Zonder ethiek krijgt rechtszaal wildwest-sfeer

Onlangs vierde het juridisch studentenblad Ars Aequi in de Amsterdamse Beurs van Berlage zijn veertigste verjaardag met een congres over Recht en Moraal. In dat kader traden twee bekende strafpleiters tegen elkaar in het krijt in een debat over de ethiek van de advocatuur. De Amsterdamse advocate mr. G.H.S van Driem bepleitte een nieuwe beroepscode voor advocaten gebaseerd op fatsoensnormen. Haar tegenpleiter, de Haagse cassatieadvocaat mr. G. Spong, trok het bestaan van zulke algemeen geldende normen in twijfel. Van Driem stond eerder de slachtoffers ter zijde van de onlangs door de Hoge Raad wegens ontucht met minderjarige pupillen veroordeelde ex-psychiater Finkensieper. Spong was in cassatie diens verdediger. Hierbij een bewerkte samenvatting van hun redevoeringen.

Spong verdedigt iedereen - ongeacht welk vreselijk delict iemand heeft gepleegd. Zelfs potenrammers, moeder-moordenaars en broeder-verkrachters. Ik treed alleen op voor die zaken waar ik achter kan staan; voor mensen in wier streven naar rechtvaardigheid ik geloof. Zo geven wij, ofschoon we dezelfde advocateneed hebben gezworen, een volstrekt andere invulling aan het recht en aan wat rechtvaardig is.

We hebben ook volstrekt andere drijfveren. Spong: de eeuwige strijd tegen het monstrum de Overheid. Ik: de eeuwige strijd tegen de mannelijke onderdrukking - soms ook in de vorm van de overheid. Voor mij als advocaat zijn ethische normen bijzonder belangrijk. Geen dag gaat voorbij zonder dat ik word geconfronteerd met keuzemogelijkheden. Klopt het verhaal van dat slachtoffer van seksueel geweld of ben ik bezig met een ingenieuze bewijsconstructie voor iemand die gestoord is en het hele verhaal van A tot Z verzonnen heeft? Of: wil ik wel een vrouwelijke kostwinner helpen die thuis de rollen volledig heeft omgedraaid en manlief een gebroken arm heeft geslagen?

Een advocaat die handelt volgens ethische normen heeft het niet gemakkelijk, maar ik slaap daardoor wel erg rustig. Dat zou ik niet doen als ik wist dat ik een verdachte van meervoudige incest uit de voorlopige hechtenis had gepraat, met de kans dat hij vervolgens - omdat hij zo gestoord is als een ui - weer nieuwe slachtoffertjes zou gaan maken.

Ik zou ook niet rustig slapen als ik als advocaat de verdachte het adres geef waar het slachtoffer haar toevlucht heeft genomen, wetend dat mijn cliënt haar zal opzoeken om wraak te nemen. Ik zou evenmin met een gerust geweten twintig getuigen à décharge laten opdraven of onderdelen uit het strafdossier laten verdwijnen om zand in het raderwerk van justitie te strooien, terwijl ik wist dat mijn cliënt schuldig was.

Niet het spel met justitie of met de staat is mijn hobby, maar het overtuigen van de rechters dat ook vrouwen recht hebben op een menswaardig bestaan, op gelijke beloning en behandeling, op respect voor hun lichamelijke integriteit, privacy en ongestoord gezinsleven.

Volgens mij kunnen cliënten in strafzaken ook verdedigd worden met in achtneming van een objectieve ethiek. Advocaten moeten dat doen omdat zij als advocaat representant zijn van het morele deel van het rechtssysteem. Advocaten dienen dus fatsoensnormen in acht te nemen. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat zij respect moeten tonen voor het slachtoffer en ten opzichte van haar zekere veiligheidsnormen in acht moet nemen. Dat betekent dat een advocaat niet onnodig grievend mag zijn tegenover de persoon van het slachtoffer. Haar niet voor hoer moet uitmaken en niet haar psychiatrisch verleden te berde brengen als dat voor de zaak niet relevant is. Onnodig grievend is ook de advocaat die tegen het slachtoffer van zijn cliënt zegt dat zij zich aanstelt omdat haar psychische problemen niet door incest maar door gewone puberteit zijn ontstaan.

Zonder fatsoensnormen heerst er in de rechtszalen een wild-westsfeer omdat menig advocaat denkt zich van alles te kunnen permitteren. En dat gaat meestal ten koste van het slachtoffer, in veel gevallen zijn dat de vrouwen waarvoor ik mij wens in te zetten. Ik zou er daarom voor willen pleiten dat de Orde van Advocaten de regels voor het tuchtrecht van de beroepsgroep, die nu bijzonder vaag zijn gesteld, nadrukkelijker toespitst op dit soort objectieve ethische normen.