Kaland acht val kabinet door de opstelling van Eerste Kamer mogelijk

DEN HAAG, 18 OKT. A.J. Kaland, fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer, vindt het plan-Simons voor de gezondheidszorg, en de basisvorming in het onderwijs, een kabinetscrisis waard. Dit zei hij gisteren in een gesprek met de Brabant Pers.

“Het moet kunnen gebeuren dat een kabinet een keer valt door de opstelling van de Eerste Kamer”, aldus Kaland in het interview. “Het moet dan wel gaan om een principieel wetsvoorstel.” Als voorbeeld hiervan noemde hij het plan-Simons, en de basisvorming. Hij voegde er ogenblikkelijk aan toe dat het nog niet zover hoeft te komen en dat de CDA-fractie tot een “open discussie bereid is” over de plannen met de ziektekostenverzekering.

Al eerder deze week veroorzaakte Kaland de nodige opschudding met uitspraken over de Tweede Kamer. Leden van deze Kamer voor CDA en PvdA betitelde hij als stemvee. Ook had hij kritiek op de besluitvorming door premier Lubbers die teveel “deals” in “vertrouwde kleine kring” van het CDA zou sluiten.

Gisteren hebben Kaland en staatssecretaris H. Simons (volksgezondheid) met elkaar gesproken over onder meer de jongste uitlatingen van de fractievoorzitter. Over het gesprek zijn geen mededelingen gedaan. Kaland gaf na afloop wel een verklaring uit. Daarin liet hij nog eens blijken dat over de stelselherziening “in beginsel een kabinetscrisis verantwoord zou kunnen zijn. Dit in tegenstelling tot voorstellen van incidentele aard zoals de inflatiecorrectie”.

Het is nog onduidelijk in hoeverre Kaland voor zijn jongste uitlatingen steun krijgt van de rest van zijn fractie. De CDA-woordvoerders uit de Eerste Kamer op het gebied van financieën en volksgezondheid waren niet bereikbaar voor commentaar.

Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA) hield vorige week tijdens de Algemene Beschouwingen als enige Tweede-Kamerlid de mogelijkheid open van een kabinetscrisis door de opstelling van de CDA-senatoren. “Ik heb gezegd dat het onderwerp belangrijk genoeg is voor een kabinetscrisis” aldus van Otterloo, “maar het is niet aan de Eerste Kamer om daar op aan te sturen”.