Alles is gebaar geworden; De gevechten van Bruce Lee

Bruce Lee is in al zijn films vooral in gevecht met zijn eigen, zandloperachtige lichaam, dat altijd in een hoge broek gekleed is. Het is een volmaakt functionerend lichaam, alles, iedere vezel, iedere knokkel, iedere trekking van zijn bovenlip is afgestemd op de rituele, dansende uitschakeling van andere lichamen. “Zelf heb ik de neiging om iedere Bruce Lee-film te bekijken als een anderhalf uur durende striptease.”

Waar ik woon is het herfstvakantie. De video snort; de jongens komen beladen met films uit de videotheken. Ze zijn ongeveer tien, en willen eigenlijk alleen maar Bruce Lee zien.

Het effect van een half uurtje Bruce Lee op het gemiddeld vredelievend gezin met zoons is spectaculair. In de wandeling heten het "Kung Fu'-films, maar het zijn, als ik het goed heb begrepen, Ching Wu-films; gevochten wordt niet zelden tegen tegenstanders die een andere martiale discipline aanhangen, bijvoorbeeld Hung Kiu.

Al tijdens het eerste gevecht van Lee - onveranderlijk na vijf minuten bewegend beeld - ontstaat er in de kamer een zinderende spanning, die snel in een Dilemma uitmondt: moeten zij blijven kijken, de jongens, of vereist het gebodene daadkracht? Het idee "scherm' en "toeschouwersdistantie' verdwijnt. De lichamen van het publiek snakken naar actie. Goddank is er na elk gevecht een kwartiertje rust op het beeld (er wordt dan een plot ontvouwd, een Aziatische stad geëxposeerd, een duivelse fabrieksdirecteur voorgesteld). Ze rennen naar boven om hun kimono's te zoeken en hun judo-pakken aan te trekken. Tijdens deze omkleding zijn er uit hun kamers al jakhals-achtige geluiden te horen. Ook klinkt het snerpende gemiauw waarop in de film doorgaans de mortale klap volgt.

Als ze beneden zijn is het volgende treffen juist begonnen.

Er wordt van nu af aan op een heel bijzondere, virtuoze wijze gekeken, sowieso niet zittend, maar staand, half naar het beeld, half naar de grote spiegel die in de kamer staat, en half naar mij. Gaandeweg begint de imitatie. Ze kijken naar mij omdat ze willen weten of ik wel zie hoe levensecht hun imitatie is. Zij, de ware Bruce Lee-genieters, de kenners, de popelaars, zijn dus in drieën opgesplitst - in een deel toeschouwer, een deel Gespiegelde Strijder, en een deel Gebodene. Dit plaatst de iets minder ware genieter - die eigenlijk het liefst naar de film zelf zou willen kijken omdat de amateur-etnoloog in hem ontwaakt, op zijn beurt voor een dilemma. Het is welbeschouwd regelrecht sensationeel om in de huiskamer hetzelfde te zien als op de film. Je bevindt je als het ware in een Omniversum van Nindjaka-zwaaiende Wrekers.

Dreunen

Ik geloof niet dat de jongens ooit een Bruce Lee echt helemaal uit hebben gezien. Uit mijn ooghoeken was mij wel al opgevallen dat de gevechten veel minder bloeddorstig of gruwelijk waren dan ik op grond van de ooggetuigeverslagen had verwacht. Ze hebben onmiskenbaar stijl, ze zitten verschrikkelijk goed in elkaar; ze draaien niet zozeer om de dreunen zelf, die nagenoeg onzichtbaar zijn (dat is de kern van karate: "het' is niet te zien), als wel om de aanloop ernaar toe. Om me van het kaliber van de films te vergewissen heb ik op één avond drie Bruce Lees tot mij genomen: Fist of Fury, The Big Boss en Ways of the Dragon. Ze zijn in reusachtige aantallen verkrijgbaar in alle videotheken, in de vechtsportfilmbakken, waar ze hun zoveelste leven als subculturele klassieken slijten. Ze zijn inmiddels ongeveer twintig jaar oud.

De eerste is de beste. Hij is van '73. Er wordt nog in uitgelegd wie Cheng is (Lee heet altijd Cheng), hoe goed hij kan vechten en waarom. De film is geen haastklus, maar echt een poging om van Cheng een personage te maken dat iets voor het (geëmigreerde) Chinese bewustzijn betekent. Hij is namelijk in opstand tegen de lijdzaamheid van de Chinees in den vreemde. De handeling speelt zich weliswaar in Shanghai af - maar de Japanners hebben daar de macht. Het is 1907, vlak na de Bokseropstand. Chengs zojuist vermoorde Meester heeft hem geleerd dat de ware Chinees zich "nooit ergens mee bemoeit'. Deze leer treedt Cheng letterlijk met voeten, en daar wordt hij uiteindelijk voor gestraft.

De gevechten vloeien in Fists of Fury nog echt voort uit de handeling. In latere Lees vloeit de handeling voort uit het verlangen om de gevechten zo frequent mogelijk op te laten treden. Toch blijft het Chinese conformisme altijd een belangrijk thema; altijd heb je het gevoel naar iets te kijken wat een emancipatorische betekenis heeft. Het draait om Recht; Lee zal, in Fists, bijna als in een tragedie, zichzelf offeren voor zijn gemeenschap, die uiteraard een Sportschool is. En de gevechten spelen er dezelfde rol in als aria's in een opera. Ze zijn met maar één ding vergelijkbaar - met ballet. Modern ballet, wel te verstaan. Niet met onze klassieke, verhalende danskunst, die het lichaam juist wil vergoddelijken of onaards of diepzinnig maken. Het doel van het Lee-gevecht is het gevecht zelf, wat zeggen wil: de sensatie van een lichaam in opperst beheerste beweging.

Zelf heb ik dan ook de neiging om iedere Bruce Lee-film te bekijken als een anderhalf uur durende striptease. Ik heb me altijd afgevraagd wat er met de striptease gebeurd is - er van uitgaande dat de uitgebreide, vertraagde en publieke ontkleding een kunstvorm op zichzelf zou kunnen zijn - de uitgesponnen belofte dat "alles eens te zien zal zijn', en die dan zodanig gemanipuleerd dat het je uiteindelijk niet kan schelen wat je te zien krijgt, omdat je begrepen hebt dat de belofte doel in zich zelf was. Waarom is deze kunstvorm, behorende tot de familie van de choreografieën uitgestorven?

Hoe dan ook: in een Bruce Lee zullen we datgene te zien krijgen waar het allemaal om draait, maar het zal ons nooit vergund zijn te denken aan wat zo'n volmaakt lichaam uiteindelijk belooft: genot. Dit - de Aziatische vechtsportcinema - is de allerkuiste cinema ooit ontwikkeld. Het lichaam dient er voor zowat alles, maar niet voor het meest voor de hand liggende, de aanraking.

Bruce Lee is dus niet zozeer in gevecht met een tegenstander, als wel met zijn eigen lichaam. Het is tenger maar zandloperachtig; het draagt altijd een wijde broek. Als zijn bovenlichaam ontbloot is, is het hoog afgelijnd, vlak onder zijn navel; tijdens het finale gevecht zal hij altijd een snee oplopen boven zijn linkertepel. Bruce Lee heeft zijn lichaam geheel en al functioneel gemaakt. Alles, iedere vezel, iedere knokkel, iedere trekking van zijn bovenlip is afgestemd op de rituele, dansende uitschakeling van andere lichamen, en daarmee op zelfbescherming. Zijn lichaam is niet datgene wat andere moet lokken; het moet juist voorkomen dat het besprongen wordt.

Vergymnastiekt

Natuurlijk doodt Lee, in een soort bliksemend voorbijgaan, zijn tegenstanders, en of hem dat lukt is best spannend, elke keer weer - maar het supreme ogenblik is onveranderlijk dat waarop hij, voor één kwart naakt en symbolisch gekerfd, de laatste, zeer geconcentreerde, knokkelkrakende fase van het gevecht in gaat. Het pleit is dan al beslecht. We kijken alleen nog maar naar zijn bewegingen, zijn sprongen, zijn gebaren. Zijn schoonheid overtreft die van Clint Farah. Alles is gebaar geworden, en beheersing van alle spieren, en rite.

Het ideale aan deze vechtsporten is natuurlijk dat zij beoefend worden als spiegelgevecht. Er wordt nooit doorgeslagen. De kunst is juist om de verschrikkelijke klap vlak voor de aanraking in te houden. Dit doen de vechters in de film natuurlijk ook. Alleen worden er bloedstollende geluiden gemonteerd achter de momenten van net-niet-raken. En er wordt gedaan alsof de klap wél raak was. Dit incasseren is een kunstvorm op zichzelf, die met dezelfde finesse wordt beoefend als het raken.

Ondertussen werpen deze eerste echte vechtsportfilms de vraag op die ook wel bij pornografie wordt gesteld: leiden ze niet tot erger? Lee is zelf, voor zover ik kan nagaan, trouw gebleven aan het principe dat een gevecht pas spannend is als de dreunen een kwestie van stijl zijn; dat het meer om het choreografische hoe gaat, dan om het gewelddadige wat. Maar verschoon ik mezelf niet van het stellen van ongemakkelijke vragen door deze gevechten alleen maar op te vatten als een kwestie van stijl? Stond Bruce Lee niet aan het begin van de grote, laattwintigste eeuwse ontwikkeling van het mannenlichaam tot een ingeöliede machine van onlust? Is de vergymnastiekte spierdefinitiecultus waar het allemaal op uitgedraaid lijkt te zijn niet het zoveelste symptoom van een klimaat dat hartgrondig onerotisch is geworden, en bevreesder dan ooit voor begeerte?

Er is in ieder geval iets nieuws aan de hand met het mannenlichaam. Er wordt meer van getoond dan ooit, het bestaat, sinds niet zo heel lang, maar nooit is het niet onheilspellend. Altijd is het doende andere lichamen te verpulveren. Nooit is het zomaar zonder meer wat het vrouwenlichaam kon zijn: domweg mooi, domweg dat wat je wilde hebben.

Hierover een volgende keer, wanneer het verbluffende lichaam van kickboxer-acteur-choreograaf Jean Claude Vandamme wordt besproken. De verschijning van deze mens op het toneel van de vechtsportcinema is zo mogelijk nog opzienbarender dan die van Arnold Schwarzenegger in Hollywood.

    • Willem Jan Otten