Theo Elsing (40) studeerde beeldhouwen aan ...

Theo Elsing (40) studeerde beeldhouwen aan de kunstacademie van Rotterdam, kunstgeschiedenis in Utrecht en restauratiekunde in Delft. Hij werkte in verschillende Rijksmusea en bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, voor hij in 1987 projectdirecteur werd van het bureau van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB). Sinds april 1990 is hij betrokken bij de restauratie van de Hollandse Wijk in Potsdam. Hij is getrouwd met beeldend kunstenares Ina Vlootman en heeft twee kinderen: David (12) en Nina (5).

Donderdag 10 oktober

Ik word met moeite wakker. David gaat om half acht op de fiets naar school in Gouda, drie kwartier fietsen heen en drie kwartier weer terug. Hij rijdt gelukkig samen met nog meer klasgenoten uit Schoonhoven. Hij roept dat er telefoon voor mij uit Duitsland is. Om precies half acht belt Funke, de secretaris van de Oberbürgemeister van Potsdam. Hij heeft logies geregeld voor de voorzitter van de Lighthouse Club, een serviceclub van het Nederlandse bouwbedrijfsleven, in het pension "Zum Garde Uhlan', een geheel nieuw etablissement. De Belgen kennen die Uhlanen nog wel uit 1914. Zij waren gelegerd in Potsdam en hadden, geloof ik, een doodskop op hun muts. Die namen van nieuwe restaurants en zwart-witte stickers met PREUSSEN op een Trabantje maken mij soms onrustig.

Wassen, scheren, aankleden, thee zetten. Een ontbijt wat voor de rest van de dag voldoende moet zijn. Ina helpt David op weg en kleedt Nina aan. Aan mij om Nina naar school te brengen, gezellig kakelend over kastanjes en paddestoelen en een klasgenootje, dat vandaag jarig is. Door naar Utrecht. Mistbanken in de weilanden. De koeien steken er net boven uit. Met het tegenlicht van de zon is het een zilveren landschap. Kieviten in de lucht.

Op kantoor een pot koffie gezet en een tekening voltooid van twee huizen uit de Hollandse Wijk. Op het niveau van de eerste verdieping moet weer een verbinding tussen de twee huizen komen, zodat zij als een geheel, een Nederlands centrum voor cultuur en scholing, kunnen functioneren. Monumentenzorg Potsdam had al principetoestemming gegeven voor de verbouwing van dit geheel zonder dat de bestaande situatie behoorlijk opgemeten was en zonder dat er duidelijke nieuwe tekeningen waren op basis van een programma van eisen. Intussen zijn de afgelopen drie weken ook nog tekeningen gemaakt als voorbeeld van zo'n monumenten-opmeting, voorafgaand aan een restauratie. Daarnaast zijn de eerste plattegronden klaar, die de stadsontwikkeling van Potsdam vanaf 1666 tot 1732 aangeven. Verdere ontwikkelingen, 1732-1990, met daarin de Hollandse Wijk van 1734 tot 1741, volgen nog. Volgend jaar wil men het 250-jarig bestaan van de wijk vieren, maar dit had eind vorig jaar moeten gebeuren, zo weten wij nu. Tot op heden is echter nooit een historisch-ruimtelijke analyse van Potsdam gemaakt. De afgelopen zomer is bij de restauratie van twee gevels ook het proportiesysteem van de Hollandse Wijk herontdekt. Die wijk zit in feite prachtig in elkaar.

Het venijn van deze dag zit in de staart. Ik had gehoopt wat eerder thuis te zijn, maar het uitprinten van een voorstel voor een monumentenlijst voor een gemeente in het midden des lands levert vertraging op. Ben dus later thuis dan verwacht, niet de bedoeling, want Ina heeft haast. Die doet, na haar opleiding tekenen-schilderen-ontwerpen, nu op de Kunstacademie Rotterdam de avondopleiding Binnenhuisarchitectuur. Tijdens het eten krijg ik van David te horen dat ik het Hollands Dagboek moet schrijven. Toch nog onverwacht. Ina exit, kinderen Sesamstraat en Klokhuis, David nog zijn Frans bijgespijkerd. Dan voor hen tanden poetsen en naar bed en voor mij een aardige afwas.

Vrijdag

David is doodmoe en gaat nu maar eens met de bus naar school. De eerste weken brugklas zijn behoorlijk zwaar. Naar Keulen voor een gesprek met een filmploeg van de WDR. Zij willen een film maken over de Hollandse Wijk en de geschiedenis van bouwers en bewoners. Tijdens het inventariseren van de huizen in de wijk praat ik vaak met de nog aanwezige oorspronkelijke bewoners. Het zijn er niet veel meer; sommigen waren al door het oude regiem de wijk uit onteigend, en sindsdien is er met hun huizen niets gebeurd. Bij het opnemen van de nog aanwezige 18de eeuwse trappen, deuren, opkamers, kelders en zolders loop ik door kapot huisraad, kapot speelgoed van tien jaar terug en oude kranten en tijdschriften. Ik begrijp niet dat mensen zich in de DDR konden wassen met koud water en stinkende, goedkope glycerinezeep. Nu is er alles te koop, maar is er geen werk en geen geld.

Ik heb Ina bij het Museum Ludwig afgezet, en rijd door naar mijn afspraak met de planningsredactie en regie. Ze willen dat wij ergens op een steiger staan te werken en daarover in het Nederlands praten. Gelukkig is metselen en voegen (op zijn Nederlands, met een zogenaamde dagstreep, die wij daar ook hebben gevonden) geen probleem. Tevens de geschiedenis van de wijk doorgepraat, en prenten en foto's bekeken. Onherroepelijk komt ook de buitenlanderskwestie aan de orde. In Nederland zijn we misschien niet beter, maar gelukkig wel anders. Zelfs in Potsdam merken we er soms wel iets van.

Zaterdag

Fotograaf Leo van Velzen van de NRC op bezoek. Koffie en foto's. In Potsdam gebruik ik nog steeds een Praktika halfautomaat. Mijn bureau daar is gemeubileerd met spullen uit de Stasi-gevangenis en ik werk met de ordner Vrijlatingen- Overplaatsingen 1968.

Met Nina naar zwemles in Bergambacht. Terwijl zij giechelend kopje onder gaat kan ik even de eerste inkopen voor de Potsdamreis doen. De stad Potsdam komt misschien deze week met een vergoeding voor het verblijf los, maar zeker is dat nog niet. Tot nu toe heeft bevriend bedrijfsleven wat kosten op zich genomen. De verhoudingen met de Potsdammers zijn over het algemeen uitstekend, vooral met de wat pragmatische stadsvernieuwers. Met Monumentenzorg is het over eieren lopen, wetenschap overdragen zoals de proportieverhoudingen van gevels en straten, restauratiemethodes, kleurgebruik in de wijk en daarnaast voortdurend ongecoördineerde verbouwingen in de hand houden.

Na de zwemles verdere inkopen gedaan: bloembollen voor de stadsbestuurders en voor de Potsdamse kennissen in de wijk. 's Avonds gekookt, tv-gezapt en een stuk dagboek geschreven. Het regent. Kennelijk is het nu echt afgelopen met de zomer.

Zondag

Vroeger eruit dan gewoonlijk, ook al was het gisteravond laat. Kan ik nog wat aan het dagboek schrijven. Nu ik tekstverwerker en printer heb moet ik er gebruik van maken. In Potsdam zal het een oude typmachine worden en ik heb er gelukkig een fax gevonden. Koffer gepakt, koffie gedronken en vroeg gegeten. In Gouda moet ik Eloy Koldewey ophalen, specialist voor Nederlands goudleerbehang. Hij wil het goudleerbehang in het Nederlandse paleis Oranienbaum (1684) bij Dessau, waar ik mij zorgen over maak, zien. In Helmond wacht Pieter van Traa, restauratie-architect en bouwhistoricus, die deze week hulp en bijstand in Potsdam verleent. Vertrek nu al zwaar geladen. Nog 700 km te gaan en een zeer moeizaam afscheid.

Maandag

Om zeven uur begint een graafmachine in de Mittelstrasse van de Hollandse Wijk te knarsen en te grommen. Er wordt al drie maanden stadsverwarming aangelegd en de straten zijn een woestenij.

Vanochtend om drie uur de wijk binnengereden in de volle overtuiging de deur te openen, naar boven te gaan en van een hoognodige nachtrust te genieten. Nee dus. De sleutel past niet. Nog twee maal geprobeerd in het stikdonker, want straatverlichting is er niet. Het lukt echt niet. Vanuit een telefooncel de huiseigenaar gebeld, die gelukkig telefoon heeft. De halve stad rondgereden om zijn woonadres te vinden en een nieuwe sleutel te krijgen. De oude was hij kwijtgeraakt en daarom was er een nieuw slot in gezet. Om vier uur in de slaapzak en om zeven uur op. Brood halen, ontbijten en dagplanning maken. Eloy naar het station gebracht en bij de woningstichting de huissleutels opgehaald van de huizen die geïnventariseerd moeten worden.

Het eerste huis van deze dag bekeken en de te behouden bouwonderdelen genoteerd, alsmede de bouwtechnische toestand. Originele trap, opkamer, kelder, deurposten. Voordeur een mooie 19de-eeuwse paneeldeur. De achtergevel is zwaar beschadigd, de voorgevel ook behoorlijk aangetast. Tussen de middag op een van de steigers geroepen om iets zinnigs te zeggen over het voegwerk. De monumentenzorger van de stad zou er ook bij zijn, maar komt niet opdagen. De gevel moet eerst vochtig gemaakt worden, wil het voegwerk goed houden, en vervolgens geheel gevoegd worden en niet op een paar plekken. Anders wordt het een lappendeken en sluit het voegwerk niet goed op plekken oud voegwerk aan. Springt de zaak de komende winter weer los. Ook aanbevolen een wat soepeler voegmortel te maken met meer zand en kalk en minder cement.

's Avonds onder het eten een lang gesprek met het Hoofd Monumentenzorg van Potsdam over de organisatorische en praktische moeilijkheden. De Hollandse Wijk is maar een onderdeel van de binnenstad, maar wel in alle opzichten problematisch. Dat is ook de oude typemachine, die ik te pakken heb gekregen. Om half twaalf nog door de wijk gelopen met Pieter. Alles is stil en donker, zoals het twee en een halve eeuw is geweest. Binnen een jaar zal alles anders zijn.

Dinsdag

Er lag nog een brief van een groep Berlijnse kunsthistorici, die initiatieven willen ondernemen in het paleis Oranienbaum, gebouwd door Cornelis Rijckwaert in 1684. Zij vragen onze aanwezigheid bij een vergadering op het Bureau Monumentenzorg van de deelstaat in Halle en zullen vanochtend voor de deur staan. Ook de paleisdirectie stelt prijs op onze aanwezigheid.

Ik wil alleen de ochtend vrijmaken en op persoonlijke titel handelen, aangezien het buiten de taakopdracht van de KNOB valt. Er bevindt zich een belangrijk Nederlands archief van Henrietta Catharina van Oranje in Oranienbaum, daarom willen wij er toch wel bij zijn. Het blijkt te gaan over het toekomstig gebruik van het paleis. De ideeën lopen sterk uiteen, terwijl de oplossing voor de hand ligt: een gecombineerd gebruik als museum, archief, met in de Oranjerie een ruimte voor moderne kunstmanifestaties. Om de zaak niet te laten voortslepen zeg ik toe een kort programma van eisen te maken, alsmede een opzet en een organisatiestructuur in hoofdlijnen.

Terug naar Potsdam, geen tijd meer om het paleis met zijn Delftsblauwe tegelkelder en het unieke goudleer-behang te bezoeken. Andreas Kalesse, hoofd van de stedelijke monumentenzorg, wacht. In de lawine van alle bouwinitiatieven moet ook advies gegeven worden over de te plaatsen straatlantaarns in de Hollandse Wijk. De gehele Mittelstrasse, 350 meter lang, kent slechts één straatlantaarn. Na de vergadering nog kans gezien een huis te inventariseren. Dan wordt het al donker. Bij Hans en Eva Göbel langs, die in de Mittelstrasse wonen. Wij kennen elkaar al ruim anderhalf jaar en bovendien bezitten zij de enige telefoon in de straat zodat zij vanuit Nederland het contactadres zijn.

Eerst bel ik Ina en zeg een aantal dingen die alleen voor ons beiden bestemd zijn. Vervolgens lukt het in één keer om mevrouw Sibbing te pakken te krijgen. Haar zuivelbedrijf heeft recent een Duits dochterbedrijf opgericht en zij wil een geste maken naar de Hollandse Wijk, in eerste instantie met de restauratie van een huis, het meest oorspronkelijke van de wijk, op Mittelstrasse 8. Het lukt de stad echter niet om de eigendomsverhoudingen op korte termijn op te lossen, dat kan nog maanden duren. Zij is echter graag bereid om de straatlantaarns naar origineel model aan de stad te schenken en dan blijft er nog wat over voor een ander restauratie- en omscholingsproject in de wijk. Perfecter kan het niet.

Pieter komt mij wegslepen bij Hans en Eva. Wij moeten naar Reinier van der Kroon, de leider van het Nederlands Ambassadebureau in Oost Berlijn, onze voormalige ambassade in de DDR. Een allerhartelijkste ontvangst door Reinier en zijn vrouw, zalig eten en ontspannen bijpraten. Het is nu ook wel bekend dat omstreeks eind januari de projectsubsidies voor dit werk aflopen. Er is nog niet een modus gevonden om het werk voort te zetten, terwijl juist nu de eerste resultaten bij het begeleiden van restauraties, het inbrengen van inventarisatiegegevens en van daadwerkelijke Nederlandse bijdragen zichtbaar worden. Deze zomer is er sinds 250 jaar weer op Nederlandse wijze met houten profielen gemetseld bij de reconstructie van twee klokgevels.

Woensdag

Vandaag de hele dag vergadering op het bureau van de Sanierungsverwaltungsstelle, het coördinerend Bureau Stadsvernieuwing. Uitputtend gepraat over de verkeerssituatie en de explosieve groei van het aantal auto's, parkeermodellen in oude binnensteden, aspecten van midden- en kleinbedrijf in de wijk en de binnenstad in het algemeen, mogelijke ondergrondse garages naar model van het Vrijthof in Maastricht op het Bassinplein naast de Hollandse Wijk. Het is merkwaardig dat een Nederlander meedoet in een Duitse projectgroep stadsvernieuwing. Het is echter voortdurend balanceren op de rand van acceptatie zonder een westelijke betweter te zijn. Een buitenlander blijft een buitenlander, en men verwondert zich erover dat er zomaar overgeschakeld kan worden naar Engels of Frans, of zelfs naar wat Russisch bij het ontmoeten van buitenlandse bezoekers in de wijk. Na de vergadering de aanwezigen uitgenodigd voor het avondeten, op het kantoor. Mineraalwater en bier ingekocht. Wij serveren een uitgebreide Bami Rames met saté, gehaktballetjes, rundvlees in een hete saus, sambal, kroepoek enz.

Donderdag 17 oktober

's Morgens naar Sans Souci, het tekeningenarchief, ter bestudering van de tekeningen van de onder dat paleis resorterende huizen die in Hollandse stijl zijn gebouwd. Het betreft het jachthuis Stern, 1730-1732 en de "Hollanderei' in de Neue Garten. Onze mening werd gevraagd over de diverse restauratieproblemen binnen de paleizen van het complex. We beloven de proportietekening die ik van het jachthuis Stern had gemaakt, op te sturen. Het stortregent, dus van inventariseren komt niet veel terecht. Binnen de huizen regent het bijna even erg als daarbuiten. 's Middags naar het stadhuis voor een bijeenkomst van de op te richten Vereniging Jan Bouwman, een bundeling van Nederlandse en Potsdamse restauratie- en scholingsinitiatieven. Vanuit Nederland wordt de zaak gedragen door de Lighthouse Club, voortgekomen uit het Nederlandse bouwbedrijfsleven, en het Twents MBO-College te Hengelo. Om twaalf uur staan de voorzitter van de Lighthouse Club, de heer Zeevenhoven en zijn echtgenote voor de deur in de Mittelstrasse. Even later is ook de heer De Looff aanwezig. Door graafwerkzaamheden is onze behuizing niet meer toegankelijk. Gezamenlijk naar het stadhuis, waar de bijeenkomst zal plaatsvinden. Daaropvolgend een gesprek met jonge ondernemers in de Mittelstrasse, die zeer vergaande plannen hebben. Doen eerste voorstellen voor compromis-oplossingen voor bebouwing van het binnenterrein. Dit aspect was door de stedelijke monumentenzorg niet duidelijk genoeg aangegeven. Bij het naar buiten komen roept Eva uit het raam of ik met spoed de NRC wil bellen. Het blijft een dorp. Het lukt mij wonder boven wonder Margreet Guise te bereiken; ik krijg informatie over de beste wijze van faxen. De laatste dagboekpagina's met een onwillig typmachinelint uitgetypt en ons naar de fax gehaast.

    • Theo Elsing