Allochtonen

In zijn artikel "Franse minderhedenpolitiek geeft een slecht voorbeeld' (NRC Handelsblad, 9 oktober) noemt M. Rabbae de sociaal-culturele motieven en tradities die ten grondslag liggen aan het gedrag van allochtone ouders die hun kind niet of niet lang genoeg naar school laten gaan. Hij pleit voor correctie van dit gedrag door slagvaardig optreden van de (autochtone, A.B.) leerplichtambtenaren.

In hetzelfde artikel pleit Rabbae dat iemand behorend tot een minderheid “gerespecteerd wordt in zijn afwijkende culturele identiteit”. Hiermee legt hij bij de autochtonen de last van een paradox neer waar hij zelf blijkbaar geen raad mee weet. Verder schetst Rabbae een beeld van allochtonen aan de onderkant van de Nederlandse samenleving, slechte huisvesting, werkloosheid en discriminatie, geringe onderwijsprestaties, enzovoorts. De schuld voor deze situatie legt Rabbae neer bij Nederland of de Nederlanders. Ik zou Rabbae het volgende willen vragen: Wat doen de ouders er zelf aan, met behulp van de kinderbijslag, om hun kinderen op te voeden op een wijze die hun kansen vergroot in deze samenleving? Ieder jaar komen er dertigduizend gezinsherenigers naar Nederland. Wat hebben zij hier te zoeken als het slechts kommer en kwel is, en wie betaalt de inspanningen voor scholing, integratie en acculturatie voor deze steeds nieuwe groepen? Wat doet het Nederlands Centrum Buitenlanders aan vermindering, tot indamming van deze instroom? In een democratisch land vind ik het niet gepast dat een groep van vierhonderdduizend allochtonen beschikt waar grote sommen belastinggeld heengaan die, blijkens Rabbae's treurige schets, voornamelijk door autochtonen worden bijgedragen, namelijk naar economische migranten. Nederland laat geen zéér armoedige economisch-vluchtende Albanezen toe, waarom wel steeds, ongecontroleerd, dertigduizend herenigingen?

    • Mevr.Drs. A.M.M. Boon