"Voordelen windenergie niet in prijs verrekend'; "Wind - schone bron van energie - spaart fossiele brandstoffen'

AMSTERDAM, 18 OKT. Ir. L. Arkesteijn werkt bij de afdeling windenergie van ingenieursbureau Energy Connection in Delft, is bestuurslid van de Nederlandse Windenergie Vereniging (NEWIN) en trad de afgelopen dagen op als voorzitter van de Europese Windenergieconferentie - EWEC '91 - in de RAI te Amsterdam. Daar kwamen ruim vijfhonderd windenergiespecialisten uit de hele wereld bij elkaar om ervaringen uit te wisselen. Arkesteijn is een ijverig propagandist van wind als bron van elektrische stroom; een schone bron, die bovendien fossiele brandstoffen spaart. “Maar dat komt helaas niet tot uiting in de prijs”, moet hij vaststellen. “Elektriciteit uit een conventionele centrale is nog altijd goedkoper dan elektriciteit van een windturbine, omdat de maatschappelijke voordelen van windkracht niet worden meegerekend.”

Ondanks deze nadelige concurrentiepositie, maar dank zij overheidssubsidie is de windturbine, behorend tot een een nieuwe generatie windmolens na de eerste historische reeks, niet meer uit Nederland weg te denken. Er staan er nu ruim 400, verspreid over de windrijke kustprovincies en deels in exploitatie bij particulieren, deels bij elektriciteitsbedrijven. Een mengvorm is het windpark bij Lelystad, waarin het Gelderse energiebedrijf PGEM en de op antroposofische leest geschoeide Triodosbank participeren.

Deze verzameling van 35 turbines, die samen een vermogen van ruim tien megawatt leveren, is pas kort in gebruik, maar wordt eind deze maand als grootste windpark al weer overvleugeld door het project van de IJsselcentrale bij Urk. Daar draaien straks vijftig windturbines, een verdubbeling van het huidige aantal, en samen goed voor vijftien megawatt. Kleinere parken bevinden zich op de Maasvlakte (acht megawatt), in het Sloegebied bij Vlissingen (zeven) en op het voormalige werkeiland Neeltje Jans (vier).

Arkesteijn komt voor heel Nederland op tachtig megawatt (inclusief de verdubbeling van Urk) en daar worden er vóór eind dit jaar nog eens tien aan toegevoegd. Negentig megawatt dus, een fractie van de totale Nederlandse elektriciteitsbehoefte (10.000 megawatt). Bovendien is dat vermogen lang niet altijd beschikbaar omdat het niet altijd waait. Die negentig megawatt is ook minder dan de beleidsmakers vijf jaar geleden voor ogen stond.

In de loop van 1986 verscheen het Integraal Programma Windenergie (IPW), een subsidieregeling waarmee de toenmalige minister van economische zaken, Van Aardenne, de toepassing van windkracht wilde stimuleren. Want wind mag dan gratis zijn, elektrische stroom uit dit natuurverschijnsel is relatief duur. Een van de doelstellingen in het IPW luidde om het door windturbines geleverde vermogen op te voeren tot 100 à 150 megawatt in 1991, het twintig- tot dertigvoudige van wat er toen, in 1986, stond.

Dat deze doelstelling niet is gehaald, wijt Arkesteijn aan vertragingen, die weer het gevolg zijn van obstakels in de voorbereidingsfase. “In de praktijk”, zegt hij, “blijkt het veel tijd te kosten, meer dan we de dachten, om de zaak rond te krijgen en dan denk ik vooral aan alle vergunningen die nodig zijn. Een bouw- en hinderwetvergunning van de gemeente, toestemming van de grondeigenaar, een vergunning van Waterstaat of waterschap, want die kijken of de waterstaatkundige belangen niet in het gedrang komen. Zo kunnen er ettelijke jaren verstrijken voor men aan bouwen toekomt.”

Toch is Arkesteijn per saldo niet ontevreden over het tot nu toe bereikte resultaat. “Het IPW”, zegt hij, “had twee doelstellingen: die 100 à 150 megawatt in 1991 en de totstandkoming van een gezonde Nederlandse windmolenindustrie. Het eerste doel halen we met lichte vertraging. Vergeet niet dat er nog heel wat vermogen in de pijplijn zit. En wat het tweede doel betreft: de Nederlandse industrie heeft haar achterstand op koploper Denemarken nagenoeg ingehaald.” Nederland telt nu twee grote fabrikanten (Nedwind en Windmaster) en één kleinere (Lagerweij): de uitkomst van een krachtig saneringsproces in deze nog jonge bedrijfstak.

Inmiddels heeft het IPW, waaruit zo'n 140 miljoen gulden subsidie werd verstrekt, plaats gemaakt voor een nieuwe stimuleringsregeling, waardoor de komende jaren nog eens 150 miljoen is te verdelen. Hiervan kunnen zowel particulieren als elektriciteitsmaatschappijen profiteren. Particulieren zijn bijvoorbeeld boeren en tuinders die hun eigen energie willen opwekken, maar ook coöperatieve verenigingen, die windkracht uit ideële motieven propageren en tegen betaling stroom leveren aan het openbare net. In deze hoek werkt ook de Triodosbank.

Of ook de elektriciteitsbedrijven weer zullen deelnemen, is voor Arkesteijn nog een vraag: “Ze wekken de indruk dat ze willen, maar ik moet het nog zien. Ik ben vooral benieuwd of ze wel geschikte lokaties kunnen vinden.”

Hij zelf wil trouwens van het hele subsidiestelsel af om windenergie op de vrije markt een kans te geven. Maar dan moet ze wel kunnen concurreren met stroom uit conventionele centrales, die op gas of steenkool draaien. Daarvoor zouden de milieuvoordelen van windenergie in de prijs verdisconteerd moeten worden.

Arkesteijn. “Bij windenergie heb je geen milieuvervuiling, geen uitstoot van zwaveldioxyde, stikstofoxyden en kooldioxyde, zoals bij kolencentrales. Windenergie geeft geen schade aan de volksgezondheid, geen extra bezwaar voor cara-patiënten. En dat alles is in geld uit te drukken.” Dat is ook gebeurd, door verschillende instellingen, die met uiteenlopende cijfers kwamen: de voordelen bleken te variëren van vier tot tien cent per kilowattuur.

Arkesteijn: “Laten we realistisch zijn en het gemiddelde nemen: zeven cent per kilowattuur. Als je die zeven cent voordeel in aanmerking neemt, kan windenergie wel degelijk concurreren. En daar moeten we natuurlijk naartoe. Subsidie is mooi om de afstand tussen wind en conventioneel te overbruggen, maar daarna moeten de maatschappelijke kosten van energie-opwekking de markt bepalen.” En dat is precies wat ook de congresganger daar in de Amsterdamse RAI willen: “Geef voor windenergie een eerlijke prijs en alles komt in orde”, aldus een woordvoerder van de European Wind Eneregy Association.

Heeft windenergie dan helemaal geen nadelen?

Arkesteijn: “Daar wil ik niet omheen draaien. De turbines brengen ontegenzeglijk geluid voort en ze zijn zichtbaar in het landschap, maar dat is een kolencentrale ook. En er sneuvelen vogels door de rotoren, al is het aantal slachtoffers niet verontrustend. Dat blijkt uit diverse onderzoeken. Eén voorbeeld: bij de Kreekraksluizen, een vogelrijk gebied waar vijf molens van elk 250 kilowatt staan, zijn in een vol jaar 26 dode vogels gevonden, waarvan zes duidelijk door een rotor waren geraakt, maar negen zeker niet.”