Strijd om eerherstel is dagtaak voor Bosio

ARNHEM, 19 OKT. Na bijna acht jaar eenzame strijd tegen de autoriteiten heeft de hoofdpersoon van de geheimzinnige "affaire-Bosio' de moed nog niet laten zakken. “Ik ben bij de procureur-generaal geweest, bij de ombudsman, bij de regering en bij de commissie voor de verzoekschriften van de Tweede Kamer”, zegt de 45-jarige Fransman Michel Bosio in zijn woonplaats Arnhem. “Ik ben aan mijn achtste advocaat toe en nog geen stap verder. Maar ik hou nog een poosje vol, ik heb niets te vrezen. Ik heb geen geld gestolen, geen wapens gesmokkeld en geen drugs ingevoerd. En niemand betaalt mij, behalve de sociale dienst.”

Het verhaal van Bosio begint in 1980 met een zakelijk project dat stukliep, en het mondde deze week uit in de erkenning van minister Hirsch Ballin van justitie dat hij en zijn voorganger Korthals Altes de Tweede Kamer verkeerd hebben geïnformeerd. In de tussenliggende periode groeide het dossier-Bosio gestaag: een faillissement, een door Economische Zaken op onduidelijke gronden verstrekte kredietgarantie aan de failliete Bosio, een beschuldiging van wapenhandel, een container met marihuana op de kade in Antwerpen en een onbekende informant van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA.

Bosio stelt dat zijn bedrijfje voor de produktie van airconditioning-systemen voor personenauto's door een vertegenwoordiger van Economische Zaken buiten zijn medeweten als dekmantel werd gebruikt voor praktijken die het daglicht niet konden velen. Sinds eind 1983 heeft Bosio er naar eigen zeggen een dagtaak aan om schadevergoeding en eerherstel te eisen. “Ik ben berooid, ik leef van een uitkering”, zegt hij.

Pag 3:

Fransman hoopt voorzichtig op parlementaire mini-enquête

Jarenlang was de enige journalist die hem serieus nam de Benelux-correspondent van de Franse krant Libération, Sylvain Ephimenco, die zelfs een roman op de zaak baseerde. Maar nu er eind deze maand een Kamerdebat over de affaire komt, staat de telefoon bij Bosio roodgloeiend. Verslaggevers die hem jarenlang alleen als querulant hebben gezien, vragen zich nu af of zijn onwaarschijnlijke verhaal niet toch een kern van waarheid kan bevatten.

Bosio heeft zich dezer dagen zelfs de luxe gepermitteerd om een televisie-optreden bij Sonja Barend af te bellen - “want ik heb geen zin daar de zielige Bosio te gaan uithangen. Ik heb vertrouwen dat de waarheid boven water komt”. Hij kan het niet laten om alvast, voorzichtig maar hoopvol, te speculeren over een parlementaire mini-enquête.

Het dossier neemt inmiddels anderhalve meter in beslag, maar Bosio wil de hoofdlijnen graag nog eens uit de doeken doen. In een hotel in Arnhem doet hij in vloeiend Nederlands met een licht accent zijn verhaal - alleen zijn hoge spreeksnelheid is onmiskenbaar Frans. Af en toe haalt hij een document tevoorschijn om zijn betoog te staven, maar eigenlijk is dat niet nodig want alle feiten, verdenkingen, toevalligheden en raadsels zitten in zijn hoofd.

“Twaalf jaar geleden kwam ik naar Nederland. Ik ben metaal-technicus, ik werkte in Frankrijk in de export van machines.” Namen van de bedrijven waar hij werkte wil Bosio niet noemen - “die bedrijven bestaan trouwens ook niet meer” - en referenties in Frankrijk kan hij ook niet geven. “Via Duitse kennissen werd ik geïntroduceerd bij Nederlandse klanten en toen ontstond het idee hier zelfstandig een zaak te beginnen. In 1980 had ik in Israel een studie gedaan naar airconditioners” - bij welk bedrijf wil Bosio niet zeggen - “airconditioners die indertijd door Israel werden geëxporteerd naar Saoedi-Arabië.”

Bosio zou airconditioners voor auto's gaan maken: in het kille Nederland een produkt waar nog weinig concurrentie in was, terwijl de commerciële perspectieven groot zouden zijn, vooral gezien de grote doorvoer en export van auto's naar warmere streken. Maar eind '81 ging de Fransman al failliet - volgens eigen zeggen omdat hij door Economische Zaken, waar hij een krediet voor jonge starters had willen aanvragen, van het kastje naar de muur werd gestuurd.

Ondanks het faillissement vroeg Bosio begin 1982 toch zijn krediet aan. Het verzoek werd afgewezen, maar Bosio ging in beroep. Het beroep werd verworpen omdat bij EZ “niet voldoende vertrouwen bestond in de ondernemerscapaciteiten van de heer Bosio”, aldus het ministerie in 1989. Maar de Fransman hield aan en met succes: EZ zwichtte uiteindelijk en liet het bureau Berenschot een advies uitbrengen. Op basis daarvan besloot het ministerie alsnog een kredietgarantie toe te zeggen van 650.000 gulden - op voorwaarde dat Bosio een regeringscommissaris boven zich accepteerde. “In retrospectief een weinig gelukkige beslissing”, aldus EZ in 1989. De commissie voor de verzoekschriften van de Tweede Kamer oordeelde dit voorjaar “dat de conclusie niet gerechtvaardigd is dat er voldoende gronden waren tot verlening van de gevraagde kredietgarantie”.

De regeringsbegeleider, de inmiddels overleden zakenman G.J.B. Belderbos, zou volgens Bosio niet alleen de halve wereld hebben afgereisd en de hele subsidie in korte tijd hebben opgesoupeerd, hij zou er bovendien op uit zijn geweest Bosio uit het bedrijf te werken om de firma ongestoord te kunnen gebruiken als dekmantel voor zijn handel in wapens, goud en diamanten. Het bedrijf loopt niet, maar EZ steekt er na een tweede rapportage van Berenschot nog meer geld in (2,3 miljoen), op voorwaarde dat Bosio en later ook Belderbos zich niet meer met de zaak bemoeien. Desondanks gaat de firma in 1985 roemloos op de fles.

In 1985 komen de drugs in het spel. Bosio wordt opgebeld door een van de twee vertegenwoordigers die Belderbos indertijd had binnengebracht in het airconditioner-bedrijf. De man beweert, zo stelt Bosio, dat hij een container met kokosnoten uit Afrika wil invoeren voor de banket-industrie en vraagt of dat uit fiscale overwegingen niet op naam van Bosio kan. “Ik wist: Eén container is bijna niets, een fabriek heeft er ten minste 25 nodig. Maar ja, 't was niet mijn business en ik zou er een paar duizend gulden voor krijgen.”

Toen de lading eenmaal was aangekomen (niet in Rotterdam zoals de bedoeling was, daar werd gestaakt, maar in Antwerpen) stond Bosio volgens eigen zeggen een onaangename verrassing te wachten. Zijn relatie kwam hem opzoeken in Arnhem. “Ik zie hem nog staan op perron 4 van het station. Hij zegt: de container staat in Antwerpen op de kade, maar achter een dubbele wand zitten drugs. Ik zeg: ik ga naar de politie. Hij zegt: de politie is op de hoogte, de geheime diensten van Nederland en België zijn op de hoogte, de CIA en de DEA dekken de zaak. Wie zou dat nou geloven? Ik denk, ik droom. Maar vervolgens gebeurde exact wat die man had voorspeld.”

Bosio deed aangifte bij de Arnhemse politie, die hem niet arresteerde noch proces verbaal opmaakte. Wel werd de tip doorgegeven aan de CRI, die op zijn beurt de Belgische douane op de hoogte kon stellen. Tot deze week stelde Justitie dat op grond van de verklaring van Bosio de verdovende middelen gevonden waren - een onwaarschijnlijk verhaal omdat de Belgische autoriteiten al op 28 oktober 1985 de drugs vonden, terwijl Bosio pas op 4 november naar de politie ging. Pas maandag erkende Hirsch Ballin dat er inderdaad een andere tipgever was geweest, een informant van de DEA, die de CRI en vervolgens de Belgen op het spoor van de verdovende middelen had gezet.

Volgens Bosio was de hele zaak wellicht een opzetje om hem zwart te maken - de lading stond immers op zijn naam. Justitie in Nederland stelt dat het een zaak voor België is, terwijl de Belgen de zaak niet vervolgen omdat het een Nederlandse affaire zou zijn. Om de werkelijke tipgever te beschermen zou een strafvervolging bovendien niet wenselijk zijn. Bosio zegt: “Men wil het in de doofpot stoppen.”

    • Juurd Eijsvoogel