Driedelig feuilleton van Lodewijk de Boer; "Ingeblikt' relativeert de grenzen van de waanzin

Voorstelling: Ingeblikt 1 van Lodewijk de Boer door Toneelgroep De Appel. Regie: Lodewijk de Boer; decor: André Joosten; spel: Sacha Bulthuis, Aus Greidanus, Henk Votel, Dirk Zeelenberg, Carline Brouwer. Gezien: 19-10 Appeltheater Den Haag. Nog te zien aldaar t-m 17-11

Publiek en spelers komen via dezelfde deur binnen in een kale, uitgeleefde ruimte: een paar plastic stoelen tegen de muur, een gearceerde halve cirkel op de vloer, een roestige trap, een restant van een muurschildering, een televisiemonitor en de schacht van een dienstlift. Onmiddellijk bekruipt je het onbehaaglijke gevoel dat je via onzichtbaar weggemoffelde apparatuur wordt gadegeslagen door mensen in enge witte jassen die niettemin het beste met je voor hebben. Immers, het door André Joosten ontworpen decor suggereert op realistische wijze dat we ons bevinden op een van de afdelingen van een psychiatrische kliniek: de plaats van handeling van Ingeblikt, het in opdracht van De Appel geschreven drieluik van Lodewijk de Boer.

Net als het twintig jaar eerder verschenen en onlangs door het Ro Theater opnieuw gespeelde vierdelige feuilleton The Family wordt Ingeblikt in een periode van enkele maanden opgevoerd: dezelfde acteurs spelen elk deel een paar weken achtereen alvorens een nieuwe aflevering uit te brengen. Zodoende spreekt een van de hoofdpersonen aan het eind van Ingeblikt 1 de hoop uit dat wij haar kunnen volgen en dat zij zichzelf zal vervolgen.

Niet alleen de opzet van deze triptiek, ook het erin voorkomende geweld doet denken aan The Family, met dit verschil dat het geweld in het laatste geval een uiting is van het onmaatschappelijk gedrag van kraakpandbewoners en in het nieuwe feuilleton een manier is de grens tussen gek en normaal in een gesticht te relativeren. Want als Lodewijk de Boer, die de drie delen zelf regisseert bij De Appel, één ding laat zien in Ingeblikt dan is het dat waanzin een relatief begrip is.

De patiënten, die in de inrichting zijn beland wegens crimineel gedrag dat voortvloeit uit belabberde sociale omstandigheden en moeizame ouder-kind-relaties, zijn in wezen niet eigenaardiger dan de hulpverleners. In alle ernst afficheren de verplegers zich in het kader van een simulatiemodel als "paps" en "mams" en geven ze de patiënten te kennen dat ze met hen een gezinssituatie zullen naspelen. Dubieuzer nog dan dit therapeutische experiment is het optreden van de verplegende staf. Aus Greidanus als "paps" Antonius is een onberekenbare driftige baas die op onverwachte momenten links en rechts stevige klappen uitdeelt. Dat hij bovendien op zijn minst een lichte tic heeft, blijkt uit het feit dat hij wel in driedelig pak loopt maar zonder sokken zijn schoenen draagt.

De meest fascinerende rol, althans in Ingeblikt 1, is die van "mams' Harla, subliem gespeeld door Sacha Bulthuis. Alleen al om haar zou je willen dat er van de voorstelling een video-opname bestond om later nog eens haar superieure vertolking te kunnen terugzien. Bulthuis is scherp en fel en tot het uiterste gespannen, zozeer dat ze zich iedere keer stijf schrikt als de snerpende bel gaat. De rest van de tijd zit ze ineengedoken op een stoel of loopt rond met haar hoofd bijna tussen de schouderbladen; terwijl één ooglid soms dichtvalt trekt ze verzenuwd aan een sigaret en probeert met kritische opmerkingen psychisch orde op zaken te stellen waarbij ze zich af en toe rechtstreeks tot het publiek wendt alsof ze ook ons tot haar "kinderen' rekent.

Hoewel we over de patiënten - met onder anderen Henk Votel in een mooie rol als Spinks - het een en ander te weten komen, is het eerste deel vooral gericht op de therapeuten en dat heeft een toneelstuk opgeleverd dat nieuwsgierig maakt naar de rest. Lodewijk de Boer schrijft morbide maar geestige dialogen die vragen om alert reagerende acteurs. De Boer heeft de spelers van De Appel geregisseerd zonder de gektes van de personages al te nadrukkelijk te etaleren en die ingehouden toon gecombineerd met de uitbundige mise-en-scène is in dit geval uiterst doeltreffend.