Beurs schrapt Melia, Bobel en Chamotte

AMSTERDAM, 18 OKT. Het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs heeft de beursfondsen Melia, Chamotte Unie en Bobel uit de notering verwijderd.

Het bestuur wil geen enkele verantwoordelijkheid meer dragen voor de drie fondsen die behoren tot het zakelijk netwerk van de omstreden Italiaanse zakenlieden Parretti en Fiorini.

Het is de eerste keer dat het beursbestuur een noteringsovereenkomst met een lid beëindigd zonder dat sprake is van faillissement. De drie beursfondsen, die deze zomer al naar het "strafbankje' van de beurs werden verbannen, voldoen al enige tijd niet meer aan de door de Amsterdamse effectenbeurs gestelde eisen. Geen van de drie fondsen kon tot op heden de jaarcijfers over 1990 produceren.

Melia, Bobel en Chamotte Unie behoren tot een duister, zakelijk netwerk dat wordt benut door de regelmatig in opspraak geraakte zakenlieden Parretti en Fiorini. Alle drie de fondsen zijn afhankelijk van het Zwitserse Sasea, een bedrijf met een onbekend aantal deelnemingen in internationale bedrijven. Fiorini is directeur en grootaandeelhouder van Sasea en tevens commissaris bij de drie fondsen.

Naast het ontbreken van goedgekeurde jaarrekeningen heeft het beursbestuur tegen elk van de drie fondsen specifieke bezwaren. Melia, door Parretti gebruikt om de Amerikaanse filmmaatschappij MGM-United Artists over te nemen, heeft ondanks herhaaldelijk aandringen door het beursbestuur nooit duidelijkheid kunnen verschaffen over zijn vermogenspositie. Melia is hoofdelijk aansprakelijk voor een deel van het bedrag van 1,3 miljard gulden dat met de overname van MGM was gemoeid.

Sasea heeft op zijn beurt weer een schuld aan Bobel dat in feite een "papieren bedrijf' is met een schuldvordering van 180 miljoen gulden op Sasea. Bobel kondigde in december 1990 een nieuwe investerings-strategie aan maar gaf daar nooit uitvoering aan.

Chamotte Unie, het meest gecompliceerde concern uit het netwerk, zou worden omgevormd tot een van de grootste vastgoedfondsen van Europa. Het kon uiteindelijk geen begeleidend beurslid vinden voor de onderhandse plaatsing van nieuwe aandelen die met deze omzetting gepaard zou gaan.

Aandeelhouders krijgen tot 23 oktober de tijd van hun stukken af te komen. Er is geen garantie gegeven dat zij hun stukken tegen een bepaalde prijs kwijt kunnen. De aandelen zullen na woensdag alleen nog op de incourante markt worden verhandeld.