Allen tegen Kamsky

Het was of Karpov nog even warm wilde draaien voor hij van Reykjavik naar het Interpolistoernooi afreisde. Tot de 119de zet probeerde hij zondag zijn afgebroken partij tegen Chandler te winnen. Het lukte niet, al had hij een pion meer. Zo wonnen Karpov en Ivantsjoek samen het Worldcuptoernooi, 10,5 uit 15, anderhalf punt meer dan de concurrentie. Ivantsjoek had de vorige dag al vlug remise gemaakt tegen Seirawan, in een stelling waar de strijd in volle gang was. Hij legde zijn lot in handen van Karpov. Misschien het verstandigst. Alles op alles zetten in de laatste beslissende ronde is niet het sterkste punt van Ivantsjoek, zijn zenuwgestel is te zwak. Karpov heeft geen zenuwen, voor zover bekend.

Een smakelijk hapje voor Kasparov, de ploeg uit Reykjavik, zou je kunnen denken. Uitgewrongen na vijftien loodzware ronden in Reykjavik. Kasparov zo fris als een hoentje. Misschien. Alleen verliezers worden moe. Succes geeft nieuwe kracht. En sommige verliezers hebben aan het eind het gevoel dat ze net op dreef begonnen te komen. Laten we hopen dat Timman er zo een is.

Wie in Tilburg in ieder geval op een speciale behandeling van Kasparov kan rekenen is Gata Kamsky. (Misschien is het al gebeurd, ik schrijf dit in New York en ik heb geen idee hoe het in Tilburg gaat.) In Inside Chess, het tijdschrift van Seirawan, heeft Kamsky net een schokkend interview gegegeven waarin hij de verschrikkelijkste dingen over Kasparov beweert. In de tijd dat Kamsky nog in de Sovjet-Unie woonde zou Kasparov al van alles hebben gedaan om hem dwars te zitten. En ook nu. Waarom speelde Kamsky in Linares zo slecht? Het eten was vergiftigd. Kamsky had een vriend van Kasparov, zekere Dvorkovitsj, voortdurend met de kok zien praten. Conclusie duidelijk. Als een spin in zijn web regeert Kasparov de schaakwereld en ieder jong talent, waar ook ter wereld, probeert hij te fnuiken. Volgens Kamsky. En de Amerikaanse schakers zijn al geen haar beter. Wolff, Benjamin, Fedorowicz en De Firmian hebben schandelijk tegen hem samengespannen.

Ik ken ze als toonbeelden van fatsoen. Bijna ieder optreden van Kamsky leidt tot ruzies en incidenten. Het komt door vader Rustam, wordt meestal gezegd; de jonge Gata kan er niets aan doen. Gata zelf zegt dat zijn vader het vuile werk moet doen. Als een detective speurt Rustam naar complotten en smoort ze in de kiem, opdat Gata in alle rust zijn kunst kan beoefenen. De paranoia heeft vader en zoon op gelijke wijze in de greep.

Uit Reykjavik zou ik graag een partij van Ivantsjoek laten zien, maar hij speelde niets dat me tot grote opwinding bracht. De volgende partij deed dat wel.

Wit Beljavski-zwart Timman

1. d2-d4 d7-d6 2. e2-e4 Pg8-f6 3. Pb1-c3 g7-g6 4. Pg1-f3 Lf8-g7 5. Lf1-e2 0-0 6. 0-0 c7-c6 7. Lc1-g5 Dd8-c7 8. a2-a4 Pb8-d7 9. Dd1-d2 e7-e5 10. Tf1-e1 a7-a5 11. Ta1-d1 Tf8-e8 12. d4-d5 Zwart staat moeilijk. 12...cxd5 13. Pxd5 Pxd5 14. Dxd5 Dxc2 kan hij zich niet veroorloven, 15. Lb5 zou te sterk zijn. 12...Lg7-f8 13. Le2-c4 Lf8-e7 14. h2-h3 Dc7-b6 15. b2-b3 Db6-b4 16. Dd2-c1 Le7-f8 17. Lg5-d2 Db4-b6 18. Ld2-h6 Db6-c7 19. Lh6xf8 Te8xf8 20. Dc1-h6 Met duidelijke bedoelingen: Pg5 en Te3-f3. 20...c6xd5 21. Pc3xd5 Pf6xd5 22. Td1xd5 Pd7-f6 23. Pf3-g5 Lc8-e6 24. Te1-e3 Dc7-e7 Zijn loper kan zwart niet missen, na 24...Lxd5 25. Lxd5 zou hij machteloos staan tegen de dreiging 26. Tf3. 25. Te3-f3 Tf8-d8 Na 25...Tfe8 (om de dame te dekken, zodat wit niet kan spelen zoals in de partij) zou 26. Txd6 Dxd6 27. Txf6 komen, met winst voor wit. 26. Td5-b5 Fraai gespeeld. Na 26...Lxc4 komt nu 27. Txb7! Dxb7 28. Txf6 en omdat zwart met zijn loper niet f7 kan blijven dekken, wint wit. 26...Ta8-b8 27. Dh6-h4 Wit moet consequent op aanval blijven spelen. Met 27. Lxe6 fxe6 28. Txa5 (28. Txf6 Dxf6 29. Dxh7+ is niet overtuigend) kon hij een pion winnen, maar dan zouden de witte stukken op de koningsvleugel na 28...Tf8 ongelukkig staan. 27...Le6xc4 28. Pg5xh7 Weer heel mooi. Alles staat in, aan beide kanten. 28...Pf6-d5 Nu zou wit met 29. Dxe7 Pxe7 30. Pf6+ Kg7 31. bxc4 een pion voor komen, maar zwart zou uitstekend tegenspel hebben. 29. Dh4-h6

Zie diagram 1.

Wat een heksenketel. Zwart heeft veel zetten, 29...f6, 29...f5, 29...Pf4 of 29...Lxb5, zoals in de partij, maar ze voldoen geen van alle. Juist was 29...Le2. Op het eerste gezicht vreemd, een toren aanvallen terwijl hij er ook een slaan kan, maar wits Tf3 is belangrijker dan Tb5. Na 29...Le2 30. Txd5 (30. Pg5 Pf6 en zwart wint) Lxf3 31. gxf3 staat wit een kwaliteit achter en hij heeft geen directe dreigingen. Toch lijkt me wit beter te staan. Zwart zit in een klem en zijn torens krijgen geen open lijnen. Met 31...f6 zou zwart kunnen afwikkelen naar een eindspel, maar daarin zou wit drie pionnen voor de kwaliteit hebben. Hoe dan ook, zo had zwart het moeten doen, want in de partij verliest hij snel. 29...Lc4xb5 30. e4xd5 f7-f5 31. Dh6xg6+ De7-g7 Ook 31...Kh8 32. Pf6 verliest voor zwart. 32. Ph7-f6+ Kg8-f8 35. Dg6xf5 Nu heeft zwart, ondanks zijn voorsprong van een toren, geen verdediging meer. 35...Lb5-e8 36. Pf6-h5+ Dg7-f7 37. Df5-g5 Tb8-c8 38. Dg5-g7+ Kf8-e7 39. Dg7-g5+ Ke7-d7 40. Tf3xf7+ Le8xf7 41. Ph5-f6 Zwart gaf op, hij verliest nog meer materiaal.

Wit Karpov-zwart Ehlvest

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pb1-c3 d7-d5 4. c4xd5 Pf6xd5 5. e2-e4 Pd5xc3 6. b2xc3 Lf8-g7 7. Lc1-e3 c7-c5 8. Dd1-d2 0-0 9. Pg1-f3 Dat kent Karpov nog uit zijn laatste wereldkampioenschapsmatch. Ehlvest wil het anders doen dan Kasparov, maar hij krijgt geen gelijk spel. 9...Pb8-d7 10. Lf1-d3 Pd7-b6 11. h2-h3 Pb6-a4 12. Ta1-c1 Tf8-e8 13. Le3-h6 Lg7-h8 14. Ld3-c4 e7-e6 15. 0-0 Dd8-a5 16. Lc4-b3 b7-b5 17. Tf1-e1 Lc8-b7 18. Dd2-f4 Ta8-c8 19. Lb3xa4 b5xa4 20. h3-h4 Da5-c7 21. Df4-e3 Dc7-a5 22. Lh6-f4 f7-f5 23. e4xf5 c5xd4 24. c3xd4 Da5xf5 25. Pf3-e5 Lb7-d5 26. a2-a3 Lh8-g7 27. f2-f3 Df5-f8 28. Tc1-c5 Df8-e7 29. Lf4-g5 De7-b7 30. Te1-c1 Tc8xc5 31. Tc1xc5 Db7-b3 32. Tc5-c3 Db3-b1+ 33. Kg1-h2 Lg7-f8 34. Pe5-g4 Lf8-d6+ 35. Lg5-f4 Ld6-e7 36. Tc3-c7 Db1-b3 37. De3-e5 h7-h5 38. Pg4-f6+

Zie diagram 2.

Zwart gaf op.

    • Hans Ree