Nobelprijs

Afgelopen maandag werd de Nobelprijs voor de Vrede toegekend aan de Birmaanse oppositieleidster Aung San Suu Kyi.

President Havel had haar voorgedragen voor deze prijs om de aandacht te vestigen op de verschrikkelijke situatie in haar vaderland. Als geen ander weet Vaclav Havel hoe het is om in een land te leven, waar het merendeel van de bevolking wordt onderdrukt, terwijl de rest van de wereld gewoon haar gang gaat alsof er niets aan de hand is. Het militaire bewind in Birma is al jaren op ondemocratische wijze aan de macht en vooral de laatste jaren wordt elke oppositie hard onderdrukt.

Zo ken ik de gevallen van Ko Ko Gyi en Moe Saw U, beiden leden van het jeugdcomité van Suu Kyi's Nationale Liga voor Democratie, die op 23 of 24 oktober 1990 werden gearresteerd zonder duidelijke aanleiding. Verscheidene pogingen om van de autoriteiten informatie te krijgen over de reden van hun arrestatie en hun huidige situatie hebben tot nu toe niets opgeleverd.

Zolang er niets verandert aan de situatie in Birma is er geen "nieuws', staat er niets over in de kranten en raakt het land en de onderdrukte bevolking in de vergetelheid.