R. van den Berghe; Roland van den Berghe, Plein ...

R. van den Berghe; Roland van den Berghe, Plein Air Info. Galerie d'Eendt, Spuistraat 270, Amsterdam. T-m 24 nov. Wo t-m za, 12-18u, zo 14-18u. Keith Haring; Keith Haring. George Mulder gallery, Prinsengracht 719, Amsterdam. Di t-m za 11-17u. G. Wasco; G. Wasco, Al Mijn Gestolen Boeken. Professor Ich, stripboekhandel en -galerie, Koninginneweg 218, Amsterdam. T-m 19 okt. Di t-m vr 10-18u, za 10-17u.

R. van den Berghe

De discussie over de restauratie van het in 1986 vernielde doek van Barnett Newman Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III wordt niet alleen maar gevoerd door kritische restaurateurs die met de neus op het doek willen staan om te zien wat wel en niet is overgeschilderd. De in Nederland wonende Belgische kunstenaar Ronald van den Berghe (Gent, 1943) beschouwt de vernielingen niet als "de moord op het schilderij', zoals Stedelijk-directeur Wim Beeren het verwoordde, maar als een nieuw begin. Het was voor hem aanleiding om nieuwe kunstwerken te maken, die duidelijker de joodse, mystieke achtergrond van het vernielde schilderij benadrukken. Hij maakte van repen blik sculpturen, die naar verhouding en kleur (rood, geel en blauw) uit het doek van Newman gesneden zouden kunnen zijn. Volgens Van den Berghe is Who's Afraid te interpreteren als een joods mystiek werk, met grote verticale (op God gerichte) banen in kleuren die kaballistisch te duiden zijn als: geel is de poort, rood is de weg, en blauw is de troon van Jahweh.

In de opvatting van Van den Berghe kreeg het schilderij in Amsterdam het karakter van een soort verzoening tussen het joodse en katholieke geloof, doordat het werd aangekocht door de katholieke directeur van het Stedelijk De Wilde. Volgens hem bepalen de museumdirecteur en het museum mede wat voor "kracht' en "betekenis' een kunstwerk krijgt.

Om dat proces en de ingreep door de vandaal te tonen, bood Van den Berghe het Stedelijk na de beschadiging aan, in samenwerking met de verffabriek Sikkens, een replica te schilderen van Who's Afraid, die naast het stukgesneden doek kon worden opgehangen.

Beeren zag daar niets in, omdat het, zo schreef hij Van den Berghe, bij dit doek toch ging om de uniciteit van het geschilderde oppervlak. Dat was in 1986. Nu vindt Beeren, na alle kritiek op de restauratie van Who's Afraid, die al dan niet door de restaurateur met een roller overgeschilderd is, dat het meer om het concept van Newman, en niet zozeer om het doek zelf gaat. Deze brief van Beeren uit 1986 is te zien in de Amsterdamse galerie d'Eendt, waar een expositie met documenten en foto's is ingericht over Van den Berghe's interpretatie en herscheppingen van Newmans vernielde doek.

Roland van den Berghe, Plein Air Info. Galerie d'Eendt, Spuistraat 270, Amsterdam. T-m 24 nov. Wo t-m za, 12-18u, zo 14-18u.

Keith Haring

Nederland heeft stilletjes een klein Keith Haring-museum gekregen. Onlangs opende de afwisselend in New York en Amsterdam wonende kunstuitgever George Mulder aan de Prinsengracht 719 een grote galerieruimte, waar hij werken van de in 1990 overleden Newyorkse graffiti-kunstenaar exposeert.

Mulder had plannen om in een villa in Bergen (N.H.) een groot Keith Haring-museum in te richten, waar onder meer de Tokyo-Pop Shop, bestaande uit drie door Haring volgeschilderde containers, een vaste plaats zou krijgen. De plannen voor het museum zijn opgeschort, maar zijn nog niet definitief van de baan.

“Keith had een speciale band met Nederland,” vertelt Mulder, “omdat hij dacht dat hij Nederlandse voorouders had. Het bordje Haringstraat dat ik hem eens gaf, hing altijd in zijn atelier. Hij vond ook dat zijn grote succes in Europa begon, dus het idee om een Haring-museum in Europa te vestigen ligt voor de hand.”

Tot het museum in Bergen open gaat, is er werk van Haring te zien aan de Prinsengracht, in wisselende exposities. Het gaat voornamelijk om door Mulder zelf geïnitieerde uitgaven zoals de geestige zeefdruk-serie Andy Mouse uit 1986, waarbij Haring zijn grote voorbeeld Andy Warhol als een op dollars beluste Mickey Mouse uitbeeldt in een serie van zeefdrukken. Het is een hommage aan zowel Walt Disney, die Warhol en Haring inspireerde, als aan Warhol. Warhol en Haring signeerden de drukken samen.

Haring maakte ook werk met schrijver William Burroughs. Er zijn twee portfolio's van hen te zien. The Valley bestaat uit 16 teksten van Burroughs en 15 prenten van Haring. In Harings speelse etsen is zijn bewondering voor Picasso duidelijk te zien. Haring noemde als zijn grote inspiratiebronnen: Warhol, Disney, Picasso en zijn tv-toestel.

Apocalypse is de titel van een serie van tien grote zeefdrukken van Haring en elf teksten van Burroughs. Het zijn niet Harings kenmerkende figuurtjes die hij hiervoor tekende, maar monsterlijke taferelen waaraan prentjes (zoals die van de Mona Lisa) zijn toegevoegd, die aansluiten bij Burroughs apocalyptische, opgejaagde tekst: “Iron penis chimneys ejaculate blue sparks in a reek of ozon, tunnels crunch down teeth of concrete and steel, flattening cars like beer cans.”

Keith Haring. George Mulder gallery, Prinsengracht 719, Amsterdam. Di t- m za 11-17u.

G. Wasco

G. Wasco is de man die Charlie Brown in Karel Bruin veranderde. Wasco (pseudoniem voor Henk van der Spoel, Groningen, 1957) citeert in zijn kunst niet, zoals in pop art gebruikelijk is, uit strips, maar hij herschept bestaande strips helemaal in zijn eigen poëtische en licht absurde tekeningen.

Zo heeft hij de Amerikaanse stripserie Peanuts (met Charlie Brown) van Charles Schulz herschapen. De figuren, zoals Karel Bruin, Rinus en Loesje zijn inmiddels adolescent, wonen op een eiland zonder volwassenen in de Waddenzee en beleven bizarre avonturen. Loesje besluipt iedereen en vraagt: "Heb jij geld?' Het hondje van Karel Bruin, Snoepje, is aanvankelijk een worm, en groeit miraculeus uit tot een hondje. De kinderen roosteren konijnen en spelen rare spelletjes. Lien tot Karel Bruin: "Spelen we Hamlet?'

Wasco heeft zijn merkwaardige strips in kleine oplage in eigen beheer uitgegeven in een "zilver' boekje waarvan de vorm is afgeleid van de Gouden Boekjes-reeks.

Aanvankelijk tekende Wasco een stripweekblad vol en verspreidde dat in kleine oplage persoonlijk. Hij heeft nu een offsetpersje gekocht en is een uitgeverijtje (Het Gouden Licht) begonnen, dat het kwartaalblad Wasco's Comics uitgeeft. Het eerste nummer - ik kan Charlie Brown niet meer lezen zonder aan Karel Bruin te denken - is onlangs in de Amsterdamse stripwinkel en -galerie Professor Ich gepresenteerd door striptekenaar Joost Swarte. Tegelijkertijd werd een expositie geopend met schilderijen van G. Wasco van omslagen en pagina's uit zijn verzameling stripboeken, die hem onlangs is ontstolen. Door de omslagen en pagina's grotendeels uit zijn herinnering te schilderen heeft hij "op elegante wijze de strips weer terug gestolen,' zoals hij zelf zegt. Erg mooi is de serie pogingen tot reconstructie van het omslag van het eerste boekje met de avonturen van Paulus de Boskabouter. Hoe het er precies uitzag wist Wasco niet meer, dus schilderde hij allemaal omslagen die het zouden kunnen zijn. Naast deze schilderijen is er ook prachtig, in kleine oplage vervaardigd tekenwerk van Wasco te zien op de expositie.

G. Wasco, Al Mijn Gestolen Boeken. Professor Ich, stripboekhandel en -galerie, Koninginneweg 218, Amsterdam. T-m 19 okt. Di t-m vr 10-18u, za 10-17u.

    • Paul Steenhuis