Zelden was Frankrijk zo uit zijn humeur; De populariteit van premier Cresson en van president Mitterrand staat op een dieptepunt

Frankrijk is slecht gehumeurd. Nauwelijks meer dan een maand na de zomervakantie is "de moraal al gezakt tot nul', stelde Le Figaro in wielersportjargon op basis van een reeks opiniepeilingen misnoegd vast. De cijfers over de openbare mening geven inderdaad een somber beeld. Zo meent tweeënnegentig procent van de Fransen dat de socialistische regering van Edith Cresson niet in staat is de werkloosheid effectief te bestrijden. De populariteit van Cresson en van president François Mitterrand is tot historisch lage dieptepunten gedaald - respectievelijk zestig en eenenvijftig procent van de ondervraagden is "ontevreden'.

Een ander cijfer geeft misschien een nog beter beeld van de "morose': tweeënzeventig procent van de Fransen meent dat de regering niet in staat is de stijging van de prijzen tegen te gaan. Dat is een verbazingwekkend cijfer: drie van vier Fransen weten dus kennelijk niet dat minister van financiën en economie, Pierre Beregovoy juist bij de bestrijding van de inflatie zijn grootste succes heeft behaald. Met drie procent prijsstijging over het afgelopen jaar is de inflatie in Frankrijk één van de laagste in Europa, lager dan die in Duitsland of in Nederland.

Er lijkt dus een andere, verderstrekkende conclusie aan de opiniecijfers te moeten worden verbonden: de Fransen zijn zo somber of - zegt de rechtse oppositie - zo vervuld van wantrouwen tegen Mitterrand en zijn equipe dat ze blind zijn voor de verworvenheden van het regeringsbeleid. Maar omdat de leiders van de rechtse oppositiepartijen, Jacques Chirac van de gaullistische RPR en oud-president Valery Giscard d'Estaing van de liberale UDF het in de peilingen niet zo veel beter doen dan de leiders van de socialisten dient zich nog een andere conclusie aan: veel Fransen wijzen de traditionele politiek gewoon af.

Een bevestiging voor deze laatste veronderstelling is de toenemende populariteit van politici die buiten het establishment van de gevestigde partijen opereren. Jean-Marie Le Pen, de leider van het uiterst-rechtse Front National scoort regelmatig rond achttien procent als gevraagd wordt in welke politicus men het meeste vertrouwen stelt. President Mitterrand krijgt slechts negenentwintig procent van de ondervraagden achter zich, even veel als Antoine Waechter, de voorman van de "Groenen' die zich daarmee als een nieuwe politieke factor van betekenis aandient.

Het is lang geleden dat Frankrijk zo slecht gehumeurd was. De problemen waarover de Fransen zich zorgen maken, zijn niet nieuw: de stijgende werkloosheid die waarschijnlijk eind dit jaar de "mijlpaal' van drie miljoen werkzoekenden zal passeren, de aarzelende economische groei, het vraagstuk van de immigratie, de sociale spanningen in de "banlieues', onzekerheid over de toekomst van Europa en de plaats van Frankrijk naast Duitsland. Daarnaast is er een bijna tradionele afkeer van "de politieke klasse' met haar "affaires' die elkaar met de regelmaat van de klok opvolgen en nooit worden opgelost. Al deze problemen en de gevoelens die ermee verbonden zijn, vormen een grote adderkluwen die angst opwekt.

De belangrijkste oorzaak voor de geestelijke depressie waarin de Fransen lijken te zijn vervallen, is echter dat de traditionele politiek niet met de gevoelens van onzekerheid weet om te gaan of ze, welbewust, versterkt. Een voorbeeld van dit laatste is de discussie over de immigratie uit Noord-Afrika, een van de politiek gevoeligste vraagstukken, die Le Pen een duurzame voedingsbasis heeft verschaft. Hoewel het debat eigenlijk over de integratie van de ca 2,7 miljoen "vreemdelingen' zou moeten gaan, wordt de aandacht gericht op het verontrustende perspectief van de "miljoenen' in Afrika en elders die legaal of illegaal het land proberen binnen te komen.

De feiten zijn eigenlijk geruststellend: volgens de statistieken blijft het aantal vreemdelingen in Frankrijk al sinds de jaren zeventig constant rond de 3,7 miljoen. De legale immigratie is beperkt: in 1990 werd 113.000 buitenlanders in Frankrijk toegelaten, van wie 98.000 wegens seizoenarbeid of familiehereniging. Slechts 14.000 buitenlanders kregen een permanente werkvergunning. Bij de illegale immigratie, die van overheidswege - ook door de regering-Cresson - steeds strenger wordt bestreden, is geen sprake van een "vloedgolf' zoals sommigen willen doen geloven. Maar de meeste Fransen geloven deze cijfers niet of ze vinden ze niet belangrijk.

In deze adderkluwen, waarin zakelijke gegevens maar beperkte betekenis hebben, heeft de "politieke klasse' haar eigen prioriteiten. De strijd om de opvolging van Mitterrand is al volop gaande, hoewel de presidentsverkiezingen pas in 1995 worden gehouden. Maar volgend jaar maart zijn er regionale verkiezingen en in 1993 volgen de verkiezingen voor het parlement - twee krachtmetingen die potentiële kandidaten voor het presidentschap aangrijpen om hun basis te verbreden. Aan de rechterzijde van het politieke spectrum zijn Chirac en oud-president Giscard in een permanente strijd gewikkeld wie van hen namens "verenigd rechts', gaullisten en liberalen, de strijd om het presidentsschap zal aangaan tegen de kandidaat van links. Voor beiden is het fenomeen Le Pen een factor van steeds grotere betekenis - de leider van uiterst-rechts heeft een een relatief constante aanhang wier stemgedrag van doorslaggegevnde betekenis kan zijn om de absolute meerderheid te behalen.

Omdat met feiten geen voordeel is te behalen in het troebele strijdperk om de stemmen van de Fransen die de adderkluwen met een een bot mes willen ontwarren ("buitenlanders de grens over', zegt Le Pen) gebruikte Giscard enkele weken geleden het woord "invasie' hoewel er geen invasie is. Chirac deed enkele maanden eerder niet voor hem onder toen hij melding maakte van de "geur' die een veelkopppige Senegalse familie in een Parijs appartement verspreidde. En ook mevrouw Cresson, kersvers als premier sloeg een valse noot aan toen ze zei dat illegale buitenlanders desnoods per chartervliegtuig over de grens moesten worden gezet. Maar demagogie en populisme hebben effect: Giscards populariteit steeg acht punten in een week na zijn zorgvuldig geredigeerde artikel in Figaro Magazine, het zaterdagse plaatjesboek van de bourgeoisie.

Ook de linkerzijde - waar het aantal kandidaten voor de opvolging van Mitterrand nog groter is - heeft zijn uitschieters. Een fraai voorbeeld leverde de affaire-De Havilland, de door de Europese Commissie verboden overname van deze Canadese vliegtuigfabriek door de Frans-Italiaanse combinatie Aerospatiale-Alenia. Nadat heel Frankrijk al bijna in nationalistische verontwaardiging was gestikt, kwam oud-premier Michel Rocard, de gematigde "sociaaldemocraat', in Le Nouvel Observateur tot de conclusie dat er sprake was van een "misdaad'. De medeschuldige ( naast de Britse commissaris Sir Leon Brittan) was niet ver te zoeken: Jacques Delors, de voorzitter van de Commissie, die het in de opiniepeilingen steeds beter doet als potentiële presidentskandidaat, beter dan Rocard.

Dit benepen elkaar vliegen afvangen verhindert elk zakelijk en sereen debat en verergert de vertrouwenscrisis die tussen de Fransen en hun "politieke klasse' bestaat. Bij tussentijdse verkiezingen blijven de meeste kiezers weg. De drie grote partijen, PS, RPR en UDF, verliezen aan prestige, "militanten' raken gedemotiveerd en afgevaardigden worden ongerust. Parlementariers klagen dat ze nauwelijks invloed op het regeringsbeleid kunnen uitoefenen. Nieuwe ideeen ontbreken en politieke vernieuwing is niet in zicht, nadat enkele pogingen daartoe de laatste twee jaar zijn doodgelopen. In dit klimaat gedijen alleen de oude demonen van cynisme, xenophobie en nationalisme.

Wat het politieke bedrijf betreft is er geen nieuws onder de zon. De voormalige minister van gezondheid Simone Veil, een gematigde liberale politica die veel respect geniet, zei onlangs in een vraaggesprek in Le Monde dat zij - in het begin van de jaren zeventig - "vaak geschokt' was over de uitlatingen van haar collega's in de regerig en ook van president Giscard als over de immigratie werd gesproken. Veil vreest dat de "enorme ruk naar rechts' die zich in Europa voltrekt, in Frankrijk vooral uiterst-rechts in de kaart zal spelen. Veil: “De echte republikeinen en de democraten moeten nieuwe maatstaven vaststellen, of het nu socialisten zijn, tot het centrum behoren of tot republikeins rechts.”

De nationalistische reflex die in de kwestie-De Havilland ontvlamde, heeft ook een anti-Europees karakter. Er is een groeinde irritatie over de "bureaucraten' in Brussel, het altijd sluimerende protectionisme wint aan kracht, evenals de onzekerheid over een Gemeenschap waarin het grote Duitsland de economische supermacht zal zijn. De Franse boeren die in grote mate de sympathie van het grote publiek genieten, zijn al op pad om hun belangen te verdedigen. Hun acties zijn nog beperkt tot het ledigen van buitenlandse vrachtwagens die agrarische produkten vervoeren. Maar "hardere' acties dan het verbranden van ongewenste import zitten in de lucht.

Bij een recent opinie-onderzoek zei zesenveertig procent van de ondervraagden te vrezen dat de belangrijkste problemen de komende drie maanden tot geweld zouden leiden. Dit cijfer is wellicht de beste illustratie van het "gallische' humeur in een land waar de toekomst duister wordt ingezien.

    • Jan Gerritsen