Politici strijden om "hoofdprijs Istanbul'

ISTANBUL, 19 OKT. De laatste dagen van de campagne voor de Turkse parlementsverkiezingen van zondag was de aandacht vooral gevestigd op Istanbul. Geen wonder, want deze metropool van zes miljoen mensen vaardigt 50 van de 450 parlementsleden af. Zelfs kan één partij theoretisch alle 50 zetels deelachtig worden, wanneer alle andere partijen onder de plaatselijke kiesdrempel van 20 procent blijven.

Zowel premier Mesut Yilmaz, leider van de regerende Moederlandpartij, als de leiders van de twee grote oppositiepartijen van links en rechts, Erdal Inüon en Süleyman Demirel, spraken gisteren de burgers van Turkijes grootste stad toe. Eerstgenoemde moest echter ook aandacht besteden aan de bezoekende president van Albanië, Alya. Inüon, die al eerder een massale en kleurrijke bijeenkomst bij de Aya Sofia had opgeluisterd, beperkte zich tot kleinere pleinen. En Demirel vertoonde zich alleen bij de aanlegsteigers van de Aziatische voorstad Üsküdar.

Demirels Partij van het Juiste Pad (PJP) staat niet sterk in Istanbul, trouwens ook niet in de hoofdstad Ankara en de havenstad Izmir, zijn electorale kracht ligt op het platteland, en daar komt zijn retoriek ook het beste tot zijn recht. Het is de Moederlandpartij die in Istanbul bij opinie-onderzoek op de eerste plaats komt. Dat oud-burgemeester Dalan, die onder de bijnaam "bulldozer' veel wegen heeft verbreed en populair is geworden bij autobezitters, de Moederlandpartij heeft verlaten en deze keer Demirel steunt, kan de PJP enkele extra procenten opleveren, maar het blijft de vraag of de partij de Istanbulse kiesdrempel van 20 procent haalt.

Voor de meeting in Üsküdar werden uit de wijde Aziatische omgeving boeren opgetrommeld - hun bussen stonden kilometers lang langs Dalans nieuwe kustweg. Opnieuw presenteerde Demirel zich als de man die volgende week weer aan de macht komt, de macht die hem op 12 september 1980 werd afgepakt door de generaals wier verlengstuk Özal is, in zijn ogen. “Op zondag moet verantwoording worden afgelegd.”

Demirel had het ook weer over de nieuwe economische politiek die zal worden gevoerd en die reeds de naam Unidem heeft gekregen. Zij zal beginnen met spectaculaire prijsverlagingen van 50 procent voor openbare diensten. Elke Turkse burger ontvangt een groene kaart waarmee hij of zij gratis medische hulp kan krijgen, en voor elke familie zijn er binnen vijf jaar “twee sleutels”, een voor de woning, de ander voor de auto. Demirel is een Joop den Uyl après la lettre.

De vraag is of Demirel niet al te lang - jaren eigenlijk - bezig is met dit soort optredens. Inüon, maar ook Yilmaz, lijkt een eindspurt te hebben geleverd waarbij zij op Demirel zijn ingelopen. Dit geldt ook voor de anti-Westerse fundamentalistische Welvaartspartij (WP) onder professor Erbakan, die Demirel heeft wat stemmen dreigt af te troggelen. Ook zij heeft deze week enorm aan de weg getimmerd. Donderdag doorploegde zij de drie prostitutiewijken van Istanbul die zij wil afschaffen. Gisteren kwamen de kranten met een paginagrote WP-advertentie waarop de vraag wordt gesteld: Is het verkeerd om van het oosten te zijn?

In zijn laatste toespraken heeft Demirel zich sterk tegen de WP gericht. Hij vroeg schamper of de 90 procent Turken die niet op deze partij stemmen niet tot de goede moslims kunnen worden gerekend. Maar als de tekenen niet bedriegen, zal de partij deze keer behoorlijk boven de landelijke kiesdrempel van 10 procent uitkomen en een belangrijke factor worden bij de coalitieperspectieven tijdens de formatie.

Er nog een factor die in Demirels nadeel kan werken. Men kan zich afvragen, of het tactisch gezien wel juist van hem is geweest, aan te kondigen dat hij daags na de door hem te winnen verkiezingen niet naar Özals paleis zal gaan om een formatie-opdracht in ontvangst te nemen. Hij erkent de “president die slechts 15 procent van het volk vertegenwoordigt” immers niet, en eist dat deze eerst aftreedt. Özal heeft reeds geantwoord dat hij nog vijf jaar mag en moet regeren, en dat hij van de grondwet iedere afgevaardigde met de formatie-opdracht kan bekleden. Ook kan hij binnen 45 dagen nieuwe verkiezingen uitschrijven.

De gemiddelde Turkse kiezer is vermoedelijk helemaal niet gediend van dit vooruitzicht op troebelen vlak na de verkiezingen. De sociaal-democratische leider Inüon en ook diens rivaal Ecevit hebben laten weten wel voor beraad naar Cankaya, de presidentswoning, te willen gaan. Wellicht heeft Demirel de hele verkiezingsslag toch iets te veel voorgesteld als een “vereffening van een rekening” waarbij zijn eigen persoon de hoofdrol speelt.

    • Frans van Hasselt