VS willen dat de Wereldbank ook aan private sector leent

BANGKOK, 17 OKT. De Verenigde Staten hebben deze week opnieuw geë ist van de Wereldbank dat ze voortaan ook geld leent aan particuliere ondernemingen in ontwikkelingslanden. De Amerikaanse minister van financië n, Nicholas Brady, heeft zelfs gedreigd de Amerikaanse steun aan de Bank in te trekken als het bestuur van de Bank weigert de statuten te veranderen, die directe steun aan de particuliere sector uitsluiten.

De meeste bestuursleden laten er echter geen twijfel over bestaan dat ze zijn gekant tegen de Amerikaanse verlangens. Zij menen dat de Bank zaken moet blijven doen met regeringen die met expertise van de Bank "aanpassingsprogramma's' maken waarin ook plaats wordt ingeruimd voor vrije ondernemingen. De VS menen dat zo'n beleid bureaucratie in de hand werkt, zowel bij de Bank als in de ontwikkelingslanden zelf, alsook teveel de voorrang geeft aan sociale problemen.

In wezen gaat het hierbij om een fundamenteel debat over de grondslagen van de Bank. Ruwweg: economisch of sociaal beleid. De "socialo's' in het bestuur maken al sinds jaar en dag de dienst uit. Een uitgesproken exponent van deze benadering is het Nederlandse bestuurslid Evelien Herfkens.

Bankpresident Lewis Preston meed het punt zorgvuldig tijdens zijn openingstoespraak op de jaarvergadering van IMF en Wereldbank. Hij maakte zelfs geen melding van de studie die in juni aan de VS was toegezegd, een studie die toen bedoeld was om de Amerikanen over te halen een miljard dollar te storten in de International Finance Corporation, een onderdeel van de Wereldbank.

Vandaag zei Preston op zijn afsluitende persconferentie op de vraag of de hele "Mickey Mouse' rondom de statutenverandering nu nodig was: “We zullen zien”. Hij zei er echter moeite mee te hebben dat de Bank zou moeten kiezen tussen ondernemers in ontwikkelingslanden. Bovendien moest hij (“ik ben oud-bankier”) ook denken om de belangen van degenen die hun geld hebben belegd in de Bank, deze beleggers gaan er immers van uit dat de Bank via de IFC alleen kredieten geeft aan ondernemers als hun overheden zich garant stellen.

Preston, de pas benoemde nieuwe topman van de Bank en zelf Amerikaan, verzekerde de gedelegeerden deze week dat hij vastbesloten is het beleid van zijn voorganger, Barber Conable, voort te zetten. Maar op de persconferentie vandaag gaf hij toe dat de procedures sneller moesten, dat de bureaucratie bestreden moest worden, dat landen niet meer een jaar moesten wachten op hun geld. Daartoe had hij onlangs het management van de Bank verbeterd.

Tegenover de gedelegeerden beklemtoonde Preston deze week herhaaldelijk dat hij de visie deelt dat de topprioriteit van de Bank moet zijn de armoede in de wereld te verlichten.

Ontwikkelingslanden moeten volgens Preston de hoogste prioriteit geven aan onderwijs en gezondheidszorg. Hij zei te geloven dat naties alleen welvarend kunnen worden als hun burgers gezond en goed opgeleid zijn.

Tanzania's minister van financië n, Stephen Kibona, die namens 40 Afrikaanse delegaties het woord voerde op de jaarvergadering, zei dat Afrika veel meer geld nodig heeft van de Wereldbank en IMF. Zonder schuldverlichting en hulp van het buitenland zal zich een neerwaartse spiraalbeweging van geweld en armoede in gang zetten, voorspelde de Afrikaan. Stafleden van de Wereldbank hebben uitgerekend dat het inkomen per hoofd van de Afrikaanse bevolking ongeveer net zo hoog is als twintig jaar geleden.

De arme landen maken zich grote zorgen over de in hun ogen buitensporige aandacht die de Sovjet-Unie en Oost-Europa krijgen. Ze zijn bang dat zij straks minder hulp zullen ontvangen. Functionarissen van Wereldbank en IMF laten niet na te beklemtonen dat die vrees ongegrond is. Lawrence Summers, econoom bij de Wereldbank: “We kunnen zo drie tot vijf miljard dollar extra vrijmaken”. Al die verhalen over arme landen die slachtoffer worden van Oost-Europa, noemde hij uit de lucht gegrepen.

Westerse bankiers vinden dat Preston belangrijke veranderingen moet aanbrengen in het beleid van de Bank. Zo zou de Bank geld moeten lenen van banken in de grote schuldenlanden, zoals bijvoorbeeld Brazilië , omdat deze banken niet bereid zijn geld aan hun eigen regeringen te lenen, maar dat wel zouden willen lenen aan de Wereldbank. Ook willen de bankiers betrokken worden bij het beleid van de Bank. “We hebben geen idee wat ze precies uitspoken”, aldus een Amerikaanse bankier.

De hele schuldenkwestie, die een paar jaar geleden nog schokgolven teweegbracht op de internationale markten, is deze week eigenlijk nauwelijks aan de orde geweest. Het probleem is dan ook niet meer acuut, het vluchtkapitaal keert al terug naar de grote schuldenlanden, zo prees IMF-directeur Camdessus landen als Chili, Mexico en Venezuela. De meeste Westerse ministers besteedden deze week hooguit enkele vrome woorden aan de armste landen die diep in de schulden zitten. Japan waarschuwde dat schuldverlichting sommigen op verkeerde ideeën kan brengen en landen die hun verplichtingen netjes nakomen ontmoedigt.

Liever spraken de delegaties over hun "troeteldier', het veelkoppige monster Sovjet-Unie. De Britse minister Lamont wijdde zijn hele toespraak zelfs aan dat land. De wereld kent ineens een nieuw fenomeen: instant Sovjet-deskundigen.

    • Paul Friese