Bolkestein maakt fout: religie niet grootste probleem bij integratie

Dienen mensen die zich elders vestigen, zich aan de "ontvangende' samenleving aan te passen? Deze vraag, die Bolkestein aan de orde heeft willen stellen, is van het grootst mogelijke maatschappelijke belang. In Nederland denken we bij deze problematiek vooral aan personen afkomstig uit Marokko, Turkije, Suriname, Aruba en de Antillen, de Molukken, Griekenland, Spanje en Italië, enzovoorts - in overheidstaal allochtonen genaamd.

In zijn betoog heeft Bolkestein de nadruk gelegd op moslims. Hier zit zijn grootste fout: a. Hij versmalt daarmee de groep tot slechts een deel van de allochtonen: de moslims. b. Hij relateert daarmee de aanpassingsvraag aan religie: de islam.

Als er iets is dat zich niet leent voor aanpassing in de hier bedoelde zin, dan is het wel religie. Zeker waar het gaat om "belevenis'- en niet om "belijdenis'-religies zoals de islam en het jodendom zijn. Bovendien, dat iedereen zijn of haar geloof in vrijheid kan uitoefenen, is een typisch liberaal uitgangspunt.

Ik ben het wel met Bolkestein eens dat wettelijk geregelde kwesties, zoals de leerplicht, door iedere ingezetene - van welke afkomst dan ook - moeten worden nageleefd. Er dient echter wel te worden opgemerkt dat vrijwel alle allochtonen het daarmee eens zijn, op een enkele uitzondering na. Bolkestein wilde met dit voorbeeld aangeven waar volgens hem de grenzen van tolerantie liggen, hiermee de indruk wekkend dat allochtonen zich in groten getale schuldig maken aan deze wetsovertreding.

Door deze fouten en zijn ongelukkige woordkeuze is het op zich lofwaardige initiatief van Bolkestein tot een nuchtere publieke discussie over dit cruciale onderwerp, onderbelicht gebleven.

De kardinale vraag bij aanpassing heeft weinig met religie maar veel meer met zeden, gewoonten en omgangsregels te maken, die allochtonen vanuit diverse landen van herkomst hebben meegebracht.

De confrontatie tussen deze allochtone normen en waarden en de Nederlandse is de belangrijkste bron van veel onbegrip, irritatie, conflict en onverdraagzaamheid. Een allochtoon die bovendien gebrekkig Nederlands spreekt en schrijft, terwijl op school, fabriek en bedrijf nu eenmaal deze taal wordt gebezigd, maakt bijzonder weinig kans op een volwaardige participatie in het maatschappelijk verkeer. De ongenuanceerde roep om aanpassing is dan wel begrijpelijk, maar toch niet volledig als instrument voor participatie.

En op dit punt heeft inderdaad het beleid gefaald, alle dikke nota's, vele rapporten en miljarden guldens ten spijt.

Tien jaar "minderhedenbeleid' heeft weinig tot niets bijgedragen aan het besef dat wanneer het accent wordt verlegd van welzijnszorg naar onderwijs en arbeid, isolement en afhankelijkheid van vele allochtonen plaats zou maken voor participatie en emancipatie. Dan zou niemand zich zorgen maken over de vraag of de "vreemdeling' zich nu wel of niet "netjes' heeft aangepast aan Nederlandse culturele normen en waarden. Dan was er plaats en ruimte voor autochtonen en allochtonen om elkaars normen en waarden zonder spanning te leren kennen en daardoor elkaar - hoe verschillend ook - gemakkelijker te accepteren.

In plaats hiervan wordt het oude falende zorgbeleid netjes voortgezet. Niet in nota's en voornemens, maar feitelijk wel.

Het meest illustratieve voorbeeld van dit zorgbeleid is het laten voortbestaan van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB). Deze landelijke welzijnsclub voor Marokkanen en Turken, stammend uit de tijd van de "terugkeerutopie' van deze "buitenlanders', is geen eigen organisatie van buitenlanders en derhalve niet representatief. Daarom is zij ook geen lid van de LAO (Landelijk Advies en Overlegorgaan), een officieel orgaan waarin vertegenwoordigers van de diverse inspraakorganen van de allochtonen zelf zitting hebben, destijds juist ingesteld om de emancipatie van allochtonen te bevorderen.

Uit de aard van een dergelijke welzijnsinstantie drukt het NCB iedere poging of initiatief of zelfs maar discussie om de kansen van allochtonen zelf te verbeteren, onmiddellijk de kop in.

Geen wonder dat met name vele Marokkanen en Turken er zo belabberd voorstaan als het gaat om onderwijs en arbeid.

Dit is ook niet de zorg van het NCB. Men steekt daar liever geld, tijd en energie in het organiseren van een discussiedag tussen leiders van politieke partijen, zoals nu bijvoorbeeld begin november wordt gehouden. Of dat een jaarlijkse subsidie van miljoenen belastingguldens rechtvaardigt, waag ik te betwijfelen. En wat hebben de Turkse en Marokkaanse groepen er zelf aan?

Men had uit de geschiedenis op dit punt veel kunnen leren: als er een Nederlands Centrum Joden had bestaan, hadden de joden in Nederland het nooit zo ver geschopt als nu en zou er nog steeds worden gediscussieerd over de vraag of zij wel of niet aangepast zijn.

De opheffing van het NCB zou de participatie van allochtonen vergemakkelijken. Of vreest men in dit geval voor racist of voor niet integer te worden uitgemaakt?

Anders gesteld: zolang een emancipatie belemmerend orgaan als het NCB in stand wordt gehouden, zijn beoogde resultaten van op zich goedgemeende initiatieven als die van Bolkestein, tot mislukken gedoemd.