Europa, zoals we dat in 1945 hadden gewild; "We moeten denken aan hoe we Europa gevormd zouden hebben als we dat van het begin af aan hadden kunnen doen'; "Binnen twee jaar zal de EG net zoveel aanvragen voor toetreding te verwerken krijgen als ze nu...

"De situatie in Europa is fundamenteel veranderd en daarom moet de Europese Gemeenschap het integratieproces voortaan anders benaderen. De EG moet nieuwe leden toelaten, maar kan niet eisen dat ze zich in alles meteen aanpassen.' Mr. Frans H.J.J. Andriessen, vice-voorzitter van de Europese Commissie en sinds vandaag ook hoogleraar Europese integratie in Utrecht, over de toekomst van het na 45 jaar weer verenigde continent.

In uw inaugurele rede schetst u een breed panorama van het Europa van de 21ste eeuw, zoals het ideaal gesproken zou moeten worden. Maar als we een aantal gebeurtenissen van de afgelopen maanden overzien, is uw ideaal dan geen utopie? Ik denk met name aan de moeizame wijze waarop sommige lidstaten moeten worden overgehaald om hun grenzen voor Oosteuropese produkten te openen.

Ik denk dat op dit moment een beetje utopisch denken nodig is, want we dreigen weer te verzanden in kleinsteeds gepriegel, terwijl het moment ons juist een hele nieuwe inspiratie zou moeten geven. De economie heeft ons geïnspireerd tot de gemeenschappelijke markt, een economisch doel, heel belangrijk omdat het de welvaart en het welzijn van de mensen betreft. Nu naderen we dan dat Europa zonder grenzen. En uitgerekend op dit moment zie je dat we verzanden in wat toch eigenlijk kleinigheden zijn als je kijkt naar het totaal. Vandaar dat ik geprobeerd heb de historische noodzaak aan te tonen van waar het naar toe moet.

Zien we bij de lidstaten geen tendenzen om juist souvereiniteit op de Gemeenschap terug te veroveren?

“Ik zeg in mijn oratie dat enerzijds de soevereine staat niet meer geschikt is om alle problemen waarvoor we staan op te lossen, maar dat er anderzijds een grote mate van weerbarstigheid is om dit te erkennen. Dat zie je bijvoorbeeld bij de moeizame pogingen die we doen om een beetje democratie in de Gemeenschap te brengen. Het brengen van democratie betekent in feite afstand doen van je nationale soevereiniteit.

Het integratieproces zoals dat op het ogenblik aan de gang is, is veroorzaakt vanuit een zekere bedreiging, vanuit de gedachte nooit meer oorlog. Tot op zekere hoogte wordt ook in Centraal en Oost-Europa die sterke oriëntatie op de Europese Gemeenschap ingegeven door bedreiging, door instabiliteit.

U zegt ergens: "De geschiedenis leert dat rivaliteit kan worden beheerst, spanningen opgeheven, belangen geharmoniseerd'. Daarbij heeft u ongetwijfeld de Europese Gemeenschap op 't oog. Maar die nog lang niet voltooide integratie van landen met een onvergelijkelijk veel gunstiger uitgangspositie dan die van de landen in Oost-Europa is nu zo'n veertig jaar aan de gang. Hoe lang zal het in Oost-Europa gaan duren voordat daar sprake zal zijn van een dergelijke integratie?

Ik denk dat, waar ik spreek over toleranties en subsidiariteit, de volgende vraag zich opdringt: "Moeten we proberen om op korte termijn voor heel Europa die mate van economische integratie te bereiken die we bezig zijn te bereiken met de Twaalf?' Ik heb in mijn inleiding het voorbeeld gegeven van de Amerikaanse wetgeving. De milieuwetgeving in Iowa is duidelijk anders dan die van Californië en dat is ook wel begrijpelijk, want Californië is dichtbevolkt en Iowa niet. Ik zou me kunnen voorstellen dat je met landen in Europa een duidelijke geïntegreerde band zou hebben zonder dat dat leidt tot een volledige economische integratie met alles wat dat aan marktverordeningen met zich meebrengt.

Ik zeg niet dat ik overal oplossingen voor heb. Dit is geen politiek verhaal, maar een analyse. En dan vraag ik aan de politici, waar ik ook bijhoor: "Hoe ga je oplossingen vinden?' Ik denk dat we ons moeten realiseren in de Gemeenschap dat wij ook getekend zijn door ons verleden, door het feit dat Europa verdeeld was, door het feit dat het ontstond uit wereldoorlogen en een verscheurd Europa, door het feit dat we nog helemaal dachten in de termen van de nationale soevereiniteit. We moeten denken aan hoe we Europa gevormd zouden hebben als we dat van meet af aan hadden kunnen doen met een Europa zoals het er nu uitziet. Dat is een interessante vraag die we ons eigenlijk niet gesteld hebben.

Zou het voorstelbaar zijn dat er een Europa ontstaat waarbij wel hetzelfde integratie-ideaal blijft bestaan, maar waaromheen zich een aantal clusters van landen bevindt die in verschillende stadia van integratie bevinden?

Er begint al een zekere groepsvorming in Centraal en Oost-Europa te ontstaan. Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, gaan op het gebied van de buitenlandse politiek samenwerken en vragen nu om een multilaterale politieke dialoog met de Europese Gemeenschap. Het proces van integratie verloopt daar eigenlijk a-typisch, wij doen het vanuit de economische en binnenlandse politiek, terwijl het in de andere landen via de buitenlandse politiek verloopt.

Het zou best eens kunnen zijn dat je economisch meer verschillen zou moeten aanvaarden. Dat is dus anders dan het idee van Delors (voorzitter van de Europese Commissie, red.) over de concentrische cirkels, omdat de Gemeenschap in die theorie fungeert als "centre de gravité', als zwaartekrachtpunt, zonder dat er sprake is van echte integratie. Het trekt wel aan, maar het is geen "opnemen in'. En als je kijkt wat we doen met de Europese Economische Ruimte - het model voor nauwere betrekkingen met de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie - waar we zeggen "jullie moeten het acquis communautaire pikken, maar jullie krijgen niks te vertellen', dan is dat ook geen echte integratie.

Ik zou me kunnen voorstellen dat die Midden- en Oosteuropese landen samen iets doen, die drie en misschien ook op de Balkan, en dat die dan op een of andere wijze wél echt integreren, misschien in de buitenlandse politiek. En als voor die landen de buitenlandse politiek op het ogenblik belangrijker is dan de binnenlandse, dan is dat een aangrijpingspunt.

Maar hoe zou een EG met 25, 30 leden institutioneel georganiseerd kunnen worden?

Dat is natuurlijk de kernvraag. Ik zeg ergens in mijn rede dat het aantal op zichzelf niet een probleem hoeft te zijn als je maar de juiste structuur vindt. De moeilijkheid is dat we met zeer ongelijksoortige grootheden te maken hebben en als de tendens naar een zekere regionalisatie of zelfs verbrokkeling zich doorzet - en daar ziet het op dit ogenblik toch eigenlijk naar uit - dan heb je kans dat die ongelijksoortigheid nog groter wordt. Dan kom je op het punt dat ik heb aangeduid met de term toleranties. Het is duidelijk dat je bijvoorbeeld Albanië, dat eigenlijk alle karakteristieken vertoont van een ontwikkelingsland, niet morgen, en ook niet overmorgen in dat hoogontwikkelde economische geheel kunt opnemen dat de Gemeenschap is.

Wat ik voorstel is dat we erover denken hoe we de verschillende Midden- en Oosteuropese landen kunnen opnemen in het integratieproces zonder hun de verplichtingen op te leggen die ze economisch niet aankunnen, terwijl ze tegelijkertijd toch niet alleen het gevoel hebben, maar ook de existentiële bevestiging, dat ze erbij horen. Laten we niet vergeten dat de economische verschillen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten ook zeer groot zijn. Ik heb eerder de idee gelanceerd van een geaffileerd lidmaatschap, daar is positief en negatief op gereageerd, maar dat was eigenlijk een voorloper van dit idee.

"Het integratieproces in de Gemeenschap en in dat van Europa zal pas een echte kans maken als het verlies van betekenis van nationale parlementen wordt vertaald in winst voor het Europees Parlement', zegt u in uw oratie. Maar moet er in de werkwijze van het Europees Parlement niet hoe dan ook, dus niet alleen in de omschrijving van z'n bevoegdheden, het een en ander veranderen om geloofwaardig te worden in de ogen van de Europese kiezers?

Ik denk dat hier ook samenhangen zijn. Een parlement dat de ambitie heeft een echt parlement te zijn, maar niet de bevoegdheden die daarbij horen, is natuurlijk geneigd zich uit te leven in die enkele bevoegdheden die het wel heeft. Dat zie je ook hier.

Dit is bovendien een parlement zonder regering en dat is eigenlijk net zo slecht als een regering zonder parlement. Dus ik denk dat als dit parlement echt zal worden wat het moet zijn, automatisch de werkwijze gaat veranderen en dat het uiteraard een heel ander appèl krijgt op de kiezer.

Het tweede punt is dat we vandaag in een hele rare fictie leven, namelijk dat een minister die functioneert in de Raad van ministers individueel verantwoording verschuldigd is aan zijn nationale parlement, maar voor een bevoegdheid die intussen niet meer tot dat nationale parlement behoort. Zolang we die spanning houden komt er niets van terecht.

En dan komt mijn derde stelling: je moet niet denken dat men ooit bereid zal zijn om werkelijke bevoegdheden over te dragen aan een supranationaal orgaan als daar niet tegelijkertijd een duidelijke democratische parlementaire controle is die dat in de gaten kan houden.

Hoe moet, gegeven de problemen die zich nu al manifesteren bij het vormen van een politieke unie van twaalf lidstaten, de integratie verlopen bij een nog groter Europa?

Ik denk dat we, en dat is een gedachte die veel verzet zal oproepen, een beetje moeten loskomen van de gedachte die we altijd hebben gehad: als ze bij de club willen komen dan moeten ze ons maar nemen zoals we zijn. De vraag is of de werkelijkheid in Europa niet zo veelvormig is dat je met dat criterium veel kandidaten voor onbepaalde tijd uit dat integratieproces uitsluit.

De situatie in Europa is fundamenteel veranderd, moeten we daarom ook niet een andere benadering van het integratieproces hanteren? Ik vind van wel. Als we doorgaan op de oude lijn, komen we op z'n best tot een stuk van Europa dat heel sterk geïntegreerd is en daaromheen een kern van los-vast daaraan verbonden eenheden waarin problemen als regionalisatie, verbrokkeling, rivaliteit tussen bepaalde etnische minderheden of nieuw te vormen entiteiten veel moeilijker oplosbaar zullen zijn dan wanneer we dat doen in een integratieproces waarin ze in een democratische ordening worden meegenomen.

U moet in uw positie wellicht optimistisch blijven, maar hoe zal volgens u het document voor de Europese Politieke Unie dat in Maastricht wordt ondertekend eruit zien?

De tendens op het ogenblik is minimalistisch. En als dat zo doorgaat - de remmers in een groep zijn altijd sterker, de statici zijn altijd sterker van de dynamici - dan zal de Gemeenschap tot de overtuiging moeten komen dat we zeer snel een volgende intergouvernementele conferentie nodig hebben, sneller dan 1996. Om dat toe te lichten nog één voorbeeld: het is niet zonder reden dat mevrouw Brundtland, de Noorse premier, dezer dagen in een Zweedse krant schrijft dat de noordelijke landen moeten samenwerken in hun pogingen om lid te worden van de Europese Gemeenschap. Dat betekent dus: Noorwegen, Zweden, Finland en ook de aanvraag van Oostenrijk ligt al op tafel. Over Malta praat nooit iemand, maar ook dat is een legitieme aanvraag. Ook drie Oosteuropese landen, Polen, Tsjechoslowakij en Hongarije, hebben afgesproken dat ze gemeenschappelijk zullen optreden bij het aanvragen van lidmaatschap.

De Europese Gemeenschap komt in 1993 zichzelf tegen met acht aanvragen, plus twee die ik maar even apart heb gezet, Turkije en Cyprus. En maak je geen enkele illusie: Bulgarije komt eraan, en als Roemenië wat stabieler is geworden komt dat ook. Albanië zal misschien iets langer duren, maar ook in Albanië is het perspectief gericht op de Europese Gemeenschap. Wat gaan Slovenië en Kroatië doen als die eenmaal internationaal zijn erkend? Dat betekent dat we op korte termijn, dus een jaar of twee, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid net zoveel aanvragen voor toetredingen hebben als we nu aan leden hebben.

Je zou ook kunnen zeggen dat een minimalistische EPU een voordeel is. Niet zo'n dichtgemetselde club van twaalf landen die het allemaal onderling prima hebben geregeld, maar een Politieke Unie waarbij alle opties nog open zijn.

Dat gaat mij wat ver, maar er zit wel iets in. In de zin dat we elkaar sneller voor de noodzaak plaatsen om uiteindelijk verder te gaan dan ook een succesvol Maastricht onder de huidige omstandigheden zou opleveren. Als de Gemeenschap niet bereid is om op korte termijn echt aan verdieping te werken, aan een structuur die nodig is om met z'n 25-en te kunnen functioneren, dan is het gevaar groot dat we in de richting gaan van het Europa van de vaderlanden. En dat zal Europa niet verder helpen.

Ik zal wel een Eurozeloot genoemd worden. Maar wat is er, als er een conflict is tussen de twee, belangrijker: de handel of het milieu? Als we de hele planeet verpesten dan kunnen we daar met de mooiste economie nooit meer iets aan goedmaken. En we kunnen naar mijn smaak op de lange termijn niet puur intergouvernementeel de ecologische maatregelen te nemen die nodig zijn. We zullen daar naar een soort meerderheidsconstructie toemoeten, hoe beroerd dat ook is. Nu kun je zeggen: "alweer een utopie'. Misschien wel, maar dan zeg ik: toen Schuman begon met die Kolen- en Staalgemeenschap, was dat een utopie? Was het een utopie om te menen dat je na twee wereldoorlogen in Europa Frankrijk en Duitsland in een soort van gemeenschappelijk project kon krijgen waardoor ze hun rivaliteit van eeuwen te boven zouden kunnen komen? Ja, dat was evenzeer een utopie. Maar het is gelukt.

Misschien duurt dit nog wat langer, dat weet ik niet, maar ik voorspel dat zoals de wereld nu op veiligheidsgebied de onbeperkte integriteit van soevereine staten heeft opgegegeven, zoals in en na de Golfoorlog, we dat ook zullen gaan doen als het gaat om de bescherming van de planeet. Ik geef je de verzekering dat dat gaat komen en het kon wel eens veel sneller komen als we ons bewust worden, wetenschappelijk, welke de gevaren zijn die op dit ogenblik de planeet bedreigen door de milieuvervuiling die we met z'n allen tot stand brengen. Je moet je eens voorstellen wat er gaat gebeuren in de wereld als per hoofd evenveel milieuvervuiling wordt veroorzaakt als wij in het Westen veroorzaken. Met welk recht kunnen we anderen onthouden wat we voor onszelf claimen? Ik denk dat geleidelijkaan zelfs de meest verstokte conservatieven tot de conclusie zullen moeten komen dat het zo niet langer gaat. Het is geen zelotisme dat ik bedrijf, het is alleen maar analyse.

    • Frits Schaling