Een oorlogsverklaring

EEN ZEKERE jaloezie zal minister Van den Broek gisteren niet hebben kunnen onderdrukken. Vertoonden de opeenvolgende vredesconferenties over en bestandsakkoorden in Joegoslavië maar enige overeenkomst met het succes, hoe betrekkelijk ook nog, dat de Amerikaanse collega in Israel wist te boeken. Voor de Nederlandse bewindsman viel er overigens ook wat te vieren. Hij had immers het hele Joegoslavische presidium, inclusief de presidenten van de verschillende republieken in Den Haag bijeen gekregen, hij had ze gedwongen ter plaatse bevelen aan hun respectieve troepen in het veld uit te vaardigen voor een nieuw bestand en ten slotte voelde hij zich gesteund door een gezamenlijke verklaring van de VS, de Sovjet-Unie en de Europese Gemeenschap waarin de strijdende partijen met sancties werden gedreigd als zij zich niet bij een min of meer opgelegde regeling zouden aansluiten.

Helaas moet worden gezegd dat de Twaalf er maar niet in slagen de in de Servisch-Kroatische burgeroorlog opgelopen achterstand ongedaan te maken. In de spannende zomerse dagen voorafgaande aan het uitbreken van de eerste schermutselingen in de Kroatische grensdorpen hadden de voorstellen wellicht een kans gemaakt. Kroatië was toen nog intact en deze republiek zou misschien in ruil voor extra hulp en de toezegging van erkenning op termijn bereid zijn geweest om de Servische minderheden tegemoet te komen. Maar Europa behield zijn voorkeur voor het behoud van de federale structuur en het gaf daarmee alle eventuele troeven bij voorbaat uit handen.

NU KROATIË de burgeroorlog heeft verloren en als zelfstandige republiek nauwelijks meer bestaansmogelijkheid heeft, zijn de Europese voorstellen niet veel minder dan een oorlogsverklaring aan Servië en het zogenaamde federale leger. Deze hebben inmiddels grote delen van Kroatië bezet en het is moeilijk voorstelbaar dat zij hun veroveringen waarvoor zij een hoge prijs hebben betaald, op last van een papieren dreigement weer zouden opgeven. De Servische president Milosevic liet in Den Haag geen twijfel bestaan: een internationaal forum kan het ruim zeventig jaar oude Joegoslavië niet zomaar aan de kant schuiven, de binnengrenzen van het land kunnen niet van buitenaf worden opgelegd.

Van Europese kant is al vele malen gewaarschuwd dat het geduld opraakt zonder dat partijen in Joegoslavië daar zichtbaar van onder de indruk raakten. Minister van den Broek kondigde aan dat er uit een ander vaatje zal worden getapt als de rivalen nu nog niet voor rede vatbaar blijken. Wijselijk liet hij zich niet uit over de inhoud van dat vaatje.