Smit-Kroes verstoort idylle aan de serene Vecht

Is er sprake van verraad of uitverkoop van Nijenrode's BBA-opleiding? Of handelde president Smit-Kroes, nadat het rijk de subsidiekraan had gesloten, alert en verstandig door alle kaarten te zetten op uitbreiding van de MBA-opleiding?

De eerste glimp van het Breukelse Nijenrode, universiteit voor bedrijfskunde, blijft idyllisch. Het statige kasteel, omringd door schitterend bos en gelegen aan de serene Vecht-rivier lijkt onaantastbaar voor de perikelen van alledag en de commotie van het moment. Dat lijkt maar zo. Na het verlies van de jaarlijkse rijkssubsidie van twaalf miljoen gulden schokte Nijenrode's nieuwe president Neelie Smit-Kroes de zeshonderd studenten vorige week met de melding dat de drie-jarige BBA-opleiding (Batchelor of Business Administration) wordt opgedoekt. Hun "Eton-aan-de-Vecht' zal worden uitgedund tot een instelling voor post-academisch MBA-onderricht (Master of Business Administration), hun vereniging "Nieuwe Compagnie van Verre' zal verdwijnen en het clublied "Uit de elf provincies gekomen' zal niet meer van de kasteeltrappen schallen.

"Verraad' en "uitverkoop' weerklonk het woedend op de campus. Sommige Nijerodianen maakten de voormalige VVD-coryfee Smit-Kroes zelfs uit voor "het paard van Troje' van de socialistische onderwijsminister Jo Ritzen. Zelf sprak de president van Nijenrode over "een huzarenstuk'. Waarmee zij doelde op de eenmalige subsidie van 63 miljoen gulden voor de geleidelijke opheffing van de BBA en de uitbreiding van de MBA-opleiding, "voor de poort van de hel weggesleept'.

Maar tot uitslaande protestacties kwam het tot op heden niet, de oude rijksweg tussen Breukelen en Maarsen werd nimmer bezet en op het campusterrein is geen protestleus of spandoek te bekennen. Het afgelopen weekeinde gooiden vijf grote Nederlandse bedrijven nog eens olie op de golven met een pagina-grote dagbladadvertentie onder de ronkende kop "chapeau voor het chateau'. Daarin feliciteerden Fokker, Heineken, Ahold, KLM en Douwe Egberts Nijenrode met zijn "strategische keuze' voor MBA- en management development-opleidingen. De jeugdige aspirant-managers op de campus hadden van die toekomstige werkgevers waarschijnlijk een anderssoortige rugdekking verwacht.

Nu zegt president Smit-Kroes in haar mooie kasteelkamer: “Die advertentie heeft mij goede gevoelens bezorgd. Het is een positief gebaar. Je kunt wel bij de pakken gaan neerzitten maar daar is nog nooit iets goeds mee bereikt. Je kunt een order mislopen maar dan ga je niet zitten mokken. Dan streef je direct naar een volgende order. Die goede Hollandse geest proef ik ook uit de advertentie.”

Toch kan ook zij zich nijdig maken over minister Ritzens besluit. “In zijn filosofie blijft het zogeheten bekostigde onderwijs aan de reguliere rijksuniversiteiten nummer één en kunnen alleen zij de grote subsidiestroom verwachten. Ik vind het kortzichtig dat je dan geen enkele rekening houdt met wat elders voor een produkt wordt geleverd, een kwaliteitsprodukt waarnaar grote vraag bestaat, zoals bij ons.” Ook de strenge selectie vooraf - minder dan één op de vijf kandidaten bereikt het kasteel - is minister Ritzen een doorn in het oog. Mevrouw Smit-Kroes: “Het is juist goed om te selecteren op talenten en vaardigheden. Daarmee bereik je een hoger rendement in het studieresultaat en voorkom je veel frustratie achteraf. Wij kunnen ook bewijzen dat er nooit financiële barriéres voor toetreding tot Nijenrode waren waardoor iemand met capaciteiten zou zijn geweerd. Daar hebben we regelingen voor. In de meeste andere landen is selectie de normaalste zaak van de wereld, zeker ook in het socialistische Frankrijk. Maar in Nederland is dat merkwaardig genoeg "not done'. Hier wordt bij voorbeeld bij de toelating tot reguliere universiteiten niet gekeken naar de VWO-resultaten maar hanteert men liever de botte bijlen van de numerus clausus, plaatsingscommissies en uitloten. En wat zie je dan? Even later selecteert men bij de propaedeuse toch en wordt er met grote aantallen studenten korte metten gemaakt. Met alle frustratie en verkwisting van dien.”

Pag 18:

"Wij willen behoren bij de top vijf van Europa'

Toch blijft de grote grief van de studenten van Nijenrode dat zij niet tijdig zijn geïnformeerd, laat staan geconsulteerd. Waarom die radiostilte?

De president van Nijenrode kijkt meelevend maar stelt kordaat: “Ik heb alle begrip voor de emoties bij de studenten. Een stuk historie wordt door ons besluit aangetast. Daarover geen misverstand. Mijn weerwoord is tweeledig. Allereerst namen wij het besluit geheel in overeenstemming met de regels die daarvoor bestaan bij onze Stichting Universiteit. Er is dus pas een definitief besluit genomen nadat de dagelijkse en algemene besturen van Nijenrode en de Nijenrode-raad gehoord waren. Dat is volgens het boekje gegaan. In de tweede plaats sta je bij dit soort onderhandelingen voor een keuze. Kijk je allereerst naar het resultaat dat je wil bereiken? Of kijk je vooral naar de processen via welke je probeert tot je gewenste resultaat te komen? Dan zeg ik: dit was het type onderhandelingen dat is te vergelijken met een "buy-out'. Als je in zo'n geval eerst alle informatie gaat verschaffen en daarover gaat praten, hoeft het niet meer. Zo was het ook in deze. Als dat niet is uit te leggen aan studenten bedrijfskunde zou het er slecht met onze opleiding voorstaan.”

Toen minister Ritzen het bezuinigingsplan voor Nijenrode deze zomer weer uit z'n lade haalde, waren het begrotingsoverleg '92 en de meerjarenramingen al afgerond en beschikte hij dus over een sluitende begroting. Was Ritzens besluit daarom meer ideologisch - anti-selectie, pro-nivellering - dan financieel gemotiveerd?

Mevrouw Smit-Kroes: “De afspraken die over onze subsidiëring waren gemaakt, waren inderdaad zo goed als afgerond. Parallel daarmee kwam de memorie van toelichting op het bureau van minister Ritzen en heeft hij daar in de zijlijn neergepend: vanaf '93-'94 afbouw subsidie Nijenrode. Daaruit kun je afleiden dat voor hem de ideologische factor zwaar woog. Al had hij natuurlijk ook een bezuinigingsopdracht van het ministerie van financiën op zak.”

Als de ideologische factor zo'n gewicht had, was er dan geen ruimte voor meer overleg en bent u niet te snel gezwicht?

Terwijl buiten een carillon vrolijke klanken over de gedeprimeerde campus strooit, verzekert Nijenrode's president: “Ik sta nog steeds achter de onderhandelingen zoals wij die hebben gevoerd. Ik niet alleen overigens. Want ik zat in Den Haag met een onderhandelingsteam namens de directie en de algemene en dagelijkse besturen. Die hebben mij voluit gesteund. Sommigen zeggen nu: het ging te snel. Soms lost de tijd inderdaad bepaalde problemen op. Maar in andere gevallen, zoals dat van Nijenrode, zou vertraging juist averechts hebben gewerkt. Daarbij speelt natuurlijk ook onze ervaring in Den Haag een rol. Op een gegeven moment moet je nagaan of je de bewindsman van zijn voornemen kunt afbrengen. Als duidelijk blijkt dat dit niet aan de orde is, wordt het zaak iets negatiefs om te buigen in iets positiefs, om een deel van Nijenrode te redden, om startkapitaal te krijgen voor een volgende fase, om nieuwe kansen te grijpen. Alert reageren hoort bij Nijenrode.”

Als zou blijken dat één of meerdere instellingen bereid zijn het BBA-programma mee te bekostigen in ruil voor samenwerking met Nijenrode, wilt u zo'n verband dan overwegen?

Mevrouw Smit zucht en zegt: “Wij hebben op vele fronten geprobeerd alternatieve financieringsvormen te vinden en dan niet voor één keer. Wij hebben vastgesteld dat die twaalf miljoen subsidie per jaar niet buiten de overheid om kan worden verkregen. Om zo'n bedrag uit bedrijfsbijdragen bijeen te sprokkelen zou in één klap een fonds van 190 miljoen gulden nodig zijn, wat niet haalbaar is. En het verhogen van het campusgeld met vele tienduizenden guldens is evenmin een alternatief. Dat betekende voor ons einde oefening. Nu gaan wij de unieke kaart die wij met onze MBA-executive development en onderzoeksprogramma's in handen hebben verder uitbouwen. Wij willen behoren bij de top vijf van Europa - IESE-Barcelona, Londen Business School, IMD-Lausanne, INSEAD-Fontainebleau en natuurlijk Nijenrode-Breukelen.”

MBA-opleidingen springen overal als paddestoelen uit de grond. Alleen al in Nederland zijn er nu minstens twintig, waarvan er dertien door het inter-universitaire Nuffic als betrouwbaar worden gekwalificeerd. U wilt Nijenrode's internationale MBA-opleiding uitbreiden van ongeveer vijftig cursisten nu tot honderdzestig en meer in de komende jaren. Dreigt er geen overaanbod?

Mevrouw Smit-Kroes laat haar blik licht verbijsterd langs de imposante lambrizering van de presidentskamer dwalen en roept dan hoofdschuddend uit: “Hoe kunt u zulke onvergelijkbare grootheden op één hoop gooien! Nijenrode is nu al uniek.”

Maar de Rotterdam School of Management en het Rochester-programma van de Erasmus-universiteit dan?

“Die hebben inderdaad respectabele MBA-opleidingen, al zijn ze duidelijk anders dan Nijenrode. Maar dan hebben we het wel gehad.”

Pleegde u marktonderzoek voor u het besluit tot een drastische uitbreiding van het MBA-programma nam?

Mevrouw Smit: “Nijenrode heeft een lange ervaring met MBA-opleidingen en kent de markt. Allang voor mijn komst is hier besloten dat de MBA-opleiding meer accent zou krijgen. Destijds is er marktonderzoek gedaan en de uitkomsten waren positief. Allereerst gaan wij onze bestaande programma's uitbreiden. Zoals de internationale en executive MBA-programma's en het "advanced management-program' dat is bestemd voor managers met eindverantwoordelijkheid. Verder hebben we "branche specific programs' en "tailor-made programs'. In dat laatste geval komt een bedrijf naar ons toe met bepaalde wensen, problemen of plannen. Dan duiken een aantal projectleiders van ons management development centre zo'n organisatie in, evalueren de situatie en kijken welke cursus nodig is. Dus komt er voor zo'n bedrijf een cursusprogramma op maat dat van enkele weken tot twee jaar kan lopen. Per jaar nemen ongeveer duizend managers aan zulke programma's deel. Dat zijn parels waarmee wij nu al internationaal respect afdwingen. Die collectie gaan wij uitbreiden en ons streven is de Europese top.”

Voor menigeen wordt die Europese top dezer dagen belichaamd door een instelling als INSEAD-Fontainebleau waaraan de Nederlander Manfred Kets de Vries - bedrijfskundige, psycho analyticus en NRC Handelsblad-columnist - als docent is verbonden. Kets de Vries treedt af en toe ook op in Nijenrode, dus vandaar aan hem de vraag: Zijn de ambities van Smit-Kroes reëel? Kets de Vries: “Lofwaardig zijn ze in ieder geval maar het zal nog wel een tijdje duren voor ze Nijenrode hier als echte concurrent zien. Wij zijn in Fontainebleau al dertig jaar bezig en nu pas volwassen.” Dat Nijenrode zijn driejarige BBA-basisopleiding verliest, vindt hij geen ramp. In tegendeel. “Jonge mensen meteen naar zo'n school sturen is fout”, oordeelt Kets de Vries. “Je kunt geen management leren als je niet eerst gewerkt hebt. Zoiets leidt niet tot, wat wij noemen, een Renaissance in de business.”

En wat de voorgenomen uitbreiding van Nijenrode's MBA-programma's betreft: “Het is jammer dat Smit-Kroes niet twintig jaar eerder in Breukelen opdook. Nijenrode komt nu laat in de markt.” Een moeilijke markt, vindt Kets de Vries. “Je hebt faculteit nodig die hoogstaand wetenschappelijk werk doet en ook pedagogisch goed is. Zulke krachten zijn schaars en moeilijk aan te trekken. Je zult dus ook qua beloning concurrerend moeten zijn.”

Daar komt volgens de Nederlandse docent bij dat steeds meer bedrijven zich minder tevreden tonen over gevestigde MBA-opleidingen. Kets de Vries: “Zij klagen over tekortschietende communicatieve, creatieve en leidinggevende vaardigheden van afgestudeerden. Je ziet de gevolgen al in de Verenigde Staten waar grote bedrijven als General Electric hun eigen, meer relevante MBA-opleidingen gaan organiseren. Je moet MBA-programma's dus in zeer nauwe samenwerking met de bedrijven ontwikkelen, samen leren, samen oplossingen verzinnen, samen nagaan hoe je bedrijven weer kunt laten dansen. Daar gaat het om, voor hen, voor ons en ook voor Nijenrode. Doen MBA-instituten dat niet, dan zullen ze in de toekomst bedrijven steeds vaker tegenkomen als concurrenten in plaats van als klanten.”