Meest voorkomende chronische ziekten

De ziekten waar veel mensen langdurig aan lijden zijn niet de ziekten waar we dood aan gaan. Bij de doodsoorzaken valt op dat twee hartziekten bovenin de top-5 staan. In diezelfde top-5 staat alleen longkanker, terwijl kanker ná hart- en vaatziekten toch de belangrijkste doodsoorzaak is. Het is een kwestie van uitsplitsen: er zijn veel meer verschillende kankers dan hartziekten. Wim Köhler beschrijft de ziekten. Eén conclusie is duidelijk: stoppen met roken helpt!

1. NEK- EN RUGKLACHTEN

Nek- en rugklachten zijn de belangrijkste aandoening waar Nederlanders langdurig aan lijden. Bij de dokter zijn bijna 700.000 mensen bekend met chronische nek- en rugpijn. Een veelvoud lijdt zonder doktersbezoek. Misschien doen ze daar verstandig aan, want de huisarts kan niet veel met rugpijnklachten. Het is een kwestie van de hernia's er uitpikken en verder gedragsadviezen geven: ga zwemmen, ga fietsen, doe alles wat je anders ook van plan was te doen, ook al doet het pijn. Ga vooral niet op bed liggen, behalve bij ondraaglijke pijn en dan niet langer dan een paar dagen. Meteen doorverwijzen naar fysiotherapeut of bottenkraker is er niet meer bij. Een paracetamol tegen de pijn, dat volstaat.

Het bestrijden van ziekteverzuim vanwege rugpijn gebeurt vooral buiten de gezondheidszorg: veel bedrijven sturen hun werknemers naar rugcentra. Die leren dat pijn erbij hoort.

TNO Arbeid berekende in 2000 dat ziekteverzuim door rugklachten de Nederlandse maatschappij jaarlijks ongeveer 2 miljard euro kost. Werkdruk en slechte sociale contacten verhogen het risico op klachten en thuisblijven. Sporten en bewegen en een prettig werkklimaat verlagen de kans op arbeidsuitval. De toenmalige minister van volksgezondheid, Borst, liet het onderzoek uitvoeren om een preventieprogramma te kunnen ontwikkelen. Preventieprogramma's worden al lang geprobeerd, maar hebben vaak bijzonder weinig effect.

Voorlopig zal het aantal klachten wel niet afnemen: een Amerikaanse onderzoeker vond dat 45 procent van de pubers last van zijn rug heeft. De dikkerds hadden duidelijk meer klachten dan de slanke kinderen. De dreigende epidemie van zwaarlijvigheid die vanuit de VS langzaam onze kant opschuift veroorzaakt dus waarschijnlijk alleen maar meer rugpijn.

2. ARTROSE

Overgewicht, stil zitten en overbelasting, dat zijn factoren die bijdragen aan artrose. Bij artrose gaat het kraakbeen in gewrichten verloren. Stijve, een beetje pijnlijke gewrichten zijn de eerste tekenen en bijna iedere oudere heeft daar last van. Uiteindelijk, als meer kraakbeen verdwijnt, lijdt de patiënt vaak helse pijnen.

Vroeger was pijnbestrijding de enige remedie. De afgelopen 20 jaar zijn er prothesen voor heup-, knie-, schouder-, elleboog-, pols-, teen- en vingergewrichten beschikbaar gekomen. En de ontwikkelingen gaan verder. Voor het moeilijke, want zwaar belaste en toch in veel richtingen draaibare enkelgewricht zijn experimentele prothesen beschikbaar.

Door de snelle ontwikkeling van de kunstgewrichten moeten ziekenhuizen wennen aan de orthopedisch chirurgen die steeds meer operatietijd willen. Mede daardoor bestaan hiervoor vaak lange wachtlijsten.

Artrose lijkt een ziekte voor oude mensen, maar er zijn duizenden mensen onder de 50 jaar die door erfelijke kraakbeenaandoeningen, door geboorteafwijkingen van de gewrichten, door ongelukken of door topsport al vroeg in hun leven een gewricht verspelen. Het probleem voor hen is dat de kunstgewrichten een verwachte levensduur van ongeveer 15 jaar hebben. En dat het op het ogenblik nog niet goed mogelijk is om een kunstgewricht vaker dan eenmaal te vervangen.

De heupvervangende operatie behoort tot de duurdere ingrepen, gemeten naar de winst in kwaliteit van leven. De kosten bedragen tien- tot honderdduizend euro per naar kwaliteit gecorrigeerd levensjaar. Dat ligt in dezelfde grootteorde als een harttransplantatie, cholesterolverlagende medicijnen voor patiënten die een hartaanval hebben overleefd en het installeren van airbags in Nederlandse auto`s.

3. SLECHTHORENDHEID

Keel- neus- en oorartsen wachten met angst en beven op de golf van lawaaidoven die het disco- en walkmantijdperk over een paar jaar oplevert. De `lawaaislechthorenden' die zich nu met klachten melden, hebben de schade meestal op wat latere leeftijd in hun beroepsleven opgelopen. In het bedrijfsleven vermindert het lawaai nu, door richtlijnen en metingen van de Arbeidsinspectie, maar vrijwillig stellen veel meer mensen zich bloot aan hoge decibellen dan vroeger.

Lawaaischade is al meetbaar als de slechthorende het zelf nog niet merkt. In de zorg zijn zodoende ruim een half miljoen slechthorenden bekend, maar uit onderzoek onder de bevolking blijkt dat er bijna driemaal zo veel gehoorgestoorden zijn. Naar schatting 1 op de 4 van hen heeft een hoortoestel.

De huisarts moet luisterproeven doen en uitleggen hoe met de handicap te leven valt: vraag huisgenoten om duidelijk te articuleren en oogcontact te maken tijdens het spreken en verbeter de akoestiek in huis. Als gehoorgang en trommelvlies in orde zijn, heeft verwijzen naar de KNO-arts alleen zin als iemand bereid is een gehoorapparaat te gebruiken. De weg naar de KNO-arts kan ook via de audicien, een winkelier die een hoorapparaat mag aanmeten.

Iemand die slechthorend begint te worden, merkt dat als hij een gesprek in een lawaaiige omgeving niet meer goed verstaat. Hoorapparatenfabrikanten proberen het probleem te omzeilen door ruisfrequenties niet te versterken en de toonhoogtes waarop spraak plaatsvindt wel te versterken. Maar mensen met een normaal gehoor kunnen dat nog altijd beter dan de elektronica in de steeds minusculer wordende hoorapparaatjes. Die verdwijnen tegenwoordig als een knopje in het oor. En hebben een doorzichtig sprietje om ze er weer uit trekken.

4. CORONAIRE HARTZIEKTEN

Angina pectoris, de pijn op het hart bij inspanning, was vanouds de coronaire hartziekte die aan de hartaanval voorafging, vooral als het een instabiele, snel opkomende angina pectoris betrof. De afgelopen tien jaar is het gebruikelijk om de vernauwing van de kransslagader, waar anginapatiënten aan lijden, tijdig op te sporen en te dotteren, of met een bypass-operatie te omzeilen.

Dotteren gebeurt door een ballonnetje op te blazen in een bijna verstopt bloedvat, waardoor het ziekmakende bloedstolsel wordt weggeduwd. Vaak laat de cardioloog een gazen buisje achter waardoor het vat niet snel opnieuw dichtslibt. Bij een bypassoperatie legt de hartchirurg een omleiding aan voor een verstopt bloedvat met een stukje slagader elders uit het lichaam. Daarmee wordt de route naar een hartinfarct voorlopig afgesneden en is een categorie chronische hartpatiënten ontstaan.

Ook patiënten die hun eerste hartinfarct overleven behoren tot de categorie patiënten met een coronaire hartziekte. Meestal zijn zij ook gedotterd of van een bypass voorzien. Het afgestorven deel van de hartspier dat na het hartinfarct achterblijft kan problemen geven met de elektrische geleiding in de hartwand die nodig is om een gecoördineerd samentrekkend hart te behouden. Het zijn tegenwoordig patiënten die nog jarenlang een actief leven leiden, maar wel met medicatie, controle en wellicht ondersteuning van een pacemaker.

Patiënten die ondanks hun slechte kransslagvaten in leven blijven, ontwikkelen op hoge leeftijd – zo na hun 75-ste – vaak hartfalen. Het hart krijgt het bloed niet meer goed rondgepompt en wordt langzaam maar zeker groter, waardoor de kans op ritmestoornissen toeneemt. De dood door hartfalen staat inmiddels op de zesde plaats van doodsoorzaken.

5. ASTMA

Astma is de enige ziekte in de top-5 van chronische aandoeningen die ook bij kinderen veel voorkomt. Astma onder kinderen neemt de laatste decennia steeds maar toe, maar hoe het komt is onbekend. Tegenwoordig is de hygiënetheorie in zwang. Die zegt dat in een steeds schonere omgeving het afweersysteem `zich gaat vervelen' en zich dan maar tegen het eigen lichaam keert. Kinderen die op Zwitserse boerderijen zijn opgegroeid, lijden minder vaak aan astma dan Zwitserse stadskinderen. Eczeem, astma en hooikoorts zijn verschillende uitingsvormen van dezelfde `atopische constitutie' die zich kenmerkt door een ongewenste, schadelijke overactiviteit van het afweersysteem. Bij astma is er een overreactie van de luchtwegen. Die vernauwen zich en scheiden slijm af na prikkeling door onschuldige stoffen.

Er zijn goede medicijnen om astma-aanvallen te voorkomen en af te kappen. Maar er is niets dat astma geneest. In die zin zijn de astmamedicijnen een schoolvoorbeeld van een half-way technology. Sommige patiënten groeien er overheen, maar wie dat zijn, valt nog niet te voorspellen.

De aanhangers van de hygiënetheorie willen dolgraag weten wat nu precies het afweersysteem van kleine kinderen zo vormt dat ze géén astma krijgen. Vorige week publiceerden onderzoekers dat een hepatitis A-infectie wellicht beschermt. Maar dat zou alleen bij mensen met een bepaalde genetische constitutie het geval zijn.

In kringen van vaccinontwerpers wordt serieus gedacht aan een vaccin tegen astma. Dat zou het afweersysteem van kinderen zo moeten activeren dat ze geen astma krijgen. Het idee is tegen het zere been van de critici die toch al denken dat vaccinaties het afweersysteem in de war schoppen en zo leiden tot de gesignaleerde toename van astma.