Werkgevers willen WAO-leed van getergde vakbonden verzachten

Lagere en minder langdurige WAO-uitkeringen? Dan compenseren we het toch gewoon via de CAO's! Werkgevers bieden het de vakbonden op een presenteerblaadje aan. De Nederlandse inventiviteit in de omgang met sociale regelingen.

Na maanden van discussies, stakingen en demonstraties is duidelijk dat de regering onverbiddellijk vasthoudt aan het plan om de WAO minder aantrekkelijk te maken. Maar de vraag is in hoeverre een toekomstige arbeidsongeschikte ook werkelijk een lagere WAO-uitkering krijgt dan nu het geval is. Het Nederlandse mechaniek om besluiten te laten verwateren tot ze veel van hun effect verloren hebben, werkt volop.

Werkgevers staan te trappelen om de werknemers compensatie te bieden voor het verlies aan sociale zekerheid ten gevolge van de wijzigingen in de WAO. Ze willen alles doen om de betrekkingen met de vakbonden, die geleden hebben onder het klimaat rondom de WAO-acties, zo snel mogelijk te verbeteren.

A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO: “Wij hebben het gevoel dat bij de vakbeweging een geweldige frustratie is ontstaan en ook een zekere agressie in de richting van de werkgevers. Dat is een slecht vertrekpunt voor een discussie over arrangementen als aanvulling op de WAO, die wellicht uit maatwerk per bedrijfstak of per bedrijf moeten gaan bestaan. We zijn natuurlijk volstrekt niet uitgepraat met de vakbeweging. We verwachten dat als de WAO wordt zoals het zich nu laat aanzien, dit tot gevolg heeft dat bij onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden verzoeken zullen komen om reparatie, om aanvulling of compensatie. Daarover willen we best praten.”

Waaruit de eventuele compensaties zullen bestaan en wat ze zullen kosten is voor Rinnooy Kan nog vaag. “Bij het decentrale overleg over arbeidsvoorwaarden moet de kwestie van compensatie aan de orde komen. Dat is geen onbespreekbare zaak. Wat kan of wat niet kan zal van geval tot geval verschillen.”

De WAO is niet alleen voor werknemers, maar ook voor werkgevers lange tijd een aantrekkelijk instrument geweest. De wetgeving op de arbeidsongeschiktheid fungeerde als een verkapte afvloeiingsregeling. Als een werknemer niet werd afgekeurd was een werkgever dikwijls teleurgesteld omdat hij voor de problematische vraag kwam te staan hoe hij zo iemand kon ontslaan. De werknemer was teleurgesteld omdat hem het uitzicht werd ontnomen op een regeling die veel aantrekkelijker was dan een werkloosheidsuitkering die uiteindelijk tot de bijstand leidt.

R.J.B. Sjouke, hoofd personele en sociale zaken van de vezelfabriek van Akzo in Emmen, schildert de praktijk zo: “Een werknemer stuurde aan op volledige arbeidsongeschiktheid omdat hij dan beter af was dan bij ontslag. De vakbond kwam op voor het belang van de leden en werkte dat niet tegen. Als de GMD-keuringsartsen akkoord waren, bleven wij ook stil. Een werkgever wil de mensen sociaal op een zo vriendelijk mogelijke manier de deur uit krijgen.”

“Bij de planning van reorganisaties was het gebruikelijk om - op basis van gegevens over langdurige ziekte - te berekenen hoeveel betrokken werknemers waarschijnlijk in de WAO terecht zouden komen”, zegt Sjouke. Het gedeelte aan potentiële WAO'ers werd de vakbonden gepresenteerd als één van de manieren van reorganisatie. Een districtsbestuurder van de vakbond kwam dan nog wel eens bij Akzo vragen: zou dat vakbondslid ook niet in de WAO kunnen?

Sinds de herziening van het sociale stelsel van 1987 gebeurt het minder dat iemand volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard. Vaker wordt iemand ten dele arbeidsongeschikt en kan hij voor het andere deel verder werken of krijgt hij naast een gedeeltelijke WAO-uitkering ook een gedeeltelijke werkloosheidsuitkering die in de loop der jaren afneemt. Sinds 1987 is de druk op werkgevers toegenomen om gedeeltelijk arbeidsongeschikten niet te ontslaan, wat overigens de groei van het aantal WAO'ers niet heeft afgeremd.

De regering wil die druk nog verder opvoeren door de werkgevers een boete op te leggen voor iedereen die uit een bedrijf naar de WAO vertrekt. Die boete moet in een pot komen waaruit premies worden betaald aan werkgevers die gedeeltelijk arbeidsongeschikten in dienst nemen. De boetes zijn flink: twaalf maanden salaris met een maximum van vijf procent van de loonsom van een onderneming. Zoals de WAO voor werknemers onaantrekkelijker moet worden door het beperken van de uitkeringen, zo moet de regeling voor werkgevers haar glans verliezen door de boetes.

Bij het Akzo-bedrijf in Emmen is van de 3500 werknemers 4,5 procent gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Die werknemers kunnen niet in de ploegendienst van het volcontinuebedrijf meedraaien. Deeltijdbanen zijn niet bij alle functies mogelijk en leiden tot hogere arbeidskosten. Het aantal functies waarbij alleen dagdienst wordt gedraaid, is beperkt. Deze functies zijn bovendien per traditie in eerste instantie gereserveerd voor oudere werknemers. “We lopen zowel wat betreft de kosten als organisatorisch tegen een grens aan”, constateert Sjouke over Akzo in Emmen, vanwaar jaarlijks circa vijftig personeelsleden volledig naar de WAO overstappen.

Bij Wilma Bouw in Weert, een aannemingsbedrijf met 1800 werknemers, vertelt hoofd personeelszaken G.A.H. van Doorn hoe al enkele jaren alles erop gericht is om goede vakmensen niet aan de WAO kwijt te raken. Timmerlieden en metselaars raken dikwijls rond hun 45-ste jaar arbeidsongeschikt. “De mensen die prachtig over de WAO praten moeten eens in weer en wind op de steigers gaan staan,” zegt Van Doorn, die bij Wilma jaarlijks ongeveer dertig werknemers als volledig arbeidsongeschikt ziet vertrekken.

Wilma reserveert functies voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Metselaars kunnen "narooiers' worden, waarbij ze het lichtere afwerken van metselwerk als taak krijgen. Het herplaatsen van ongeschoolden die gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken is echter zeer moeilijk. Daarom bieden werkgevers in de bouw hun personeel scholingscursussen.

Maar Van Doorn erkent dat er een limiet is aan de behoefte om narooiers, timmerlieden met kapotte ruggen of uitvoerders met hartklachten in dienst te hebben. Daaraan verandert een boete per werknemer die in de WAO verdwijnt niets. Volgens Van Doorn hebben werkgevers in de bouwsector er veel voor over om het arbeidsklimaat te verbeteren. Dat betekent een compensatie geven voor alles wat aan de WAO door de regeringsmaatregelen verslechtert. Want de bouwvakker voor wie geen minder belastende functie beschikbaar is, moet even goed als de afgelopen twintig jaar van zijn toekomst verzekerd blijven.

Als Nederland op één gebied inventiviteit toont, dan is dat bij de omgang met sociale regelingen. Bouwvakkers die de voltooiing van een project zien naderen en weten dat hun werkgever geen nieuwe opdrachten heeft, willen nogal eens ontslag voorkomen door zich tijdig ziek te melden. Met enig gevoel voor theater kunnen ze volgens ingewijden op deze manier hun werkloosheid ten minste zes weken uitstellen. Ze vormen een bijzonder probleem voor werkgevers die via het bestrijden van het ziekteverzuim de weg richting arbeidsongeschiktheid willen bemoeilijken.

Deskundigen op het gebied van sociale verzekeringen signaleren dat er een weg is van de werkloosheidsuitkering naar de tot nu toe gunstiger WAO. De werkloze wordt ziek, komt in de Ziektewet en wordt zo na een jaar WAO'er. Zolang de WAO niet is gewijzigd, betekent dat dat de betrokkene een gegarandeerd inkomen heeft en niet, als bij de werkloosheid, een steeds lagere uitkering krijgt totdat hij op bijstandsniveau eindigt.

Die inventiviteit is geen exclusieve zaak van werknemers. VNO-voorzitter Rinnooy Kan bij voorbeeld is flink in de weer om tegemoet te kunnen komen aan de bezwaren van de vakbeweging tegen aanpak van de WAO door het kabinet en tegelijkertijd overeind te houden dat de werkgevers net als het kabinet hoogte en duur van de WAO-uitkering willen beperken.

Hij ontkent dat hij, zoals FNV-voorzitter Stekelenburg heeft verklaard, het aanbod heeft gedaan de vakbeweging bij het protest tegen de WAO-maatregelen te zullen steunen als de bonden op hun beurt het VNO bij actie tegen een nieuw ziektekostenstelsel zouden willen helpen. Rinnooy Kan zegt dat hij voorgesteld heeft dat werkgevers en bonden gezamenlijk zouden bepleiten schrijnende inkomensvermindering bij bestaande WAO'ers te voorkomen en het geld hiervoor te halen bij regelingen voor nieuwe WAO-gevallen.

Als dat voorstel bespreekbaar was, wilde hij tegelijk nog een lijstje onderwerpen, waaronder de ziektekostenverzekering, met de vakbeweging doornemen. “Toen bleek dat dit voor de vakbeweging te ver ging. Men wilde zowel voor oude als voor nieuwe WAO-gevallen wezenlijke verbetering ten opzichte van de kabinetsvoorstellen.”

Nu wenkt Rinnooy Kan, strevend naar verbetering van het klimaat bij overleg tussen vakbonden en werkgevers, met compensatie voor de verslechtering van de vooruitzichten van toekomstige WAO'ers. Hij ontkent dat de werkgevers plotseling geen zorgen meer hebben over de ontwikkeling van de arbeidskosten.

“Maar over de kosten van compensatie kun je niets voorspellen. Dat is een kwestie van overleg over arbeidsvoorwaarden in de verschillende bedrijfstakken. Compensatie is wel een materiële prikkel voor werkgevers om te zeggen: uiteindelijk betaal ik de WAO-rekening zelf. Dus: wil ik wel dat iemand arbeidsongeschikt wordt verklaard of is het eerlijker om een afvloeiingsregeling op te stellen.”

Rinnooy Kan gaat ervan uit dat bestrijding van ziekteverzuim, stimulering van het in dienst houden van gedeeltelijk arbeidsongeschikten, boetes en premies en wijziging van de WAO-uitkering het gewenste resultaat zullen hebben, namelijk dat het aantal arbeidsongeschikten vermindert. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat de premies van WAO en AAW (waarvan de werkgevers het grootste deel betalen) omlaag kunnen. “Werkgevers behoeven er niet rijk van te worden. Als er door premieverlaging geld beschikbaar komt, heb je daarmee een mogelijkheid om in de aanvullende sfeer iets voor de verzekering tegen arbeidsongeschiktheid te doen,” zegt Rinnooy Kan die op alle manieren probeert bij het overleg met de vakbonden deze herfst een zomers klimaat te creëren.

    • Ben van der Velden