De zwarte man die uit het donker kwam

EINDHOVEN, 21 OKT. Hij is de kalmte zelve. Altijd al geweest zegt hij zelf. Dat zal wel nooit meer over gaan.

Die kalmte raakt hij ook niet kwijt als hij praat over de twee goals die hij tegen Ajax maakte. “We hebben vier voorhoedespelers die allemaal kunnen scoren. Toevallig was ik deze keer aan de beurt”, zegt Kalusha Bwalya eenvoudig. En over het derde en beslissende doelpunt van de Eindhovenaren: “Menzo liet de bal los. Ik zette er mijn voet tegen. Eigenlijk gewoon geluk.”

Zijn stoïcijnse houding werkt soms in zijn nadeel, weet hij ook wel. Misschien is het wel aan zijn rustige natuur te wijten dat hij bij PSV zolang op zijn kans heeft moeten wachten. Dat de landskampioen hem aan het eind van vorig seizoen zelfs in de uitverkoop wilde doen. Want in de jungle van het voetbal heersen de grootmonden en de branieschoppers. En Kalusha maakte nooit heibel, hij zocht nooit verontwaardigd de pers op. “Ik ben een speler, geen prater.” Dat maakte hem tot de ideale bankzitter, de eeuwige invaller. Een donkere man die in het donker bleef staan en zich dus nooit kon onderscheiden.

Maar Kalusha is niet alleen kalm, hij is ook onverzettelijk. De international van Zambia die nog een contract voor een jaar heeft bij PSV, weigerde om zich te laten wegmoffelen bij FC Twente. Hij wilde topvoetbal spelen bij een topclub. Hij had het gevoel dat hij moest vechten voor zijn leven.

Ruim twee jaar geleden was hij van Cercle Brugge naar Eindhoven gekomen. “Een verloren jaar” noemt hij zijn eerste seizoen bij PSV. Hij raakte geblesseerd, speelde weinig. Bleef in de schaduw staan.

Met de komst van Bobby Robson leek vorig jaar zijn kans gekomen. Tot de winterstop stond hij regelmatig in de basis. Daarna werd hij weer naar het tweede plan verwezen. Hij begreep het niet. Hij vond het frustrerend. “Het is zo makkelijk iemand af te schrijven, als je je alleen zijn slechte prestaties herinnert.” Maar hij droeg zijn kruis in stilte. Hij voegde zich.

Kalusha zegt dat hij altijd heeft geweten dat zijn tijd zou komen. Ook toen hij aan het begin van het seizoen door PSV tot ongewenste vreemdeling werd bestempeld, net zoals Jozef Chovanec. Ook toen Robson in de de eerste wedstrijden van de competitie de voorkeur gaf aan Peter Hoekstra en hij alleen mocht invallen als het jeugdige talent was uitgeblust. “Ik ben gewoon de betere speler.”

Maar om op jezelf te blijven vertrouwen als je niet mag spelen, is moeilijk, zegt Kalusha. Om anderen te overtuigen van je klasse, is nog veel moeilijker. “Mensen stellen aan een wissel dezelfde eisen als aan een basisspeler. Maar het is oneindig veel moeilijker om te moeten opdraven in de laatste tien minuten dan vanaf het begin op het veld te staan. Het is ook veel ondankbaarder. Vraag het maar aan spelers als Jerry de Jong en Edward Linskens. Je mist het ritme, je mist het wedstrijdgevoel.”

Kalusha merkt het nu hij al weken als vaste keuze voor het eerste elftal geldt. Hij heeft het gevoel alsof hij elke wedstrijd sterker wordt. Alsof hij na gedwongen stilstand opeens een groeispurt doormaakt. “Ik hoop dat het een heel seizoen lang duurt.”

Geen enkele speler kan recht doen gelden op een basisplaats, weet Kalusha. Maar dat gelijkheidsbeginsel lijkt niet voor iedereen te gelden. Dat zit hem dwars. Waarom moest juist hij in de tweede helft plaats maken voor Stan Valckx? Hij die toch voor twee belangrijke goals had gezorgd. Hij die ook verdedigend bijzonder veel werk had opgeknapt. Omdat hij maar Kalusha is? Die stille, gedweeë Zambiaan?

Kalusha Bwalya, de man die uit de schaduw is getreden. Kalm en onverzettelijk. Hij legt zich niet meer neer bij een plaatsje in de duisternis.