Spanje ziet zijn diplomatieke inspanningen beloond

MADRID, 19 OKT. “Het best bewaarde geheim van de Spaanse diplomatie.” Zo wordt in Madrid de campagne genoemd die de laatste maanden is gevoerd om de vredesconferentie voor het Midden-Oosten in de Spaanse hoofdstad te laten plaatshebben. De drie hoofdrolspelers in die campagne - minister van buitenlandse zaken Fernandez Ordoñez, premier Gonzalez en koning Juan Carlos, die het karwei onlangs in Camp David met George Bush afmaakte - hoorden pas in de nacht van woensdag op donderdag dat hun inspanningen succes hadden gehad. De keuze voor Madrid wordt hier algemeen beschouwd als een erkenning van de potentiële Spaanse rol als bemiddelaar tussen Noord en Zuid, waar men in de EG geregeld voor pleit.

Aan de mogelijkheid dat in 1992 te Madrid een vredesakkoord zou kunnen worden getekend dat de veiligheid van de staat Israel verzekert, wil men echter niet denken. Dan zou de conferentie wel heel vlot moeten verlopen en er bestaat onder Spaanse diplomaten zelfs grote scepsis over het hele idee. Het zou ook te mooi zijn, precies vijfhonderd jaar nadat de joden door de katholieke koningen uit het land werden verdreven.

Dat alle betrokkenen zich met Madrid als plaats van handeling kunnen verenigen, ziet minister Fernandez Ordoñez als een beloning voor het consequente beleid van "onpartijdigheid' inzake het Midden-Oosten. Die houding is echter van betrekkelijk recente datum. De huidige eerste minister, Felipe Gonzalez, vertoonde zich als oppositieleider en in de eerste jaren van zijn premierschap graag in gezelschap van Yasser Arafat en de PLO heeft dan ook al geruime tijd een flink kantoor in Madrid.

Pas in 1986 werden de diplomatieke betrekkingen met Israel genormaliseerd. Een bezoek van premier Shamir in 1989 en het zenden van Spaanse schepen naar de Golf, waarvoor Gonzalez niet alleen sommige Arabische vrienden maar ook zijn eigen publieke opinie moest trotseren, schijnen echter veel te hebben bijgedragen aan de huidige goede verstandhouding met Jeruzalem. Gonzalez is van plan eind dit jaar zijn eerste staatsbezoek aan Israel te brengen. De Israelische ambassadeur noemde de verstandhouding tussen beide landen gisteren “goed, ondanks het bestaan van principiële verschillen van mening.” Volgens een PLO-woordvoerder is Madrid “de beste van alle mogelijke plekken” voor de conferentie.

Vanmiddag arriveert de Amerikaanse minister James Baker in gezelschap van zijn staatssecretaris voor het Midden-Oosten, Edward Djerejian, in Madrid om de conferentie voor te bereiden. Het is zo goed als zeker, dat zij zal worden gehouden in het Palacio de Congresos aan de Paseo de Castellana, de verkeersader die de stad van noord naar zuid doorsnijdt. Dit gebouwencomplex is het enige dat zonder problemen de verwachte zevenduizend bezoekers kan ontvangen. Politie en anti-terreurbrigades achten de plek echter lastig te beveiligen. Nadat gisteren bij drie aanslagen van de ETA verscheidene doden en gewonden vielen, is men er zich in de Spaanse hoofdstad extra van bewust dat het verzekeren van de veiligheid van de confrentiedeelnemers één van de zwaarste taken voor het gastland is. Een deel van de verantwoordelijkheid hiervoor zal echter gelukkig door de Verenigde Staten en, symbolisch, door de Sovjet-Unie worden gedragen. Over de vraag wie de conferentie mag openen, de koning of de premier, wordt nog gedebatteerd.