WERK VAN ONTWERPERS FRISO KRAMER EN MARTIN VISSER IN ROTTERDAM EN UTRECHT; Een scherpslijper en een flierefluiter

Martin Visser t-m 17 nov in Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht. Di t-m za 10-17u, zo 13-17u. Friso Kramer t-m 17 nov in Museum Boymans-van Beuningen, Mathenesserlaan 18-20, Rotterdam. Di t-m za 10-17u, zo 11-17u.

Behalve hun beroep hebben Friso Kramer en Martin Visser hun geboortejaar (1922) gemeen. En bijna zeventig jaar later verbindt de tijd hen wederom: van beider werk is tegelijkertijd een tentoonstelling te zien, van Kramer in Boymans-van Beuningen, van Visser in het Centraal Museum in Utrecht. Tijdgenoten, lotgenoten. Zo is het en zo is het ook niet. Want het toeval is ook een generalisatie, een grote witmaker, blind voor nuances. Eén daarvan is bij voorbeeld dat Kramer industrieel ontwerper is en Visser ontwerper - en dat nog slechts op de tweede plaats, want naar eigen zeggen is hij eerder nog kunstverzamelaar. Een klein maar cruciaal verschil.

Zo cruciaal, dat het kleine verschil na zeventig jaar een onoverbrugbare kloof geworden is. Beider recente werk vormt daarvan het beste bewijs. Eén blik op de herziene versie van Kramers "Revolt'-stoel (1990) en één op Vissers "Chinese tafel' uit hetzelfde jaar, en men ziet niet alleen het verschil maar ook twee totaal uiteenlopende levens, overtuigingen. Dat wil zeggen: de overtuiging spreekt nog altijd uit Kramers werk en niet (meer) uit dat van Visser. De "Revolt'-stoel is in details ingrijpend gewijzigd (dat zou al zo zijn als men een pluisje stof van de zitting blies) maar als geheel vrijwel hetzelfde ontwerp gebleven, terwijl de "Chinese tafel' een verrassing en in elk geval een allesbehalve logisch vervolg is van Vissers vroegere werk. De ontwerpen scheiden een scherpslijper en een flierefluiter.

En het begon ooit zo harmonisch. Vanaf het begin werden Vissers ontwerpen in dezelfde termen geprezen en beschreven als die van Kramer nog steeds worden: uitgekiend, tot op het bot gefileerd, voorzien van "zwevende volumes', eenvoudig, helder. Om licht en lucht ging het in de Nieuwe Zakelijkheid en zowel Kramer als Visser waren van die stroming produkten: het less is more bepaalde hun handelen. De functie van het ontwerp was het doel en die functie mocht door niets overbodigs gedwarsboomd worden. Daarom hadden de "Result'-stoel (variant van de "Revolt') en de zit--slaapbank BR 02, beide uit 1958, van dezelfde ontwerper kunnen zijn.

Maar het less is more is alleen voor Kramer blijven gelden. De expositie in Museum Boymans-van Beuningen weerspiegelt dat. De inrichting in het nieuwe paviljoen van Henket is wat je noemt Total Design, geheel en al in de geest van het ontwerpbureau dat Kramer begin jaren zestig samen met de huidige museumdirecteur Wim Crouwel en enkele anderen oprichtte. Karig kun je het ook noemen, van uitgekiend naar uitgekleed blijkt een kleine stap.

Ik voelde me niet prettig, in dat mooie paviljoen. Op enkele krap bemeten stukjes tapijt ("niet betreden') staan de resultaten van een leven, ze zijn te tellen op de vingers van twee handen. Slechts een projecttafel, een kantoorcombinatie, de Wilkhahnbankjes, een tekentafel, wat kleinere voorwerpen als een pijp en een klok en de deur en luifel voor de Amsterdamse Bouw- en Woningdienst staan her en der verspreid opgesteld. De herziene "Revolt' staat op een vierkant verhoginkje, "het comfort is aanzienlijk verbeterd' vermeldt het rechthoekige kaartje in de linkerhoek. Op een ander geometrisch piedestalletje worden de losse onderdelen van de oorspronkelijke versie tentoongesteld, de samenstellende delen van een wonder van constructie, zwaartekracht, ergonomie en materiaalgebruik. Het oogt als de steriele gereedschapstafel van een chirurg.

De "Revolt' en de meeste andere ontwerpen van Friso Kramer zijn onbetwistbaar volmaakte gebruiksvoorwerpen. Ze zijn functioneel en "dienend', zoals de toelichting bij de ingang van het paviljoen het verwoordt. Dat woord "dienend' is goed gekozen, maar dan wel in de beperkte betekenis. In intellectuele zin is Kramers werk inderdaad de ideale verwerkelijking van een idee, het is vormgegeven nuttigheid. Kloosterlijk, eerlijk, ascetisch, volstrekt onsentimenteel, de ultieme beperking. Ideaal voor produktie op grote schaal, typisch industrieel.

Maar juist door de rationele perfectie roept het werk, hoe klein de verzameling in Boymans ook is, weerstand op. Of liever gezegd: ik word er treurig van. Wat me stoort is dat het zo helemaal niets met levenskunst en alles met ideologie heeft te maken. Het is onverteerbaar on-erotisch. Wat dat betreft heeft Boymans met zijn Total Design-benadering Kramer geen dienst bewezen: waarom moet ik over een op grote schaal vermenigvuldigde stoel lezen dat die nu, in de herziene versie, zoveel comfortabeler zit en mag ik dat niet zelf voelen? En waarom staat dat ding op een verhoging, trouwens? Het is een rare, ongemakkelijke paradox, dat voorwerpen die voor de slijtageslag in kantines en kantoren ontworpen zijn, op de hommage aan hun schepper niet eens aangeraakt mogen worden. Calvinistisch is het, en koud en kil.

Het Centraal Museum heeft het ter ere van Martin Visser anders aangepakt. Friso Broeksma heeft de grote verzameling voorwerpen op de over de grond uitwaaierende slippen van langs de wand neerhangende doeken neergezet. Dat heeft een postmodern kantje, maar het is vriendelijk, appaiserend. Het stemt de beschouwer milder ten aanzien van wat hij eventueel minder mooi vindt of niet meer mooi vindt.

Want doordat Visser, anders dan Kramer, een ontwikkeling heeft doorgemaakt en kennelijke invloeden ondergaat, vallen er op zijn overzichtstentoonstelling gedateerde en tijdloze ontwerpen te bekritiseren én te bewonderen. Die "Chinese tafel' vind ik, bij voorbeeld, een tamelijk monsterlijk ding, maar letterlijk daartegenover staat de beeldschone "Carol', de even aandoenlijke als monumentale tafel, waarmee Visser in 1987 voor het eerst in twintig jaar weer in de openbaarheid trad. Van vederlicht aluminium gemaakt maar ogend als een kamerolifant huisvest dit ontwerp uitersten en een gewilde innerlijke tegenspraak. De logge poten danken hun bestaan aan de grid-sculpturen van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt - de ontwerper Martin Visser is nog steeds in de eerste plaats verzamelaar. Juist die prioriteitenstelling verschaft hem een open blik op de wereld, vermoed ik.