Kapitaalmarkt wil transparantie

In de tweede fase van het Nationale Economiedebat worden de komende zaterdagen op deze plaats in de krant negen thema's belicht. Ze zijn ontleend aan de uitkomst van de afgelopen zomer gehouden enquête, waarmee de discussie over de vitaliteit van de Nederlandse economie werd gestart. Vandaag: Kapitaal en kapitaalmarkt.

Particulier en bedrijfsleven zien zich op de kapitaalmarkt geconfronteerd met een wassende stroom van beleggingsalternatieven en financiële instrumenten. De - internationale - concurrentie tussen banken, verzekeraars en andere instellingen die opereren op de kapitaalmarkt zal de komende jaren verder toenemen.

De kapitaalmarkt is een financiële markt waarop geld geruild wordt tegen vermogenstitels met een looptijd van twee jaar of langer, zoals effecten (aandelen en obligaties), onderhandse leningen en hypotheken. Daarnaast zijn er "mengprodukten' zoals bij voorbeeld spaarhypotheken en lijfrentepolissen.

De afgelopen decennia is de angst van particulieren om schulden aan te gaan zienderogen afgenomen. Zo is het geven van een hypotheek ter financiering van een huis de gewoonste zaak van de wereld geworden. "Rood staan' bij bank of giro is niet meer iets om je voor te schamen.

De besparingen zijn gestegen als gevolg van de toegenomen welvaart. Vroeger werden de spaarcenten automatisch op een spaarrekening gezet, nu neemt de behoefte toe aan beleggingen die een hoger rendement bieden. Particulieren zijn bereid grotere risico's te nemen.

Beleggen in beleggingsfondsen als Robeco- en bankfondsen is daardoor fors toegenomen. De gemiddelde particulier heeft geen zin zijn drukbezette vrije tijd te besteden aan effectenmarkten. Dat laat hij liever over aan professionals. Jaarlijks komen er alleen al op de Amsterdamse beurs tientallen beleggingsfondsen bij.

Maar steeds meer particulieren komen er nu achter dat de computers, dure kantoorgebouwen en directie-auto's waarmee de fondsbeheerders zich omringen althans in een periode van drie tot vijf jaar vaak geen hoger rendement opleveren dan een risicoloze spaarrekening. De prestaties van diverse beleggingsfondsen zijn steeds vaker aanleiding tot kritiek.

De teleurstellende rendementen werden deze week nog eens geïllustreerd door een rapport van de afdeling Beleggingsonderzoek van ABN Amro. De grootbank bracht de resultaten in beeld van 68 beleggingsfondsen gedurende de periode augustus 1988 tot augustus 1991. Slechts 17 fondsen deden het beter dan de marktrente, de rest zat daar soms ver onder.

Gevolg is dat beleggers zich voorzichtiger zullen opstellen en beleggingen in meer risicomijdende beleggingsvormen zullen preferen boven meer-risicodragende aandelen. Dat valt ook af te leiden uit de omzetten op de Amsterdamse effectenbeurs, waar het aandeel van de obligatiehandel groeit ten koste van de aandelenomzetten. Het aanbod van staatsobligaties zal bovendien stijgen doordat het beroep van de overheid op de kapitaalmarkt verder groeit.

De beleggingsfondsen zullen steeds agressiever met elkaar in de slag gaan om de gunst van de belegger te verwerven. In navolging van het buitenland worden de prestaties van verschillende fondsen met elkaar vergeleken, vaak onderbouwd met indrukwekkend ogend statistisch materiaal.

Tussen banken en verzekeraars zal de concurrentie bij de ontwikkeling van nieuwe produkten verder toenemen. De laatste jaren zijn steeds meer "mengprodukten' op de kapitaalmarkt geïntroduceerd, die soms ingenieus inhaken op de fiscale wetgeving.

Voorbeelden daarvan zijn spaarhypotheken en eigen lijfrentepolissen, waarbij het spaardeel naar het bancaire circuit wordt overgeheveld. Andere snel aan belang winnende produkten zijn risicodekkingsinstrumenten zoals papier met variabele rente, opties en termijncontracten, rente- en valuta-swaps. Deze nieuwe instrumenten worden vooral gebruikt door het bedrijfsleven en institutionele beleggers, zoals verzekeraars en pensioenfondsen.

De concurrentie op de kapitaalmarkt neemt ook toe doordat steeds meer buitenlandse financiële instellingen, zoals banken, effectenhuizen en verzekeraars, zich op de Nederlandse markt wagen. In tegenstelling tot de impasse waarin de GATT-onderhandelingen over liberalisatie van de landbouw verkeren, boeken de onderhandelaars in Genève vooruitgang bij de financiële diensten. Gevolg van een dergelijke GATT-overeenkomst zou zijn dat buitenlandse financiële instellingen niet meer benadeeld kunnen worden ten opzichte van Nederlandse bedrijven.

De Europese kapitaalmarkten worden nu nog gekenmerkt door fragmentatie, maar vooral de nationale effectenbeurzen, waaronder Amsterdam, merken steeds meer dat vragers en aanbieders van kapitaal grote transparante markten met voldoende liquiditeit eisen. Gevolg is dat de handel in de grotere Nederlandse, Duitse, Franse en Italiaanse aandelen zich steeds meer in Londen afspeelt. Dat proces lijkt zich door te zetten, ondanks tal van initiatieven om de concurrentiekracht van Amsterdam als financieel centrum te vergroten.

Om het hoofd te bieden aan de "mondialisering' van de kapitaalmarkt werken Nederlandse banken en verzekeraars steeds nauwer samen. Fusies zoals de van Rabo-Interpolis, Amev en Verenigde Spaarbank en Nationale Nederlanden-NMB Postbank zijn bovendien ingegeven door de behoefte distributiekanalen te combineren. Zo verkoopt Robeco zijn beleggingsfondsen tegenwoordig via het kantorennetwerk van de Rabo Bank.

Een andere reden voor samenwerking is het winnen van de strijd om de spaargelden van vooral particulieren. De banken zitten in het bijzonder om deze spaargelden verlegen als zij betrokken willen blijven bij de financiering van omvangrijke projecten, bijvoorbeeld in Oost-Europa.

De kredietcapaciteit van het internationale bankwezen is de laatste jaren sterk verminderd doordat de winsten van Amerikaanse en Japanse banken fors zijn gedaald. Vanaf begin dit jaar geldt het voorschrift van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) dat 7,25 procent van de risicodragende leningen gedekt moet zijn door eigen vermogen.

    • Paul Wessels