en het is vernederend jezelf te zien teruggebracht tot je kleur of je sekse of

andere eigenschappen waar je niets aan kunt doen. Als mensen in machtsposities daar rekening mee houden, hoeven kantoren en werkplaatsen niet te veranderen in saaie seksloze gemeenschappen waar mannen op hun woorden moeten passen en vrouwen in grijze soepjurken zich zedig kijkend onzichtbaar maken. Gewaagde grappen, seksuele toespelingen of avances zijn niet per definitie intimiderend, maar de kans dat dit zo is, is groter als het ondergeschikten betreft. Seksueel intimiderend is wat iemand als zodanig ervaart en het is alleen maar op te lossen door er over te praten. Er zijn echter talloze redenen waarom vrouwen aarzelen dat te doen, vooral als de boosdoener een hoger geplaatste is. Ze zijn bang voor moeilijkheden, voor hun baan, hun carrière of voor de sfeer op hun afdeling. En ze zijn bang voor zichzelf: heb ik geen aanleiding gegeven, ben ik niet medeplichtig, breng ik mezelf niet in discrediet? Amerikaanse feministes vergelijken Antita Hill met Rosa Parks, de zwarte vrouw uit Alabama die in de bus weigerde op te staan voor een blanke, waarmee ze zwarten in heel Amerika in beweging bracht en een wereldwijde bewustzijnsverandering veroorzaakte. Hill's optreden heeft wellicht ook wereldwijd effect. Ze heeft de aandacht gevestigd op een probleem dat structureel is en als zodanig alleen kan worden aangepakt door een eerlijker verdeling van macht tussen mannen en vrouwen in het openbare leven. Maar Anita Hill heeft — ongewild en onbedoeld — vooral bewezen dat wie zwijgt toestemt.