Klavierleeuwen tegen de duivelse violisten

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov m.m.v. Vladimir Ovchinnikov. Programma: P.I. Tsjaikofski: ouverture Romeo en Julia; S. Rachmaninov: Paganini-rapsodie; S. Prokofjev: Zevende symfonie. Gehoord: 17-10 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Herhaling: 18-10.

Het mooiste moment tijdens het Russische concert dat het Residentie Orkest gisteravond gaf, was natuurlijk toen dirigent Jevgeni Svetlanov halverwege de Paganini-rapsodie van Rachmaninov van zijn rostrum stapte. Terwijl hij met de armen in de lucht een passage vol vervoerend sentiment verder dirigeerde, liep hij naar de eerste violen en bleef daar voor hen staan, alsof hij al mimend een violist moest verbeelden. De rechter hand bewoog alsof hij een strijkstok in de hand had en met de linker hand gaf hij een heftig vibrato op de snaren aan.

Met uiterste hartstocht moest de muziek even zinderen op toppen van bewogenheid, daarna liep Svetlanov weer terug naar zijn verhoging om met zijn plastische gebaar het complete orkest weer gedisciplineerd te beheersen met een ongelooflijk vertoon van nuances. Schimmig bleek als een gestopte trompet kan hij de Haagse violen laten spelen, maar ook mild en warmbloedig.

Het mooie van Svetlanov is dat emotionele extra, soms geaccentueerd door een Bernsteiniaans luchtsprongetje, bij een perfectionistische uitvoering die verder in expressie en klankkleur toch al glom en glansde, gebracht met een prachtige heldere balans in het orkest en een niet aflatende theatrale spanning, zoals hij al eerder etaleerde in Tsjaikofski's ouverture Romeo en Julia. Svetlanovs jarenlange ervaring als chef-dirigent van het Mouskouse Bolsjoi-theater straalde ervan af.

En dan was het briljante orkestrale aandeel nog maar de helft van dit Paganini-Rachmaninov-wondertje: pianist Vladimir Ovchinnikov bleek al even bijzonder in dit virtuoze stuk waarmee de ware klavierleeuwen hun kunsten kunnen afzetten tegen die van de duivelse violisten. Net als Svetlanov speelt zijn landgenoot Ovchinnikov niet op effect maar met effect. Klare fijnzinnigheid is zijn kenmerk, gebaseerd op een fantastische techniek en een heel gevarieerd gevoelig toucher, waarmee hij soms wonderbaarlijke Strawinskiaans-droge klanken produceert.

Prokofjevs Zevende symfonie kreeg van Svetlanov en het voortreffelijk spelende Residentie Orkest ook alweer zo'n afgewogen vertolking met zwier, elegantie en beheerste ritmiek. Svetlanov kon het ook niet helpen dat er hier niets anders is dan buitenkant om op te poetsen.