Lucien Bodard: Les dix mille marches. Uitg. ...

Lucien Bodard: Les dix mille marches. Uitg. Grasset, prijs ƒ 56,50 J. Dutourd: Portraits de femmes. Uitg. Flammarion, prijs ƒ 46,- Michel Rio: Faux pas. Uitg. Seuil, prijs ƒ 32,40 Michel Tournier: Le médianoche amoureux. Folio-reeks, prijs ƒ 17,50. In vertaling verschenen als: Het nachtelijk liefdesmaal. Vert. Jeanne Holierhoek. Uitg. Meulenhoff, prijs ƒ 34,50 Edmonde Charles-Roux: Un désir d'Orient. Livre de poche, prijs ƒ 19,50 Isabelle Eberhardt: Lettres et journaliers. Uitg. J'ai lu, prijs ƒ 19,-

Lucien Bodard, China-kenner en -minnaar, schrijver van talrijke boeken over dat land, heeft in zijn nieuwe roman Les dix mille marches het leven van Jiang Qing, de vrouw van Mao, beschreven. In het voorwoord waarschuwt hij, dat hij werkelijkheid en eigen fantasie heeft gemengd en dat hij namen van sommige historische personen heeft veranderd.

Het boek begint met het historische feit, dat Jiang Mao op zijn sterfbed een verklaring probeert te ontlokken, dat zij de enige opvolger zal zijn, maar wat Mao haar en de overige omstanders toefluistert is slechts “Aidez Jiang Qing”. Een maand na zijn dood laat de zogeheten bende van vier, waartoe ook Jiang behoorde, haar arresteren. Het vervolg is bekend door de televisiebeelden van het proces dat later volgde.

In de volgende hoofdstukken vertelt Bodard het leven van Jiang. Als klein kind werd zij door haar moeder van minnaar naar minnaar gesleept. Op veertienjarige leeftijd wees geworden ziet Jiang maar één leven voor zich: zelfstandig zijn, zich ontwikkelen en zich via prostitutie omhoogvechten. Er is één man die zij bemint, Kang Sheng, een streber die haar intelligentie en haar liefde misbruikt om samen naar de macht te dingen. In Shanghai, stad van "le business et le plaisir' lukt het Jiang bij het boulevardtheater te komen. Tijdens een manifestatie van de communistische partij werpen Jiang en Mao een eerste blik op elkaar en daarmee eindigt de roman.

Les dix mille marches is niet alleen een avontuurlijke liefdesroman. Bodard beschrijft met veel kennis en met het elan van een deskundige verslaggever de politieke ontwikkelingen in China, dat, nog bijna Middeleeuws in aanleg, botste met de invloeden van het Westen. Zo was het voor Jiang Qing en haar consorten mogelijk om met ambitie en wreedheid tot grote macht te komen. Wat wel eens stoort is de sussende toon, waarop Bodard de meest gruwelijke dingen vertelt - alsof hij wil afzwakken wat in zijn geliefd China gebeurde.

Lucien Bodard: Les dix mille marches. Uitg. Grasset, prijs ƒ 56,50

Al voor de grote stroom van najaarsuitgaven verschenen nieuwe romans van de in Nederland minder bekende schrijvers Jean Dutourd en Michel Rio. In Portraits de femmes beschrijft Dutourd vier vrouwen die een rol spelen in het leven van de schrijver René Chapotot. Deze wat modieuze en placide vrijgezel verbeeldt zich, dat hij met inventiviteit en een doos vol fiches met aantekeningen over het dagelijks leven best een roman à la Zola kan maken. Uiterlijkheden bevestigen het beeld van de erkende schrijver: hij staat op het punt lid van de Académie française te worden en hij frequenteert de salon van Adelaïde. Deze al oude "artiste de la vie moderne' ontving al voor de oorlog beroemde schrijvers, zij ging in de oorlog door en bekommerde zich niet erom of iemand "résistant' of "vichyssois' was. Voor Dutourd een aanleiding om over literaire modes en intriges van toen en nu bijtende grappen te maken.

Ook Jacky verschijnt op het toneel. Ver weg in Bordeaux leest zij al zijn boeken en schrijft bewonderende brieven. De schrijver reageert traag, Jacky houdt vol en stuurt op een huwelijk aan. Zij palmt handig de secretaresse en toeverlaat, Mme Petitdidier, in. Van haar maakt Dutourd een roerend en precies portret met als hoogtepunt het tegen elkaar opbieden van de zakenvrouw uit Bordeaux en de Parisienne uit de petit-bourgeoisie.

Portraits de femmes is één lange, zwierige mijmering; zonder hoofdstukken, nauwelijks alinea's en dialogen, alleen in de indirecte vorm. Dutourd springt van de hak op de tak, van zijn eigen hebbelijkheden naar het niet helemaal te doorgronden gedrag van vrouwen, naar het provinciale in Bordeaux en het quasi-interessante in Parijs. Tweehonderdvijftig bladzijden schrijven zonder een omlijnd verhaal en niet saai worden, dat is een prestatie.

J. Dutourd: Portraits de femmes. Uitg. Flammarion, prijs ƒ 46,-

Michel Rio, schrijver van romans en toneelstukken vertelt in Faux pas het verhaal van l'inconnu, de hoofdpersoon zonder naam, die een aantal moorden begaat, waarvoor hij ingehuurd is, en die vervolgens zich terugtrekt op het land. Daar maakt hij kennis met een buurvrouw (vrouw van één van de slachtoffers) en haar dochtertje. Spelen met het kind neemt even veel tijd in beslag als de liefde bedrijven met de moeder. In de loop van het verhaal blijven de motieven van de moordenaar en de schandelijke daden van de vermoorden onzichtbaar. Na een briefje aan de geliefde, waarin hij filosofeert over hun historie d'amour zonder zin en zijn eigen onmogelijkheid om verder te leven, verscheurd te hebben, schiet l'inconnu zichzelf dood.

“Waarom doe je dit werk?”, vraagt een van de slachtoffers. “Het is misschien een "profession, tout court', antwoordt hij. Met koud cynisme, gedachten over het absurde van het bestaan en grote behoefte aan hartelijke en sensuele liefde, wordt l'inconnu een soort elckerlyc. Iedere lezer kan naar eigen idee het raadsel invullen, oplossen en de detective afmaken. Misschien is daardoor Faux pas een groot succes in Frankrijk.

Michel Rio: Faux pas. Uitg. Seuil, prijs ƒ 32,40

Michel Tourniers laatste roman Le médianoche amoureux is zojuist in folio verschenen, ongeveer tegelijk met de Nederlandse vertaling van Jeanne Holierhoek Het nachtelijk liefdesmaal. Yves en Nadège hebben hun vrienden geïnviteerd voor een galgemaal in een mid-zomernacht aan het strand van Normandië. Ze zullen aankondigen dat ze als man en vrouw uitgepraat zijn, dat ieder zoekt naar het "oreille vierge', waarmee een onbekende kan luisteren. Zij houdt niet van zijn vissersverhalen en hij niet van haar praatjes op het schimmige gebied tussen waarheid en fantasie.

Tijdens het maal vertelt iedere gast een verhaal. Sommige zijn droevige, andere duivelse belevenissen van mensen die naast elkaar leven of elkaar juist naar het leven staan. Weer andere spitsvondige, sprookjesachtige verzinsels met de diepere betekenis van een parabel, zoals van de kalif van Isfahan, die vertelt: “het heilige bestaat slechts door de herhaling”, het ritueel van het dagelijks leven. Dat overtuigt Yves en Nadège om bij elkaar te blijven.

De roman krijgt door de vorm van de raamvertelling een veelheid aan betekenissen, die elkaar wel eens tegenspreken. Tournier onthult graag de verborgen zin van wat gewoon lijkt. Zijn personages worden daar gekunsteld en hoogdravend van. Dat is jammer, want de verhaaltjes zijn op zichzelf al prachtig genoeg door Tourniers grote fantasie en beeldrijke taal.

Michel Tournier: Le médianoche amoureux. Folio-reeks, prijs ƒ 17,50. In vertaling verschenen als: Het nachtelijk liefdesmaal. Vert. Jeanne Holierhoek. Uitg. Meulenhoff, prijs ƒ 34,50

De laatste jaren leefde de belangstelling op voor het romantische leven van Isabelle Eberhardt, reizigster in Afrika en een van de eerste journalisten die in lokale Afrikaanse kranten schreef. In Un désir d'Orient beschrijft Edmonde Charles-Roux de jeugd en jonge jaren van Eberhardt (1877-1899). Isabelle woonde met haar Duits-Russische moeder, broers en zusters en de gouverneur van de familie, een Raspoetinachtige figuur, die waarschijnlijk haar vader was, aan het meer van Genève. Om gezondheidsredenen was het gezin toestemming verleend om uit Rusland te vertrekken. Isabelle groeide op temidden van politieke vluchtelingen en de benauwende sfeer van politiecontrole. Al jong koos zij voor de Turkse vrijheidsbeweging en bekeerde zich tot de Islam. Samen met haar moeder als chaperonne maakte zij haar eerste reis naar Algerije. Binnen het jaar eindigde die reis desastreus met de dood van de moeder. Isabelle keerde terug naar Genève, maar reisde gauw weer af naar Afrika, geobsedeerd als zij was door de Islam en het ongebonden leven van vrouw in manskleren.

Charles-Roux dook voor dit boek in de vroege geschriften van Isabelle, in documenten over de geschiedenis van de verbannen avonturiers en zelfs in de politierapporten van Genève. Inherent aan een roman-biografie is het fantaseren over hoe het geweest zou zijn: “peut-être ce fut un peu comme ça”, hoe Isabelles stem geklonken zou hebben en wat haar argumenten waren om de illegale afkomst te verzwijgen - zij zou het meer een schande voor haar moeder hebben gevonden dan voor zichzelf. De interessante couleur locale van steden en landen en van vreemde, ontheemde mensen weegt ruimschoots op tegen de vaak te lang uitgesponnen vooronderstellingen.

Op zevenentwintigjarige leeftijd verdronk Isabelle Eberhardt tijdens een overstroming in Noord-Afrika. In een alkoof van haar primitieve huisje werden dagboeken en brieven gevonden. Een selectie hieruit en een aantal kranteartikelen zijn verzameld in Lettres et journaliers. Een deel hiervan bleek na later onderzoek niet authentiek Eberhardt te zijn: een Arabische vriend-journalist had zijn versie gemaakt van wat hij vermoedde dat er onder de modder en watervlekken gestaan zou hebben.

De bewerker van dit boek, E. Errera, heeft nauwgezet aangegeven wat later ingevoerd is of verzonnen. Hij wisselt de teksten van Eberhardt af met een korte samenvatting van wat zij in de bewuste periode deed of waarheen zij ging. Daardoor is het beeld van de excentrieke, jonge Russische wereldreizigster verschoven naar dat van een bezeten Mohammedaanse en een wilde vrouw die voor haar vrijheid vocht. Zij zou zich waarmaken: “je suis fille illégitime . . . exposée au stupide et cruel dédain des gens . . .”

Edmonde Charles-Roux: Un désir d'Orient. Livre de poche, prijs ƒ 19,50

Isabelle Eberhardt: Lettres et journaliers. Uitg. J'ai lu, prijs ƒ 19,-

    • F.J. van Marle