DROGE WATERVALLEN IN DE ACHTERTUIN

Japanse tuinen door Arend Jan van der Horst 152 blz., Groen Boekerij-Zomer en Keuning 1991, f 69,50 ISBN 90 210 01 268

Hoe komt het dat de Japanners, wanneer zij de bedoeling hebben een natuurlijk landschap van hun land in hun tuin te recreëren, niet de heesters gebruiken die in het wild voor hun deur groeien? Als je denkt aan de moeite die Westerlingen zich hebben getroost om uit het Verre Oosten planten te importeren als de magnolia, de rhododendron en de hydrangea, dan is haast niet te begrijpen dat de tuinen in Japan er niet vol mee staan. En toch, volgens Arend Jan van der Horst in Japanse tuinen. Eeuwenoude tradities in de hedendaagse tuinarchitectuur, is dat niet het geval; ze gebruiken ze eenvoudig niet.

Iets dergelijks geldt ook voor China: als iets niet in het verleden in de officiële cultuur werd opgenomen krijgt het geen tweede kans. Zo komt er in Japanse tuinen geen hydrangea meer aan te pas, nooit. Wat deugt er dan niet aan hydrangeas? Van der Horst veronderstelt dat Japanners niet houden van haar uitgemergelde silhouet in de winter, maar ik denk dat er nog een andere reden is. Als je de foto's in het boek goed bestudeert - prachtige foto's, elke tuin mooier dan de vorige - dan is er iets dat opvalt, er ontbreekt iets: bloemen. Alles is groen, verschillende tinten groen, met een enkele keer wat bruinig gebladerte.

Natuurlijk zou dit een weerspiegeling kunnen zijn van de voorkeuren van de de schrijver, hoewel hij het wel ergens heeft over het ""kleurig spektakel, dat ieder voorjaar opwindend maakt'', wanneer die prachtige bolvormige azaleas in bloei staan (overigens ben ik zelf niet zo dol op azalea's en ik kan er in komen dat iemand ze mooier vindt als ze uniform groen zijn). Afgezien daarvan schijnt het dat de Japanners zichzelf alleen maar toestaan bloemen in de tuin te bewonderen wanneer de kersebloesems uitkomen.

VULGAIRE ETALAGE

Ik kan me voorstellen hoe een klassieke 17de-eeuwse Japanse tuinontwerper voor een Westerse vulgaire etalage van kleuren zou terugdeinzen in afschuw: geen rotsen? geen mos? geen wit zand? Het zonderlinge is dat de meeste westerlingen daarentegen Japanse tuinen wel mooi vinden. Ze zijn ook mooi, dat is niet te ontkennen, mooi op dezelfde manier als de Japanse voorwerpen die wij in het Westen zien: thee-serviezen, kimono's, lakwerk. Pas wanneer je probeert de symboliek er achter te begrijpen gaat het de mist in; die rotsen, die vertegenwoordigen dus de eilanden in de Binnenzee? Hoe zou het zijn als iedere vijver in elke Hollandse tuin het IJsselmeer voorstelde en iedere zonnebloem de geest van Van Gogh?

Stel je verder voor dat die waterpartijen alleen maar symbolisch water zouden bevatten, bijvoorbeeld grind. Dat is een voorbeeld, volgens Van der Horst, van fuzei, een nogal mistig begrip in het Japanse tuinontwerp. Zo is er de regel van theemeester Tachibana Toshitsuna (1027-1094): ""U moet ook de Fuzei tot uitdrukking laten komen, die door een natuurlijk terrein kan ontstaan.'' Fuzei, schrijft Van der Horst, ""zou men kunnen vertalen met "door een beeld van emotie op te roepen'. Het begrip "fuzei' kan men begrijpen als men aan de droge waterval van keizer Saga denkt.''

Ik moet zeggen dat ik daar niet veel wijzer van word. Het Japanse woordenboek vermeldt ""appearance, air, taste, flavour, elegance'' en geeft als voorbeeld: ""deze tuin is smaakvol aangelegd'' - een voorbeeld van wat je in het Engels zou noemen: "circular, or fuzei thinking'.

Het heeft iets ongelofelijks dat een boek met zoveel vreemde woorden en namen zonder index wordt gepubliceerd. Een chronologische tabel van de Japanse tuingeschiedenis zou ook niet overbodig zijn geweest. Over de juistheid van de Japanse termen durf ik mij niet uit te spreken, maar de Chinese namen zijn de gebruikelijke knoeiboel van door elkaar gebruikte fonetische systemen, hetgeen soms fouten oplevert (bijvoorbeeld Quilin voor Guilin, Behai voor Beihai) die in een dergelijk boek niet voor zouden mogen komen.

Maar het dient gezegd dat Van der Horsts beschrijvingen van hoe Japanse tuinen worden gezien tot de verbeelding spreken. Zoals de juiste manier waarop de tuin moet worden betreden. De gedachte te zitten of te knielen voor een scherm dat dan wordt weggehaald om de pracht buiten te onthullen is aantrekkelijk. Het herinnert me aan wat iemand mij vertelde over de niet door iedereen even gewaardeerde Japanse tuin in de Leidse Hortus: Japanse bezoekers benaderen die nogal anders dan wij doen. Wij stormen naar binnen, vermanende kinderen niet op het grind te lopen en vragen ons af of dat nu alles is. Zij buigen eerst naar het beeld van Von Siebold en bewonderen dan de rotsen.

FRUSTRATIES

Het lot van een Japanse tuinier is niet benijdenswaardig. Zorgen dat een Japanse tuin er echt kunstmatig (of kunstmatig echt) uit blijft zien, vergt een gigantische hoeveelheid werk. Geen wonder dat het ideaal een tuin is die bestaat uit wat rotsen omgeven door grind of zand. Van der Horst geeft een levendige beschrijving van de frustraties verbonden aan het bezoeken van de befaamde Ryan-ji. Het bereiken van de juiste meditatieve stemming om door te dringen in de symboliek van de rotsen is lastig als je voortdurend onder de voet wordt gelopen door zwermen lawaaiige schoolkinderen en groepsleiders met megafoons en vlaggetjes. Het schijnt dat er een miljoen bezoekers per jaar komen, die elk zes gulden betalen, waarover de tempel geen belasting is verschuldigd.

De onfortuinlijke Japanse tuinier die werkt in een tuin met echte bomen heeft het druk: alles moet onophoudelijk worden gesnoeid en bijgeknipt. Om de dennebomen op orde te krijgen, is het nodig de naalden een voor een te verwijderen, als de stekels van een egel. Niet alleen de grond maar ook het mos moet voortdurend worden schoongeveegd. Afgevallen bladeren worden beschouwd als niet mooi, en ze zijn ook niet goed voor het mos. Er is het verhaal van een Japanner die net zijn tuin had schoongemaakt toen er bezoek werd aangekondigd. Terwijl zijn vrouw de deur opende, vloog de eigenaar naar buiten en begon aan de boom te schudden, waardoor er een paar bladeren op verantwoorde wijze naar beneden dwarrelen - fuzei! Net op tijd, nu kon de tuin gezien worden.

    • Sarah Hart