MALCOLM X; Een leider op zoek naar collectieve assertiviteit

Malcolm. The Life of a Man Who Changed Black America door Bruce Perry 542 blz., Station Hill Press 1991, f 62,40 ISBN 0 88268 103 6

Martin & Malcolm & America. A Dream or a Nightmare door James H. Cone 358 blz., Orbis Books 1991, f 57,40 ISBN 0 88344 721 5

De zwarte leider Malcolm X had er geen moeite mee zichzelf uit te roepen tot "America's angriest Negro', en daar zat wel iets in. Toen hij in februari 1965 - nog geen veertig jaar oud - werd doodgeschoten, herdachten de Amerikaanse media hem als een demagogische getto-crimineel die met zijn boodschap van geweld en rassenhaat, nu had geoogst wat hij zelf had gezaaid. In radicale zwarte kringen werd hij daarentegen bewierookt als de "black shining Prince' die stierf om zijn volk te verlossen.

Nu ruim een kwart eeuw later woedt er in de Verenigde Staten vrij plotseling weer een Malcolm X-rage. De herdrukte bundels met zijn redevoeringen vinden gretig aftrek en in menig studentenkamer prijkt levensgroot zijn portret. De "Black Panthers', die sinds kort weer actief zijn en dit jaar hun vijfentwintigste verjaardag vieren, wijdden het zomernummer van hun nieuwskrant geheel aan hem. Tieners, zowel zwart als blank, dragen t-shirts met zijn leuzen en uit de oordoppen van hun walkmans klinken op Malcolms uitspraken geënte hits als "Fight the Power'.

Vorig jaar maakte Madonna in haar videoclip "Get-out-the-vote' hem tot ikoon van de pop-cultuur. Malcolms eigen dochters zijn nu verenigd in de succesvolle popgroep Shabaz by Birth en transformeren zijn toespraken tot "rap songs'. Bovendien is de gevierde zwarte regisseur Spike Lee, die met zijn Hollywood-hit Do The Right Thing in hoge mate bijdroeg aan Malcolms huidige populariteit, nu bezig aan de herbewerking van een meer dan twintig jaar oud script over zijn leven. Het oorspronkelijke scenario is afkomstig van James Baldwin, maar deze was indertijd emotioneel niet bij machte het te voltooien.

Als voorschot op de film van Lee verscheen onlangs de biografie Malcolm. The Life of a Man Who Changed Black America van de hand van de aan de universiteit van Harvard opgeleide historicus Bruce Perry. Het boek schetst het opmerkelijke levenspad van een man die ervoor koos om "zwart' te zijn en die er in slaagde de onderhuidse woede van de Amerikaanse zwarte "underclass' te mobiliseren. Malcolm X leerde zwart Amerika, zoals het heet, "to be mean and black, and to hate the white man'. Hij baande de weg voor de "Black Power'-beweging die na zijn dood een geweldige vlucht zou nemen.

ZELFVERGROTING

Dit boek is min of meer bedoeld om de mythen rondom Malcolm te onrafelen. Die mythen zijn niet in de laatste plaats door de charismatische leider zelf in het leven geroepen. Zo stond zijn autobiografie The Autobiography of Malcolm X vol verdichtsels en opgeklopte zelfvergroting. Perry probeert ontmaskerend en ontnuchterend te werk te gaan. Het lukt hem inderdaad vele details op te helderen. Maar uiteindelijk wordt het bestaande beeld van Malcolm niet wezenlijk bijgesteld. Hij was het inderdaad, zo moet Perry concluderen, die bij de Afro-Amerikaanse bevolking een mentale revolutie van collectieve assertiviteit op gang bracht.

Malcolm Little werd in mei 1925 geboren en hij bracht zijn kinderjaren door op een armzalige boerderij aan de rand van een klein plattelandsstadje in de noordelijke staat Michigan. Perry besteedt veel aandacht aan de ambivalente houding waarmee zijn ouders hem bejegenden. Zijn licht roodbruine, bijna blanke huidskleur maakte hem tot hun favoriete kind, maar tegelijk was het een pijnlijke herinnering aan het van moederskant komende blanke bloed van verkrachtende slavenhouders. Malcolm kreeg vanwege zijn huidskleur binnen het gezin de spotnaam "Milky' en later zou hij vaak tobben over de vraag of hij wel het kind was van zijn zeer donkere vader. Zijn zelfvertrouwen werd ook al niet geholpen door het feit dat hij als telg van de Little-familie op twaalfjarige leeftijd al ruim 1.80 meter lang was. Aan de bijnaam "shorty' was niet te ontsnappen.

Malcolms vader was actief in de "Terug naar Afrika'-beweging van de in de jaren twintig immens populaire zwarte leider Marcus Garvey. Hij kwam jammerlijk om het leven toen hij bij een misstap onder de wielen van een tram geraakte. Malcolm was op dat moment zes jaar oud. Nog eens zes jaar later verdween zijn moeder in een psychiatrische inrichting. Malcolm ging van pleeggezin naar pleeggezin, maar hij werd vanwege "disciplineproblemen' steeds moeilijker plaatsbaar. Toen hij op school te kennen gaf dat hij advocaat wilde worden, adviseerde zijn onderwijzer hem "to be realistic about being a nigger' en hield hem het beroep van timmerman voor. Diep gefrustreerd over zoveel onbegrip reisde Malcolm naar Boston af en trok bij zijn oudere halfzus in.

"COCK SUCKING'

Daar ontpopte Malcolm zich als een obsessieve rokkenjager. Vanwege hun hoge statuswaarde had hij het vooral gemunt op blanke vrouwen. Om zijn kansen te vergroten, streek hij zijn kroeshaar glad met een diep op de hoofdhuid inbrandend smeermiddel. Aanvankelijk kwam hij aan de kost als schoenpoetser, kelner en sandwich-verkoper op de trein tussen Boston en New York. Deze laatste baan bracht hem in Harlem en daar maakte hij allengs carrière als een redelijk talentvolle "street hustler'. Perry suggereert zelfs dat Malcolm als homo-prostitué vermoedelijk werkzaam is geweest in het toen tamelijk lucratieve bedrijfsspecialisme van "cock sucking'.

Dat leven in de marge kon niet lang goed gaan. Na een gewapende roofoverval verdween Malcolm voor vier jaar in de gevangenis. Daar vond hij de rust voor stevige intellectuele arbeid. Hij las alles wat de gevangenisbibliotheek hem bood: Plato, Aristoteles, Hobbes, Schopenhauer, Nietzsche en zelfs het woordenboek werkte hij systematisch door. Juist in deze tijd brachten zijn broers hem in aanraking met het zwarte religieuze genootschap Nation of Islam (door de media later aangeduid als de "Black Muslims'). Zelfverheffing door gebed en ascese, zwart seperatisme en de idee dat het blanke ras een kwaadaardige genetische aberratie was, waren de belangrijkste geloofsartikelen.

Als een moderne Paulus zag Malcolm het licht, bekeerde zich en verving zijn oude "slaven-achternaam' door de letter "X' die het symbool werd van zijn nieuw verworven identiteit. Vanuit de gevangenis onderhield hij een intensieve correspondentie met zijn autoritaire leermeester en voorman van de Nation of Islam, Elijah Mohammed. Een bekeerling was geboren, en met een zelotische bekeringsdrift bovendien.

Eenmaal vrij stampte Malcolm in duizelingwekkend tempo overal in de getto's van de grote steden moslim-tempels uit de grond. Landelijke bekendheid kreeg hij in het begin van de jaren zestig door zijn van bijtende spot doortrokken redevoeringen die hij hield op de straathoeken en later ook op de universiteiten. Op het toppunt van zijn roem was hij daar zelfs na de ultra-conservatieve Republikein Barry Goldwater de meest gevraagde gastspreker.

Tegenover de "American dream' en de optimistische de Kennedy-jaren stelde Malcolm de verpletterende "American nightmare' van de 22 miljoen zwarten die het slachtoffer waren van de Amerikaanse samenleving. Dominee Martin Luther King Jr. maakte hij uit voor de hulpvaardige "Uncle Tom' die de "blue-eyed devil' ooit had gediend. Zelf verachtte hij geweldloos protest en riep op om de bevrijding van zwart Amerika te bevechten, ""by any means necessary'. Zwarte "rifle groups' moesten "oog om oog, tand om tand' het blanke geweld vergelden.

PREEKVERBOD

Toen de Verenigde Staten in diepe rouw gedompeld waren na de moord op president Kennedy, begroette hij met zijn bekende ironische grijns de aanslag met het spreekwoord de "chickens have come home to roost' (hetgeen zoiets betekent als "zijn eigen trekken thuis krijgen'). Dat was een slechte grap op een slecht moment. Geestelijk voorman Elijah Mohammed, die vreesde door Malcolm te worden overvleugeld, greep dit voorval dankbaar aan om zijn radicale volgeling een preekverbod op te leggen. Ervan bewust dat zijn rol bij de Black Muslims was uitgespeeld, trad Malcolm kort daarop uit de sekte.

De negen resterende maanden van Malcolms leven waren hectisch. Hij ging op bedevaart naar Mekka en bad er gezamenlijk met blanke moslim-broeders wier "eyes were the bluest of blue'. Vervolgens toerde hij onder zijn nieuwe moslim-naam El Hajj Malik El Shabazz door de jonge staten van Afrika waar hij zich introduceerde met: ""Ik ben van Amerika, maar ik ben geen Amerikaan.' Terwijl hij het emancipatie-streven van zijn zwarte landgenoten verbond met de strijd van de Derde Wereld tegen het kolonialisme, hoopte hij steun te vinden voor zijn plan om Amerika in de Verenigde Naties veroordeeld te krijgen voor het in eigen land schenden van de mensenrechten.

In de Verenigde Staten maakte Malcolm echter weinig indruk met zijn nieuwe imago van in witte pij gehulde beschermer van de mensenrechten. Hij trachtte uit alle macht de basis van zijn tamelijk smalle achterban te verbreden en zocht daarvoor tevergeefs toenadering tot King. Hij was in Selma toen de dominee daar in de gevangenis zat. Zijn bezoek aldaar werd echter allerminst op prijs gesteld, hoewel hij Kings echtgenote Coretta ervan verzekerde dat haar echtgenoot alleen maar wilde helpen door het witte establishment met een afschrikwekkend alternatief te confronteren.

TEGENPOLEN

Het contact tussen King en Malcolm zou uiteindelijk beperkt blijven tot een toevallige ontmoeting in Washington toen zij op de publieke tribune het senaatsdebat over de "Civil Rights Bill' volgden en zij samen door de pers voor de camera werden gesleept. Daarom heeft het eerder dit jaar verschenen Martin & Malcolm & America. A Dream or a Nightmare iets geforceerds. In dit boek trekt de zwarte theoloog James Cone een vergelijking tussen King en Malcolm. Zij zouden elkaars tegenpolen zijn in wat de zwarte intellectuele voorman W. E. B. Du Bois aan het begin van deze eeuw omschreef als de dubbele identiteit van de zwarte Amerikaan: Amerika en Afrika, ""two souls, two thoughts, two unreconciled strivings, two warring ideals in one dark body'.

Op een interessante maar soms wat zoetsappige wijze betoogt Cone dat de kleine corpulente King en de magere boomlange Malcolm diepe bewondering voor elkaar koesterden en dat zij elkaar aanvulden als "yin en yang'. Bovendien zouden zij steeds meer naar elkaar toegroeien. Malcolm werd steeds minder militant terwijl King daarentegen juist meer en meer zou radicaliseren. Het boek bewijst uiteindelijk vooral hoe de mythes van de twee dode negerleiders ongestraft te gebruiken zijn om een preekje voor eigen parochie te houden.

De wat nuchterder Perry typeert Malcolm als een duif met haviksveren. Ondanks zijn militante retoriek hield hij zich immers altijd angstvallig buiten gewelddadige acties en was het ironisch genoeg King die met zijn christelijke naastenliefde keer op keer met veel tumult in de gevangenis belandde. Na zijn breuk met de Black Muslims veranderde Malcolm volgens Perry, in een politieke kameleon die wanhopig probeerde ergens bij te horen.

Op het laatst deed hij zelfs zijn best om zijn antisemitisch en anti-feministisch imago van zich af te schudden. In zijn pogingen om zowel militante als gematigde zwarten aan te spreken, liet hij zich steeds dubbelzinniger uit en zwenkte hij vertwijfeld naar alle richtingen, met als gevolg dat zijn ideologische positie volkomen onduidelijk werd.

Dit alles resulteerde, zo betoogt Perry, in de situatie dat Malcolm na zijn dood geclaimd kon worden door groeperingen van diverse pluimage. Zeer diverse linksachtig georiënteerde groepen, van trotskisten tot christen-socialisten, eisten hem op als hun held omdat hij begrepen zou hebben dat racisme en kapitalisme onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Voor zwarte radicale groeperingen werd hij de grote inspirator van het seperatisme en het Afrocentrisme. Voor de meer gematigde kringen was hij acceptabel omdat hij uiteindelijk aansluiting had gezocht bij de "mainstream' van de burgerrechtenbeweging. Kortom, zoals James Baldwin het indertijd treffend uitdrukte: ""Voor elke gelegenheid is er wel een Malcolm.'

SENIELE HYPOCRIET

Volgens Perry is Malcolm nooit over zijn breuk met de Black Muslims heengekomen. Aan de Nation of Islam had hij zijn hele leven gegeven en na zijn uittreding was de bodem uit zijn bestaan gevallen. Tegen de journalist Alex Haley van de Reader's Digest (die hem later hielp bij het schrijven van zijn autobiografie) zou hij gezegd hebben: ""Each day I live as if I am already dead.'

Daar stak veel waarheid in. Met een vrijwel onbeteugelde zelfvernietigingsdrang ging Malcolm zijn ondergang tegemoet. Hij noemde zijn vroegere leermeester Elijah Mohammed, die hij ooit geprezen had als zijn "redder', een seniele hypocriet die slechts belust was op geld en seks. Hij spoorde zelfs een aantal ex-maitresses van de geestelijk voorman aan via de rechtbank alimentatie voor hun buitenechtelijke kinderen af te dwingen. Verder beschuldigde hij Mohammed ervan contact te onderhouden met de Ku Klux Klan (waar immers in omgekeerde vorm dezelfde separatistische idealen werden nagestreefd). Zijn eigen Black Muslim-verleden deed hij af als een dwaling van een gehypnotiseerde zombie.

Dat stelden de Moslim-broeders niet op prijs en de "hit men' van Elijah Mohammed zaten Malcolm al spoedig op de hielen. En dat wist Malcolm maar al te goed. Enkele dagen voor zijn dood verklaarde hij: ""It's a time for martyrs now. And if I'm to be one, it will be in the cause of brotherhood.'

Perry heeft twintig jaar aan zijn Malcolm-biografie gewerkt en meer dan tweeduizend dossiers van de FBI, CIA en de New York City Police doorgenomen. Hij beweert dat hij geen aanwijzingen heeft kunnen vinden voor de betrokkenheid van de Amerikaanse overheid in de moord op Malcolm. Ondanks de nog altijd hardnekkige geruchten over een gezamenlijk complot van de Black Muslims met de FBI, is Perry ervan overtuigd dat het een pure wraakactie was van de moslims. Het was Elijah Mohammeds bekende recept voor afvalligen. Dat neemt niet weg dat de direkteur van de FBI, J. Edgar Hoover, Malcolm voortdurend liet schaduwen. Er bevond zich zelfs een geheim agent in Malcolms eigen lijfwacht. Maar van medeplichtigheid was, aldus Perry, geen sprake. Volgens hem zou Hoovers clandestiene oorlog tegen zwart Amerika pas twee jaar later beginnen.

    • Thomas Bersee