De laatste wachtkamer; Elke dag een runderlapje en het is gegarandeerd oorlog in het Bartholomeus Gasthuis

Zaterdag 26 oktober is het open dag in de bejaardenhuizen om personeel te krijgen, want daar is een tekort aan. Een van de oorden is het Utrechtse Bartholomeus Gasthuis, een gemeenschap waar, zoals overal elders, de bewoners almaar ouder en hulpbehoevender worden en het personeel steeds gejaagder. "Ze razen als het ware langs je deur. Het liefst zouden ze de boterhammen door de brievenbus gooien.'

In de hal van het Bartholomeus Gasthuis voor bejaarden in Utrecht zit steevast Manus. Hij is 81 jaar en rookt onophoudelijk zware shagjes. ""Hier is vertier'', zegt de voormalige machinist op sleepboten uit Rotterdam. Er sloft een medebewoner langs. ""Het zijn bepaald geen jonge knullen die hier lopen.'' En dan lacht hij tot zijn eerbiedwaardige baard ervan schudt.

Je ziet ze ook wel in groepjes zitten bij de liften, want daar komt nog eens iemand uit. Of ze kijken in de serre naar het verkeer op de Catharijnesingel, die aan het tehuis grenst. Daar hoor je flarden van een gesprek. ""Het wordt herfst, straks gaan de blaren vallen (...) De goede tijden zijn voorbij.''

Anderen komen zelden meer van hun kamer. Een aantal heeft overdag altijd de deur openstaan en men ziet ze nauwlettend de passanten opnemen. ""Zo blijf je er een beetje bij.''

De weduwe van 75 jaar heeft de deur dicht. Haar kamer is een kleine replica van haar vroegere huis, maar altijd is er dat bed waar je tegenaan zit te kijken. Zoals in de meeste kamers ook hier veel portretten van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen of van het gouden huwelijksfeest. Als ze over hun verwanten praten, pakken ze vaak een lijstje in de handen en vegen er even koesterend overheen.

De 75-jarige weduwe lijdt aan suikerziekte, tobt met de lever en heeft rugklachten. Ze woont viereneenhalf jaar in het Utrechtse bejaardenoord. ""Ik zou zo graag terugwillen naar mijn huis, want ik kan hier maar niet wennen. Ik voel me niks beter dan de anderen, maar ik kan er niet tegen als ik mensen hoor roepen: zuster ik heb een snotneus, zuster ik moet plassen. Het personeel bedoelt het goed, maar ik ben hier zo afhankelijk geworden als een klein kind. Het is maar steeds vragen om hulp.'' Ze mist haar hondje, dat ze niet mocht houden toen ze hier introk. Haar papegaai mocht ze wèl meenemen. Dan opeens ziet ze de realiteit onder ogen: ""Een weg terug is er niet. Dit is echt het laatste station.''

Bartje

Het Bartholomeus Gasthuis is een verzorgingstehuis (niet te verwarren met verpleeghuis) voor 101 bejaarden, die gemiddeld 83,3 jaar oud zijn. In de volksmond wordt het ook wel Bartelogemie of Bartje genoemd. Het is gevestigd in het uit 1367 stammende gebouw dat werd gesticht "voor ellendighe arme menschen, die siec ende beddevast ligghen'. Het was altijd vrijelijk voor iedereen toegankelijk, maar sinds dit jaar is het aantal insluipingen zo toegenomen dat men zich nu moet melden bij de receptie alvorens de tochtdeur opengaat.

Het Gasthuis ligt in de Utrechtse binnenstad aan de Lange Smeestraat. In 1987 kwam er achter het monument een geheel nieuw complex. Het oogt helder en gastvrij. De sfeer doet vriendelijk aan. Het personeel maakt een geduldige indruk. De teamgeest wordt allerwege geprezen. Waar nodig springt men elkaar bij. Een verzorger: ""Roeping is het niet, maar je moet wel de intentie hebben om hun laatste levensjaren zo prettig mogelijk te maken en om ze uit hun isolement en eenzaamheid te halen. Dat is niet altijd dankbaar werk. Er zijn wel mensen die je het bloed onder de nagels uithalen of die in je gezicht vriendelijk zijn, maar achter je rug over je mopperen. Er zijn ook mensen voor wie je nooit iets goed kunt doen, maar de meesten tonen hun dankbaarheid en dat pept je dan weer op.''

De bewoners, van wie de overgrote meerderheid vrouwen , komen voornamelijk uit de Utrechtse arbeidersstand. ""Mensen met geld'', zegt een 94-jarige vrouw, ""kunnen zich thuis hulp aanschaffen of in een dure serviceflat gaan zitten.''

Het jaarlijkse budget is ongeveer vier miljoen gulden. Er zijn 58 personeelsleden op 43 formatieplaatsen. Dat zijn drie formatieplaatsen minder dan men gezien de toenemende werkdruk eigenlijk zou moeten hebben, maar ook dit tehuis ontkwam niet aan de bezuinigingen. Met de directe verzorging zijn overdag twaalf mensen bezig, 's avonds drie en 's nachts twee.

Hoofd verzorging P. Kaastra: ""Met het aantal personeelsleden gaat het net. Als ik eerlijk moet zijn, dan denk ik dat in bejaardentehuizen veel tijd verloren gaat met evaluatie- en werkbesprekingen. Dat valt hier nog mee. Ik roep ze wel bij elkaar als het ècht nodig is.''

Vliegwerk

De verzorgingsbehoefte wordt nauwkeurig bijgehouden in lijsten van het ADL-registratiesysteem (Algemene Dagelijkse Levensbehoeften). In het Utrechtse gasthuis komt men per bewoner per dag uit op 86,4 minuten "meerzorg', dat wil zeggen de zorg die moet worden gegeven bovenop het schoonhouden van de kamer, waarvoor exact 55 minuten per week staat en het aanreiken van koffie en thee en het eten. Ook andere zaken staan nauwkeurig vast: een voedingsdagprijs per bewoner van ƒ 7,20, ƒ 279,53 zakgeld waarvan men zijn telefoon, de krant, kleding, uitstapjes enzovoort moet betalen en minimaal 24 vierkante meter kamerruimte voor een alleenstaande en 36 voor een echtpaar (in het Gasthuis wonen op dit moment maar vijf echtparen).

Volgens directeur A. Schrijver is de meerzorg tweemaal zo groot als tien jaar geleden. Aan de hand van de ADL-registratie konden de tehuizen tot vier jaar geleden eventueel meer geld voor meer personeelsleden claimen, maar tegenwoordig krijgt men een vast - de laatste vier jaar steeds lager - bedrag per jaar en daarbinnen moet men het zien te redden. Dat lukt met veel kunst- en vliegwerk, maar sommige bewoners merken het toch: ""Het personeel raast als het ware langs. Het liefst, denk ik wel eens, zouden ze de boterhammen door de brievenbus gooien.''

Vóór het betreden van de kamers is volgens de huisregels bellen of kloppen verplicht, maar de handelingen vervloeien in één gebaar, want er is geen tijd te verliezen. Alles gebeurt met doortastende, gedisciplineerde snelheid. ""Vroeger'', zegt bejaardenhelper P. van der Veen (25), ""liep de avonddienst tot 9 uur, nu is het 10 uur geworden, maar je moet nog harder werken. Je gaat gewoon aan één stuk door.''

""We staan'', zegt Schrijver, ""al jaren op hetzelfde aantal formatieplaatsen, terwijl de behoefte aan verzorging groeit, omdat de mensen steeds ouder en gebrekkiger worden. Daardoor heeft het personeel alleen maar tijd voor de handelingen, die hoogst noodzakelijk zijn. Voor sociale aandacht, zeg maar voor een praatje, schiet weinig meer over.'' Mevrouw N. Ott, die voor de koffie en de thee zorgt: ""Ze houden je aan voor een onderonsje, maar dan zeg ik: we praten morgen of de volgende week wel verder. De klok loopt onverbiddelijk door.''

Niet feodaal

Bartholomeus is een van de ruim 1500 tehuizen, die zijn aangesloten bij de Vereniging van Nederlandse Bejaardenoorden (VNB) en het zou volgens ingewijden "redelijk respresentatief' zijn. De bejaardenoorden hebben tezamen een jaarlijks budget van 4,7 miljard gulden voor 137.000 bewoners en 75.000 personeelsleden, die vorige week eindelijk hun drie procent loonsverhoging over 1991 kregen. ""Maar'', zegt het 29-jarige afdelingshoofd R. Ruts, die per maand 2200 gulden netto overhoudt, ""gezien je verantwoordelijkheid mag je gerust wel wat meer verdienen. Mensen die met dooie dingen werken, computers bijvoorbeeld, verdienen vaak het dubbele.''

Het bestuur, dat van oudsher bestaat uit aanzienlijke burgers die hun eigen opvolgers benoemen, heet nog altijd "het college van regenten'. Voorzitter mr. R. van Zinnicq Bergmann (67): ""We hebben het er vaak over gehad of die benaming nog wel kan, maar waarom zou je de banden met het verleden doorsnijden. In ons handelen zijn we niet feodaal.'' De regenten komen bijeen in de monumentale regentenkamer, waar de wanden bekleed zijn met gobelins uit de zeventiende eeuw.

""Ons doel'', zegt Van Zinnicq Bergmann, ""is de mensen een veilig en plezierig thuis te geven: een plekje waar ze zich geborgen voelen, waar compassie met ze is. Zelf hoop ik om te vallen voordat het zover is, want het blijft surrogaat voor het leven dat je leidde, maar als het dan toch moet, dan wil ik hier best zitten.''

Gebreken vertonen ze bijna allen: suikerziekte, hartproblemen, incontinentie, dementie, jicht, reuma, doofheid, naderende blindheid, gewrichtsklachten.

Onder de Hanebalken, zoals de hoogste verdieping wordt genoemd, woont een 92-jarige Utrechtse in haar zeer ordentelijke kamer met kanariepiet. Ze zit, zoals ze zegt, al elf jaar in de verzorging; aanvankelijk in een tehuis op het Kanaleneiland. Ze maakt zich zorgen over een mogelijk gezwel achter de ogen, waardoor ze steeds slechter gaat zien, maar niettemin is ze alle dagen van de week in het tehuis in de weer: met gymnastiek, het zangkoor of met het schoonhouden van haar kamer. ""Ik heb schik in alles. Het is hier schitterend. We hebben hier ons doen.'' Tussen de andere bewoners begeeft zich zich maar zelden, ""want door de week hebben we Paula.''

Dat is de 27-jarige P. Kroone, het hoofd van de activiteitenbegeleiding. Als die er niet is, dan valt het raderwerk goeddeels stil; dan verveelt men zich. Ze trekt in de zaal op de eerste verdieping altijd volle bak in wat ze haar "Open Huis' noemt. Daar wordt met hulp van vrijwilligsters, van wie er veertien zijn, geborduurd, geknoopt, getimmerd en worden poppen gemaakt en spelletjes gedaan. De maandelijkse bingo, het diner met Kerstmis, het carnaval en het jaarlijkse pannekoeken- en poffertjesfeest scoren zeer hoog.

Sinds vorig jaar is er op de woensdagmiddagen de gespreksgroep. Er komt meestal een clubje van tien tot vijftien bewoners. ""Helaas niet zoveel, want de meesten blijven liever op hun kamer zitten of ze zijn te doof om te horen wat er wordt gezegd'', aldus mevrouw Kroone.

Een van de discussiepunten tijdens de gespreksgroep, die dezerzijds wordt meegemaakt, is of men liever door een van de kinderen verzorgd had willen worden: ""Ik heb wèl mijn vader en moeder tot hun dood verzorgd, maar juist daarom heb ik besloten nooit bij mijn kinderen in te trekken. Hier zit je tenminste op je eigen. Wat we wel eens missen is contact met jonge mensen. Die brengen frisheid. Anders zit je altijd zo in dezelfde sleur.'' Enige tijd geleden bezochten op initiatief van vrijwilligster E. van Rijn, die bij het gesprek zit, negen kinderen het tehuis. Men praat er nu nog over.

Afgelopen week was er "kinderboerderij' met konijnen en cavia's. Een door een hersenbloeding halfzijdig verlamde vrouw in een rolstoel heeft een konijn langdurig op schoot en aait het onophoudelijk. ""Het is zo lekker zacht. Vroeger had ik ook konijntjes.'' Op de gezichten van mensen, wier geest in flarden van mist is gehuld, ziet men herkenning en vertedering.

Het Bartholomeus Gasthuis geniet vooral onder de Utrechters een grote populariteit. De 88-jarige voormalige goudsmid, kras nog van lijf, leden en hoofd, zit er met zijn vrouw sinds 1989. In deze buurt zat hij op de lagere school. ""Ik ben weer terug. Nu is het kringetje rond'', zegt hij, terwijl hij in het activiteitencentrum met een mesje figuurtjes drukt in een soort perkament. Onderwijl klinken door de radio luid Vader Abraham en een zangeres, die klaagt dat "huilen voor jou te laat' is.

""Je voelt je zo midden in de stad niet weggestopt'', zegt de goudsmid, die zich in het tehuis verdienstelijk maakt met het bezorgen van de kranten en de post op zaterdag. ""Je bent zo bij het station en je kunt in de buurt je boodschapjes doen. Het is hier ideaal, voor zover je het leven in een tehuis ideaal kunt noemen.''

Wachtlijst

Er staan dertig mensen op de wachtlijst, die door de gemeentelijke indicatiecommissie zijn "geïndiceerd'. Criterium voor plaatsing is, zegt mevrouw M. Driessen, voorzitter van de commissie, dat men zelfstandig zijn huishouden niet meer kan runnen en te weinig mag verwachten van familie of thuiszorg.

De geïndiceerden komen vervolgens op een wachtlijst van het huis van hun keuze. ""Het gebeurt wel dat men vier jaar moet wachten. Dat komt doordat de doorstroming naar een verpleeghuis steeds meer stagneert. Het heeft ook te maken met de populariteit van een tehuis door mondreclame. Er zijn tehuizen waar kamers leeg staan,'' zegt mevrouw Driessen.

Voor het Bartholomeus Gasthuis moet men gemiddeld anderhalf tot twee jaar wachten. Nieuwe bewoners moeten meestal wachten tot er iemand dood gaat. Kandidaten, zo is bekend, houden daarom nauwkeurig de overlijdensadvertenties bij.

Een aantal bewoners is gedurende hun verblijf in het Gasthuis dement geworden. Ze zitten in een aparte verzorgingsgroep. Door andere bewoners worden ze vaak met reserve bekeken. ""Ik wil niet tussen die gekken zitten'', hoort men wel en sommigen denken dat dementie besmettelijk is. Bij voorkeur mijdt men ze aan tafel. ""Dat vind ik tragisch'', zegt een vrouw, ""maar zelf kijk ik er ook wel eens met angst naar, omdat ik bang ben dement te worden.''

Zuster Kaastra: ""We houden ze met opzet hier, omdat dit hun thuis is. Het criterium is dat ze zichzelf en anderen geen letsel toebrengen.'' Deze week werd bekend dat de gemeente Utrecht, onder welker supervisie óók het Gasthuis valt, van alle bejaardenoorden voor het einde van de maand protocollen wenst, waarin staat wat de richtlijn is voor demente bewoners die onhandelbaar worden. Aanleiding voor deze maatregel is dat men demente mensen in de bejaardenoorden soms vastbindt. ""Dat is bij ons nog nooit gebeurd'', zegt mevrouw Kaastra. ""Wel zetten we bedhekken bij demente mensen, die in de terminale fase zijn, maar ook dat, zo heb ik begrepen, wordt beschouwd als vrijheidsberoving.'' De tehuizen moeten bij "vrijheidsberovende maatregelen' de arts, de familie of de gemeentelijke inspectie op de hoogte brengen, zo wil de gemeente Utrecht.

Volgens huisarts P. Voskens, die twee maal in de week spreekuur houdt in het Gasthuis, schuilt in de verzorging van demente en bedlegerige mensen het gevaar dat het personeel onder nog zwaardere druk komt te staan, zodat de anderen te kort komen. ""Maar omdat er in die verpleeghuizen geen plaats is, moet je ze dus wel hier houden.''

De mogelijkheid van euthanasie wordt door sommigen van zijn patiënten wel ter sprake gebracht, ""maar opvallend is dat als het moment gekomen is, men het toch meestal uitstelt''. Euthanasie, zeggen hij en directeur Schrijver, heeft tot nog toe niet plaatsgevonden. Van de ongeveer 85 mensen, die Voskens tot zijn patiëntenkring rekent, hebben er vier een verklaring opgesteld, die inhoudt dat bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden het medisch handelen gestopt moet worden.

Stilte

Het leven begint 's avonds tegen zessen al te verstillen. Wel hoort men dan in de gangen het indringende geluid van radio's en televisies, die hard aanstaan omdat men het gesprokene anders niet kan volgen. Een vrouw klaagt over de gehorigheid van de kamers.

Na de avondboterham gaan de eerste "negentigers' naar bed, en om half elf zijn nagenoeg alle lichten in de kamers uit. ""Een jaar of vijftien geleden was er in de meeste bejaardenhuizen tot laat in de avond vertier met biljarten of klaverjassen'', zegt de directeur die al geruime tijd in het vak zit.

Als het nacht is, is de stilte bijna volstrekt met uitzondering zo nu en dan van een hulproep uit een van de kamers of piepende banden van een auto en het gebral van een dronkelap op straat. Dan waken twee verzorgsters over de 101 bewoners.

De pieper in de borstzak van mevrouw T. Baljet, die al achttien jaar uitsluitend 's nachts werkt, gaat, terwijl ze in de "zusterspost' de medicijnen "uitzet' voor de volgende dag. In het raampje van de semafoon verschijnt een kamernummer. ""Die mevrouw kan wel even wachten, want die belt per nacht wel zeven keer. Je kent zo langzamerhand je pappenheimers.'' Maar een tocht naar de kamer is onvermijdelijk, want alleen daar kan het oproepsignaal worden uitgeschakeld. ""Zuster'', zegt de vrouw, ""ik weet niet meer hoe ik heet.'' Met een beetje hulp komt ze weer op haar naam. Als ze de deur sluit, zegt de zuster: ""Ze weet best hoe ze heet, maar het is een vorm van aandacht vragen.''

We bezoeken die nacht ook twee bewoners, die dement zijn en nagenoeg permanent bedlegerig. Die moeten om de twee uur worden gekeerd om doorliggen te voorkomen. Ze slapen bijna nooit, zoals de zuster vertelt. Ze kijken zonder herkenning voor zich uit. Een van de twee krijgt een aai over de wang. ""Die mevrouw heb ik nog gekend toen ze nog goed was en altijd bedrijvig in de weer was, maar er komt een keer dat het opraakt.''

Om twee uur in de nacht is er een algemene inspectieronde. Op dat uur, zo is vastgesteld, ontwaken de meeste bewoners uit hun slaap, staan op en dan zijn er nogal eens valpartijen. De zuster: ""De meesten liggen te wachten totdat je komt. Dan hoor je ze nadrukkelijk kuchen. Als we de tijd hebben, gaan we op de rand van het bed zitten om wat te babbelen.''

Om half zes is er een ronde voor mensen die "nat liggen'. Om zes uur worden twee bewoners, die daarom vragen, gewassen en in de kleren geholpen. Om half acht zit de nachtdienst erop.

Nooit meer bezoek

In het weekeinde is er nauwelijks iets te beleven. De koffie met gebak op de zondagmorgen kan de eenzaamheid niet vergoeden. Aan de "mannentafel' zit die middag een bewoner, die niets anders doet dan intens triest voor zich uitkijken. Het menu: gebonden kerriesoep, Wiener Schnitzel met vleesjus, Chinese sperziebonen, gekookte aardappels en hazelnootpudding, klaargemaakt door de Surinaamse kokkin M. Kross, die al twintig jaar in het huis werkt.

Een echte Utrechtse krijgt een vriendin op bezoek, die bij het afscheid zegt: ""Hier wil ik van z'n levensdagen niet zitten.'' Daar verlaat de mevrouw van "Onder de Hanebalken' met zekere trots aan de arm van haar zoon het pand. Anderen wachten op bezoek, dat naar veler smaak te weinig komt. ""Er zijn hier nogal wat bewoners die nooit meer bezoek krijgen'', zegt een vrijwilligster. ""Snap je dat nou, dat je je ouders of je oma zo maar in de steek laat?''

Op de tafel in haar volgestouwde kamer ligt het boek Finale van Ina Boudier-Bakker. ""De weekeinden zijn voor mij een ware verschrikking, want ik krijg zelden bezoek'', zegt de 81-jarige ongetrouwde bewoonster, die sinds twee jaar in het tehuis zit. Ze kwam er terecht nadat ze een auto-ongeluk had gehad en niet meer alleen thuis kon blijven. Familie regelde haar plaatsing. ""Natuurlijk uit pure zorgzaamheid, maar ik was er volstrekt door overdonderd. Het was gebeurd voordat ik het besefte. Ik heb mijn vader en moeder tot het einde toe in ons eigen huis verzorgd. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan ze in een tehuis te douwen. Ik heb het idee dat ik als een kasplantje ben weggezet.

""Ik ben innerlijk verlamd. Ik heb nergens rust meer voor. Aan lezen kom ik nauwelijks meer toe. De meeste van mijn boeken zijn trouwens bij De Slegte terechtgekomen, omdat ik er hier geen plaats voor heb. Het personeel is best goed voor me, maar als je belt, dan duurt het lang voordat ze komen. Ik denk dat ze met mij zo'n haast niet maken omdat ik nog wat dingetjes zelf kan doen. Een keertje ben ik met een vrijwilligster de stad in geweest. Daarna hebben ze het me nooit meer aangeboden. Er opnieuw naar vragen, doe ik niet graag. Ik had gehoopt dat ze het wel in hun achterhoofd hadden gehouden.''

Een enkele keer, zegt de directeur, krijgen de verzorgers de huid volgescholden. Het is een keer voorgekomen dat een bewoner om die reden te verstaan werd gegeven dat hij bij herhaling maar naar een ander tehuis moest omzien. Arts Voskens: ""Vooral de mensen die dementerend zijn, kunnen het personeel het leven bijzonder zuur maken. Dan probeer je met psychofarmaca de boel weer in goede banen te leiden. Er wonen hier trouwens mensen die zonder de goede medicatie en verzorging van vandaag al lang dood waren geweest. Van bewoners zelf krijg ik nooit klachten dat een verzorger wel eens een pets verkoopt. Het is wel andersom: er wordt geslagen, gekrabd, geschopt en in billen geknepen.''

Hoogtepunt

Het is middag en de bewonerscommissie is bijeen voor een gesprek. Er is koffie en thee met bokkepootjes. Op verzoek van voorzitter C. Reymerink, een gepensioneerde banketbakker van 85 jaar, is zuster Kaastra er bij. Het blijft lang stil als de vraag wordt voorgelegd welke klachten het meest aan de orde komen. De zuster helpt een handje. ""Toe, zeg het maar.''

De meeste klachten betreffen het eten, want, zeggen bewoners, dat zou toch het hoogtepunt van de dag moeten zijn. Er is in het verleden onder meer gediscussieerd over de vraag of verse worst en slavinken in de categorie gehaktballen vallen en of stoofpeertjes nu wel of niet als groenten kunnen worden aangemerkt.

Chef-kok C. Doodeman: ""Over het eten blazen vooral de vrouwen hun partijtje mee, want die hebben thuis altijd moeten koken. Maar ik vraag me wel eens af of het echt om de kwaliteit van het eten gaat of dat men gewoon aandacht vraagt. Als ze gelukkig zijn, kun je ze bij wijze van spreken halfgare bonen voorzetten. Niettemin staan mijn oortjes wagenwijd open als ik met de broodmaaltijd langs de deuren ga, want we willen natuurlijk op tafel brengen wat de bewoners het liefst willen. Als je ze elke dag een runderlapje voorzet, wordt het gegarandeerd oorlog. Hier heeft men het eten het liefst recht voor z'n kiezen, om het zo maar eens te zeggen. Het moet goed gaar zijn. Anglais koken, dat wil zeggen tegen het gare aan, kun je hier wel vergeten. Het eetgedrag verschilt ook met het bewonersbestand. Een frietje gaat er tegenwoordig best in, maar er waren jaren dat ik er echt niet mee hoefde aan te komen. Als ik broccoli op het menu heb, zeggen ze: smeer dat maar in je haren.''

    • Max Paumen