KATYN

Katyn. The untold story of Stalin's Polish massacre door Allen Paul 390 blz., geïll., Charles Scribner's Sons 1991, f 59,65 ISBN 0 684 19215 2

Het raadsel van de massamoord in Katyn is definitief opgelost. Een voormalig lid van de Russische geheime politie heeft begin deze maand een gedetailleerde getuigeverklaring gegeven van de moord op duizenden Poolse officieren in de Tweede Wereldoorlog. Vladimir Tokaryev was hoofd van de NKVD te Kalinin toen met de slachting in april 1940 werd begonnen. Tegen een aantal militaire aanklagers vertelde de nu 89-jarige Tokaryev hoe een maand lang, 250 Polen per dag één voor één gedood werden in een afgescheiden deel van de NKVD-gevangenis. In totaal werden in Kalinin 6.295 Polen vermoord. Het hele verhaal was te lezen in The Observer van 6 oktober 1991.

Helaas kwam deze bekentenis te laat om nog door Allen Paul in Katyn. The untold story of Stalin's Polish massacre opgenomen te worden. Niet dat de bekentenis van het NKVD-hoofd het boek anders van inhoud had gemaakt. Uit het beschikbare materiaal was allang duidelijk wie voor de massamoorden verantwoordelijk was. Paul voegt niet zo gek veel toe aan wat we al wisten. Het probleem met Katyn was eerder dat niet iedereen de waarheid onder ogen wilde zien. Zo schreef Jan Blokker over Johan Naters boek Katyn, de ontrafeling van een massamoord (1988) ""Van sommige evenementen in de geschiedenis moet in moedeloosheid worden vastgesteld dat we er waarschijnlijk nooit het fijne van zullen weten.' Dat gold volgens hem zelfs als ooit getuigen gevonden werden! ""Er moeten - ergens,' meende Blokker indertijd, ""nog redelijk bejaarde mannen rondlopen die indertijd deel hebben gehad aan het monnikenkarwei om wagonladingen vol mensen stuk voor stuk op de rand van tevoren gegraven massakuilen (sic) met een nekschot om het leven te brengen. Maar er is weinig kans dat ze hun zonde alsnog zouden opbiechten, en al zouden ze, er is nog minder kans dat hun getuigenis voor geloofwaardig zou worden gehouden.' De getuigenissen van Tokaryev laten echter weinig ruimte voor twijfel.

Wat wisten we met zekerheid? Hitler en Stalin sloten in 1939 een pact en spraken af dat zij Polen onderling zouden verdelen. Na de Duitse inval in 1939 werden 15.000 Poolse officieren door de Russen krijgsgevangen gemaakt en naar drie kampen overgebracht: Starobielsk, Kozielsk en Ostashkov. Begin april 1940 kwam plotseling een einde aan de contacten die de krijgsgevangenen met hun familie mochten houden. Drie jaar later maakte radio Berlijn melding van een lugubere vondst in het bos van Katyn. Bijna vierduizend lijken (3.897) werden door de Duitsers opgegraven. Hun handen waren op hun rug gebonden, in hun achterhoofd zat een kogelgat. De Duitsers zeiden dat de Russen voor het bloedbad verantwoordelijk waren geweest, de Russen beschuldigden de Duitsers.

De Amerikaanse journalist Allen Paul ging de levensgeschiedenis na van een paar officieren en hun directe verwanten. Hij wist een aantal overlevenden op te sporen van het drama dat zich in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelde. Het is een macabere reconstructie van de selectie van de officieren, hun gevangenschap, hun executie en de pogingen de moorden te verzwijgen en later op conto van de Duitsers te schrijven. Ook de houding van de geallieerden wordt belicht.

Het was Churchill er begrijpelijkerwijze alles aan gelegen de coalitie met Stalin overeind te houden. Het aandringen van de Polen op bekendmaking van de waarheid omtrent Katyn kwam hem slecht uit. Van een politicus kunnen we verwachten dat een onwelgevallige waarheid gewoon ontkend wordt. Voor journalisten en historici geldt dat niet. Toch lag Katyn tot ver na de oorlog ook onder intellectuelen gevoelig. In het Koude-Oorlogs denken kon de vijand van onze vijand niet anders dan onze vriend zijn. Dat onze eertijdse bondgenoot al vanaf 1939 op grote schaal misdrijven tegen de mensheid bedreef, is door velen jarenlang ontkend. Zoals dat wel vaker gaat werden niet de beulen, maar de slachtoffers in een kwaad daglicht gesteld. Zo meende Blokker indertijd: ""Je kunt op zijn minst enig begrip opbrengen voor (Stalins) woede over de tamelijke gretigheid waarmee de Polen in Londen geneigd waren de versie van Goebbels te geloven.' Na Nater, Fitzgibbon, Mikhail Heller en nu ook Allen Paul moeten we toch eerder Goebbels dan Blokker geloven.

    • Hans Moll