Strijd tussen bondgenoten

VRIENDELIJK-bondgenootschappelijke maar niet aflatende dwang voert sinds gisteren Israel naar de op 30 oktober in Madrid bijeengeroepen vredesconferentie over het Midden-Oosten. Even nog probeerde premier Shamir, na zijn laatste onderhoud met minister Baker, de schijn op te houden. Op een van de komende zittingen van het kabinet zou Israel besluiten over de volgende te nemen stappen. Maar nadat Baker en zijn Sovjet-ambtgenoot Pankin hun gezamenlijk beraad hadden afgerond met de aankondiging van tijd en plaats van de conferentie, kon de Israelische premier niets anders meer doen dan toegeven.

's Ochtends nog stelde Israel voorwaarden. Het moest inzicht krijgen in de samenstelling van de Palestijnse delegatie naar de vredesconferentie en het wilde van Syrië de toezegging dat bilateraal zou worden onderhandeld over wapenvermindering en watervoorziening. Maar minister Baker weigerde inzage te geven in de lijst van Palestijnse deelnemers en zijn Israelische gesprekspartners moesten genoegen nemen met de Amerikaanse verzekering dat de zeven uitverkoren Palestijnen voldeden aan Israels eisen. Van zijn kant weigerde Syrië nog een extra stap te zetten zolang Israel zich niet bij het onvermijdelijke had neergelegd.

De Israelische regering zou haar zaak beter hebben behartigd, als zij het zover niet had laten komen. De opschorting op last van president Bush van een garantie voor een miljardenkrediet ten behoeve van de opvang van Sovjet-joden had kunnen worden vermeden en evenzo het beeld dat Israel aan zijn haren de conferentiezaal moest worden binnengesleept. Daar zal de regering-Shamir overigens nog een harde onderhandelaar blijken te zijn die om iedere vierkante centimeter zal strijden, maar door zo lang weerstand te bieden aan bondgenoot Amerika heeft zij de Arabische wereld haar zwakste plek getoond. De VS zijn bereid en in staat Israel tot concessies te bewegen als de Amerikanen niet langer overtuigd zijn van de redelijkheid en de haalbaarheid van Israelische standpunten. Dat zullen de Arabieren niet snel vergeten.

ISRAEL HEEFT gisteren ook belangrijke politieke winst geboekt. Minister Pankin was in het land om het herstel van de in 1967 verbroken diplomatieke betrekkingen met zijn aanwezigheid te onderstrepen. Daarmee is Moskou, na een zeer lange onderbreking, terug op zijn sinds de oprichting van de staat Israel gevaren koers dat de joodse staat bestaansrecht heeft. In de wereldconstellatie van dit moment mag het gebaar van Moskou vooral worden uitgelegd als uiting van zijn verlangen daadwerkelijk te behoren tot de gemeenschap van volkeren.

HET SUCCES VAN Baker is voorlopig. Het Amerikaanse uitgangspunt dat land voor vrede kan worden ingeruild, is niet dat van de Israelische regering. Die gaat het minder om de veiligheid op langere termijn en meer om wat Israels historische recht zou zijn: de kolonisering van de westelijke Jordaanoever door de joden als de enig rechthebbenden op deze historisch joodse bodem. Ook is er een diepgaand meningsverschil over de status van Jeruzalem. Voor de regering-Shamir is Jeruzalem, eveneens op historische gronden, een joodse stad en een of andere vorm van internationaal beheer over de verschillende heiligdommen is voor haar daarom onaanvaardbaar.

Twee zelfverzekerde regeringen zullen de vredesconferentie straks naar hun hand trachten te zetten: de Israelische beschouwt de bijeenkomst als niet meer dan een vertrekpunt waarna zij haar kracht zal meten met ieder Arabisch land afzonderlijk; de Amerikaanse wenst als uitkomst nauwkeurig bepaalde routes waarlangs partijen zich al aftekenende overeenkomsten moeten bereiken. In zoverre heeft Baker inmiddels het halve werk of meer voor de conferentie gedaan. De werkelijke krachtmeting dreigt er een te worden tussen bondgenoten.