Finse recessie na wegvallen Sovjet-markt

ROTTERDAM, 18 OKT. Gedurende de jaren tachtig bloeide de Finse economie als nooit tevoren. Elk jaar nam het bruto nationaal produkt toe met gemiddeld 3,6 procent - in 1988 en 1989 zelfs met ruim vijf procent. Finland was hiermee een van de absolute sterren binnen de OESO, de club van rijke Westerse industriestaten. Overal verrezen nieuwe zomerhuisjes en ski-centra, waar de Finnen in gloednieuwe automobielen heen zoefden. In het toch al met veel bos gezegende Finland leken de bomen tot in de hemel te groeien.

Maar het volgende decennium was nog niet aangebroken of er trad een kentering in. In 1990 groeide het BNP maar met een schamele 0,4 procent en voor dit jaar wordt verwacht dat de Finse economie zelfs met ten minste 2 procent zal krimpen.

De werkloosheid, die vorig jaar nog een alleszins acceptabele 4,5 procent bedroeg, is inmiddels tot het dubbele daarvan gestegen. De export is ingezakt en van de Finse industrie benutte deze zomer nog maar 10 procent van de bedrijven hun produktiecapaciteit volledig. In de eerste zeven maanden van 1991 deden zich bijna twee keer zoveel faillisementen voor als in dezelfde periode een jaar eerder. Finland is kortom in een diep economisch dal beland.

“Het feest is voorbij"", stelde een van de grootste Finse banken, Kansallis Osake Pankki (KOP), vorige herfst al mismoedig in een rapport vast. Dat had de KOP juist gezien: een jaar later is de bankensector, en in het bijzonder de KOP zelf, er slecht aan toe. Niet alleen stevent de KOP dit jaar af op een totaal verlies van ruim 400 miljoen Finse mark (zo"n 200 miljoen gulden) en zijn de inkomsten met 35 procent gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor, de bank moet zich ook een onderzoek door de Finse centrale bank laten welgevallen naar onregelmatigheden in haar boeken. Ook andere Finse banken hebben de afgelopen maanden stevige klappen te verduren gekregen.

De recessie raakt de banken extra hard omdat deze gedurende de tweede helft van de jaren tachtig, na een versoepeling in de regels voor de kredietverlening, profiteerden van een razendsnelle groei in het aantal leningen. In totaal hebben de banken nog dertig miljard Finse mark te goed van hun debiteuren. Velen van hen vinden het nu moeilijk om de geleende sommen terug te betalen, waardoor de banken op hun beurt in de problemen raken. De Finnen en hun banken krijgen hiermee de rekening gepresenteerd voor het feit dat ze de laatste jaren op te grote voet hebben geleefd.

Er zijn evenwel ook andere redenen voor de huidige Finse malaise. Een snelle stijging van de lonen was er debet aan dat veel Finse produkten niet langer konden concurreren op de wereldmarkt. Sommige Finse bedrijven besloten met het oog op de hoge lonen in eigen land een deel van hun activiteiten naar het buitenland over te brengen. Verder verdrievoudigden in de voorbije vijf jaar de investeringen in het buitenland. Omgekeerd trok het peperdure Finland maar weinig buitenlands kapitaal.

Van belang was verder dat de handel met de Sovjet-Unie sinds de tweede helft van de jaren tachtig flink terugliep. In 1977 was de Finse handel met de Sovjet-Unie nog goed voor bijna een kwart van de totale Finse in- en uitvoer. Deze handel geschiedde altijd geheel op wederkerige basis. Finland nam jarenlang een vooraf vastgestelde hoeveelheid aardgas en olie af van zijn machtige oosterbuur, terwijl het in ruil daarvoor schepen, textiel en andere goederen leverde.

De niet zo veeleisende Sovjet-Unie vormde een welkome afzetmarkt voor Finse bedrijven die eigenlijk niet meer zo goed mee konden komen op de wereldmarkt. Onder Sovjet-president Michail Gorbatsjov liep de handel met de Sovjet-Unie na 1985 snel terug tot minder dan tien procent van het totale Finse handelsvolume. Op het ogenblik beloopt ze vermoedelijk nog hoogstens 5 procent. Veel Finse firma"s, die nog geld te goed hebben van Sovjet-ondernemingen, zijn huiverig geworden om nieuwe produkten te leveren. Het wegvallen van de Sovjet-markt betekende een gevoelige klap voor de Finse economie.

Door de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie, een toestand waarin de meeste zakenlui zich uitgesproken onbehaaglijk voelen, richten de Finnen de blik nu meer nog dan voorheen zuid- en westwaarts, vooral op de Europese Gemeenschap. Met de EG-staten drijft Finland bijna de helft van zijn totale handel.

Graag zouden ze de toch al nauwe betrekkingen met de EG-staten verder aanhalen. Al is de Koude Oorlog voorbij en daarmee de noodzaak van de oude Finse neutraliteitspolitiek - die een lidmaatschap van de EG onmogelijk maakte - toch schrikt Helsinki er nog voor terug om zich helemaal bij de EG aan te sluiten.

Het liefst zou het eerst in een soort voorportaal van de EG verblijven in de vorm van een samenwerkingsakkoord tussen de EG en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Daarom heeft de in maart aangetreden Finse regering van de jonge premier Esko Aho, die thans het voorzitterschap van de EVA bekleedt, zich zeer ingespannen om een akkoord met de EG te bereiken over de zogeheten Europese Economische Ruimte.

De Finnen hebben hiervan hooggespannen verwachtingen, maar de realiteit is dat het enthousiasme over dit vage begrip aan EG-zijde aanmerkelijk minder onstuimig is. Na de aanmeldingen van Oostenrijk en Zweden voor het lidmaatschap van de EG zien de EG-staten eigenlijk het nut van een dergelijk akkoord met de steeds kleiner wordende EVA niet meer in. Finland lijkt dan ook de komende maanden te moeten kiezen of delen. De Finse industrie maakt er intussen geen geheim van dat ze de regering het lidmaatschap van de EG nog liever vandaag dan morgen zou zien aanvragen.

Zo lang de onderhandelingen met de EG over de Economische Ruimte nog niet zijn afgerond, laat staan een Fins lidmaatschap van de EG, moeten de Finnen zelf de mouwen opstropen om zich uit de huidige economische problemen te werken. De centrum-rechtse coalitie van premier Esko heeft een aantal drastische stappen aangekondigd. Zo wil zij de kostbare subsidies aan de landbouw, die resulteren in al even kostbare produkten voor de Finse consumenten, verminderen. Ook zal de regering minder geld uittrekken voor ontwikkelingshulp. Voorts speelt ze met de gedachte om ambtenaren een paar weken op non-actief te stellen waarmee veel geld zou worden gespaard. De coalitie rekent tevens op loonmatiging van de kant van de vakbonden.

De Finnen hebben in het verleden bewezen geen volk te zijn dat gauw het hoofd in de schoot legt bij tegenslagen. Daarom zullen ze ook zonder twijfel de huidige recessie weten te doorstaan, binnen of buiten de EG. Zoals de vooraanstaande Finse journalist Jyrki Vesikansa onlangs schreef: “In goede tijden klagen de Finnen en willen ze meer. (...) In slechte tijden daarentegen, weten ze hoe ze zich op een bijna masochistische manier weer omhoog moeten hijsen - na eerst diep te zijn gevallen.”

    • Floris van Straaten