Verdachten roof Van Gogh zonnen op meer overvallen

AMSTERDAM, 17 OKT. Na het mislukken van de schilderijenroof in het Van Gogh-museum op 14 april blijken de verdachten nog met de gedachte hebben gespeeld om andere overvallen te plegen. Dat werd vanochtend duidelijk tijdens de behandeling van de rechtzaak tegen de vier verdachten in Amsterdam.

Het zou hierbij onder meer gaan om de diefstal van een nieuw medicijn tegen nierkanker. De verdachte R.v.B. bewaakte het laboratorium waar het medicijn was opgeslagen. Voorts bestonden er plannen voor een roof bij de Japanse bedrijven Hitachi en Canon, zo blijkt uit afgetapte telefoongesprekken tussen twee van de verdachten.

De verdachten van de roof van twintig schilderijen uit het Van Gogh-museum hebben in de voorbereiding rekening gehouden met vertraging in de centrale meldkamer van de veiligheidsdienst VNV. Dat het alarmsysteem van het museum was uitgeschakeld, was op het controlepaneel in de centrale meldkamer van de veiligheidsdienst VNV te zien aan het branden van een geel lampje. De verdachte beveiligingsbeambte R.v.B. nam aan dat het gele lampje niet op zou vallen op het paneel. “In mijn verbeelding floepen een heleboel van die lampjes voortdurend aan en uit. Als je zo'n heel bord hebt lijkt me dat zo'n geel lampje niet snel opvalt.” Ook zou het volgens Van B. vaker voorkomen dat nachtwakers de alarminstallatie een half uur uitzetten.

Vanaf het begin van de overval heeft het ruim vijf kwartier geduurd voordat een van de verdachten, de beveiligingsbeambte R.v.B., zelf alarm sloeg. R.v.B., die tijdens de overval dienst deed als nachtwaker, had zich eerder samen met zijn collega door de overvallers laten opsluiten. Het Van Gogh-museum heeft naar aanleiding van deze trage reactie de samenwerking met de bewakingsdienst VNV beëindigd. Het museum heeft laten weten na de strafzaak tegen de verdachten te besluiten of ze de bewakingsdienst verantwoordelijk stelt voor de geleden schade.

Tijdens de zitting trachtten de verdachten elkaar voortdurend de centrale rol van bedenker van de plannen toe te schuiven. Daarbij ging het vooral tussen de voormalig beveiligingsbeambte en politicologie-student R.P. en de verdachte P.v.D., die zich in de nacht van de roof in het Van Gogh-museum in liet sluiten. Volgens R.P. zou het initiatief van Van D. zijn uitgegaan. Er zou sprake zijn geweest van Japanse opdrachtgevers. Van D. noemde op zijn beurt de voormalige politicologie-student R.P. als het brein achter de roof.