Bangkok overheerst

In de aanloop naar de Jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank, bij welke ontmoeting in Bangkok tevens een bijeenkomst van de zeven grootste industrielanden zal plaatsvinden, werd de Japanse yen aanvankelijk sterker.

Niet alleen ten opzichte van de dollar maar ook ten opzichte van EMS-valuta's. Achtergrond van deze ontwikkeling was de verwachting op de valutamarkten dat de G-7 bijeenkomst wellicht maatregelen zouden overeenkomen die de yen duurder zouden maken, om het fors groeiende handelsoverschot van Japan een halt toe te roepen. Een functionaris van het Japanse ministerie van financiën had zelfs een concrete yen- dollarkoers van 120 genoemd, op het moment dat de feitelijke koers rond 130 lag. Later werd gemeld, dat zijn uitspraken uit hun context waren gelicht, hetgeen de kalmte enigszins deed terugkeren. Niettemin bleef het gevoel op de valutamarkten bestaan dat de argumenten voor een sterkere yen wel degelijk aanwezig waren. Daarbij werd gedoeld op het in augustus verder gestegen handelsoverschot van Japan met de Verenigde Staten, maar ook werd het argument genoemd, dat een sterkere yen financiële steun van Japan aan de Sovjet-Unie zou vergemakkelijken. Tenslotte onderstreepten wederom magere cijfers over de ontwikkeling van de Amerikaanse economie, dat een renteverlaging zeer wel te verwachten is, hetgeen de dollar onder neerwaartse druk hield. Kort voordat de G-7 bijeenkwam, werd duidelijk dat niet gerekend hoefde te worden op krachtige geluiden over de wisselkoersverhoudingen. Men leek tevreden met de huidige niveau's, die immers op dat moment al een enigszins sterkere yen impliceerden. De opmars van de yen kreeg daardoor in de afgelopen anderhalve week geen vervolg; de dollar wist, met name door dekkingsaankopen, zelfs wat terrein terug te winnen. De Amerikaanse economie blijft kwakkelen en topadviseur Boskin blijft derhalve zijn pleidooien voor een lagere rente herhalen. Op zich zou een renteverlaging in de Verenigde Staten, waarvoor monetair gezien ruimte aanwezig is, een sterkere yen kunnen opleveren, waarmee twee vliegen in een klap kunnen worden geslagen. Het pleidooi van de Japanse minister voor internationale handel en industrie voor een lagere Japanse rente, die middels aantrekkende economische groei in Japan tot meer importen zou leiden, werd niet echt serieus genomen. Ten opzichte van de Duitse mark wist de dollar zich duidelijk te versterken. De ontwikkelingen in de Sovjet-Unie - een dreigende liquiditeitscrisis, politieke spanningen - geven bepaald geen ondersteuning aan de Duitse munt. De nervositeit bleek uit de schrikacties op het in Bangkok circulerende gerucht dat Gorbatsjov zou zijn neergeschoten en Jeltsin niet bereikbaar was. Voorts heeft de onduidelijkheid rondom een eventuele herinvoering in Duitsland van een bronbelasting op rente-inkomsten een negatief effect op de Duitse mark. Spannender was het vorige week rondom het Britse pond. Onenigheid binnen de Conservatieve partij over Britse deelname aan de EMU dreigde op een scheuring uit te lopen. Bovendien blijkt uit verkiezingsonderzoeken, dat Labour op meer steun onder de kiezers kan rekenen dan de Conservatieven. Het pond kwam hierdoor duidelijk onder druk, waardoor de ruimte voor een verdere renteverlaging, die uit het gezichtspunt van een verder dalende inflatie bestaat, niet benut kan worden.

De Fransen wisten gisteren, op grond van een verdere daling van de inflatie in september, wel een renteverlaging te bewerkstelligen, zonder dat dit ten koste van de Franse franc ging.

Bron: Rabobank Nederland-Directoraat Financiële Markten