"Nederland en VS werkten samen in zaak-Boerenveen'

DEN HAAG, 18 OKT. De Nederlandse en Amerikaanse justitie hebben wel degelijk samengewerkt bij de actie die in 1986 in Miami leidde tot de arrestatie wegens handel in cocaïne van de plaatsvervanger van de Surinaamse legerleider Bouterse, E. Boerenveen. Welingelichte justitiële bronnen verzekeren dat de informant die een centrale rol speelde bij de operatie mede door de Nederlandse justitie is betaald.

Minister Hirsch Ballin (justitie) herhaalde gisteravond in de Tweede Kamer echter zijn eerder in een brief vastgelegde antwoord dat er tussen de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) en de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) geen contacten zijn geweest over de undercover-operatie die leidde tot de aanhouding van Boerenveen. Deze werd volgens de minister opgepakt bij een exclusief Amerikaanse actie, waarbij gebruik werd gemaakt van inlichtingen van een Nederlandse informant die naar de DEA zou zijn gestapt.

Volgens justitiële bronnen hebben Nederland en de Verenigde Staten wel samengewerkt. In 1988 heeft de CRI de informant, vooral voor zijn hulp inzake Boerenveen, via een Nederlandse politieagent die de contacten met hem onderhield 10.000 gulden betaald. De Nederlandse politieman - een adjudant van de gemeentepolitie in het oosten van het land - onderhield ook de contacten tussen de CRI, de DEA en de informant.

Het openbaar ministerie heeft de politieman ook officieel toestemming gegeven om de informant te begeleiden bij een bezoek in 1986 aan de DEA in Miami. De informant legde daar een getuigenis af in de strafzaak tegen Boerenveen.

Hirsch Ballin hield gisteren vol dat een in 1984 door de CRI met de informant opgezette Nederlandse politie-operatie vanuit Curaçao een jaar later door de CRI werd stopgezet zonder het departement te raadplegen. In een brief van 1 oktober schrijft de minister dat daarna “van overdracht van informatie (...) aan de DEA geen sprake is geweest”.

    • Marcel Haenen
    • Hans Buddingh'