Steinway voelt hete adem Japanners

HAMBURG, 19 OKT. Aan de Rodenburg 10 in Hamburg geloven ze niet in concurrentie. De 390 trotse ambachtslieden van de Duitse pianobouwer Steinway & Sons hebben heilig vertrouwen in de kwaliteit van hun handwerk. Toch heeft de massaproduktie van Aziatische fabrikanten de Rolls Royce onder de piano's aan het denken gezet. Schoorvoetend sloot Steinway onlangs een overeenkomst met het Japanse Kawai, de op een na grootste instrumentenmaker in de wereld, voor de produktie en marketing van betaalbare piano's voor de middenklasse.

In de muziekwereld steekt Steinway al 155 jaar met kop en schouders boven de rest uit. De produkten van de pianofabrikant, vooral de vermaarde Steinway-vleugel, worden door negen van de tien grote concertpianisten geprefereerd boven een Yamaha, Schimmel, Bösendorfer of Fazioli. Het geheim van Steinway - dat behalve in Hamburg ook in New York piano's maakt - ligt, zo vertellen de kenners, in de constructie van de houten muziekinstrumenten. Tachtig procent van de produktie is handwerk. Automatisering heeft maar op enkele plaatsen in het produktieproces nut. “We hebben het wel geprobeerd, maar in de meeste gevallen ging het ten koste van de kwaliteit”, zegt Hans Schalkowski, verantwoordelijk voor de export vanuit Hamburg.

De door velen geroemde "obertone' die de Steinway piano's voortbrengen, vinden hun oorsprong in een sobere fabriekshal in een Hamburgse buitenwijk. Alleen een bescheiden bordje "Steinway & Sons' wijst op de aanwezigheid van de pianobouwer. De fabriek is voor de meeste pianoliefhebbers verboden terrein. Maar eens in de twee jaar is het de Groningse pianohandelaar A. Hahn, die er zelf ooit stage liep, gegund een bus vol Nederlanders aan de poort van de fabriek af te leveren voor een rondgang door de werkplaats. Deze week was het weer zover: vijftig piano-adepten kregen in drie uur te zien hoe in drie jaar een piano wordt gemaakt. Van de in plakken gezaagde boomstammen via het lijmen van de vleugeldeksels en het reguleren van de hamerkoppen tot het stemmen van de vleugel.

Steinway is te vergelijken met het Nederlandse kledingconcern C&A. Steinway & Sons is een privé-onderneming en houdt bedrijfsresultaten en winstcijfers binnenshuis. De jaarlijkse omzet van de vestigingen in Hamburg en New York samen ligt naar schatting rondom de vijfhonderd miljoen gulden. Tot 1972, toen het Amerikaanse CBS de pianofabrikant overnam, was Steinway een familiebedrijf. Halverwege de jaren tachtig kochten drie Amerikaanse zakenlui (de gebroeders John en Robert Birmingham en Bruce Stevens) Steinway van CBS. De drie pianoliefhebbers hebben de aandelen van de firma, eerlijk verdeeld, nu nog steeds in handen.

In de 155 jaar van Steinway's bestaan - in 1836 bouwde de Duitse meubelmaker Heinrich Engelhard Steinweg in zijn keuken de eerste - zijn meer dan 515.000 piano's in elkaar gezet. De jaarlijkse produktie in Hamburg lag het afgelopen jaar op 1.430 vleugels en 300 piano's. In New York ligt de produktie iets hoger. Het grootste deel van de instrumenten (ruim 65 procent) die in Duitsland worden gemaakt, exporteert Steinway. Japan is, na Duitsland dat ruim een derde van de Steinways in huis houdt, de grootste afnemer.

Aan de Steinways - die gemiddeld drie generaties meegaan, dan raakt de zangbodem doorgezakt en verwatert de klank - hangen prijskaartjes die ze alleen voor de happy few geschikt maken. De goedkoopste piano kost circa 35.000 gulden terwijl voor de grootste vleugel ruim anderhalve ton moet worden neergelegd.

Steinway kent, zo vertelt PR-vrouw Andrea Ruddies zonder een spoor van twijfel, geen angst dat de riante marktpositie ooit wordt aangetast. “Wij hoeven nooit een massa-produkt te worden, dat zou onze kwaliteit alleen maar aantasten.” Steinway staat in Duitsland bekend als een conservatief, traditioneel en degelijk kwaliteitsprodukt. Het bedrijf draagt allerminst het imago van vlot, dynamisch en marktgericht. Pas sinds vijf jaar heeft het concern een eigen marketing-afdeling. Samen met de administratie zijn het de enige plaatsen in het bedrijf waar de automatisering echt is doorgedrongen.

De marketing vanuit Hamburg heeft er tot nu toe in geresulteerd dat het bedrijf zijn kennis en kunde van het piano-maken onder een breder publiek wil brengen. Steinway wil zich op de middenklasse-pianist richten. In Duitsland doet het dat onder meer via een speciaal financieringssysteem waarbij een aanbetaling van acht tot tienduizend mark ineens wordt gevolgd door een afbetaling over vijf jaar tegen een lage rente (zes procent).

Daarnaast heeft Steinway met het Japanse Kawai een overeenkomst gesloten. Kawai mag de know-how van Steinway gebruiken voor de productie van een soort junior-Steinway: een vleugel voor jonge pianisten die nog even moeten sparen voor een echte Steinway.

    • Max Christern