Tussen Straatsburg en Stuttgart

HET GAAT NU, als we Bonn en Parijs moeten geloven, om het scheppen van een "werkelijke Europese identiteit op het gebied van de defensie'. Het doel van de op te richten Europese Unie zal volgens een gisteren gepubliceerde Frans-Duitse tekst zijn het bevestigen van de identiteit van de Unie op het internationale toneel. Daartoe zal er een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek worden ontworpen die op den duur een gemeenschappelijke defensie zal omvatten. Als middel bevelen Fransen en Duitsers opnieuw de West-Europese Unie aan, zij het dat WEU en NAVO ten opzichte van elkaar "aanvullend' zullen moeten zijn - een begrip dat ook kon worden aangetroffen in het verworpen Nederlandse ontwerpverdrag voor een Europese Unie. Maar anders dan in dat ontwerp is er geen plaats ingeruimd voor de Commissie van de Europese Gemeenschap - wat onderstreept dat de nieuwe Europese identiteit op het gebied van defensie en buitenlandse politiek geen communautair, zo men wil federaal karakter zal hebben in de zin van het Verdrag van Rome.

Dit sinds vorig jaar maart bij herhaling door Parijs en Bonn gelanceerde plan moest langzamerhand wel eens in een nieuw kleedje worden gestoken. Dat is nu gebeurd met de aankondiging dat de bestaande Frans-Duitse brigade de kern van een Europees korps zou kunnen worden, aangevuld met eenheden van andere leden van de WEU. De brigade die na haar oprichting enkele jaren geleden uit de algemene aandacht was verdwenen en die zelfs van de begin dit jaar vertrokken Franse minister van defensie Chévènement een onvoldoende had gekregen, keert nu dus weer in de publiciteit terug. De komende discussie zal waarschijnlijk minder gaan om de taak die het korps zal worden opgelegd dan om de vraag wie er aan mee zal doen. Gezien de negatieve Britse reactie zou deze Frans-Duitse "pit' nog wel eens tot een Europese twistappel van formaat kunnen uitgroeien.

VAN BELANG IS het om een dergelijke breuk te voorkomen door begrip te vragen en te kweken voor de achtergronden van de voorgestelde constructie. Wat we zien is de historische Duitse wens om voor twee ankers tegelijk te liggen: het Atlantische, dat de Bondsrepubliek verbindt met de Verenigde Staten en Canada, en het Europese anker, dat in Franse bodem ligt verzonken. In het verleden ging het om een afwending van de dreiging die uitging van de Sovjet-strijdkrachten, in het heden willen de Duitsers een verzekering tegen de risico's van de ongewisse toestand in de landen van Midden- en Oost-Europa, inclusief de republieken die nog slechts formeel in Sovjet-verband bijeen zijn. Het straks tussen Straatsburg en Stuttgart gelegerde Europese korps behoeft geen militaire betekenis te hebben, evenmin als de daar gelegerde Franse eenheden die tot dusver hadden, om een politieke factor van gewicht te zijn.

Praktisch zou het het beste zijn indien de Europese landen die niet aan het korps zouden willen bijdragen, het toch zouden gedogen. In het algemene deel van de Frans-Duitse verklaring wordt de rol van de NAVO bij de verdediging van Europa ten minste erkend en worden maatregelen voorzien die samenwerking tussen NAVO en WEU bevorderen. Het korps zou zo bezien een van de bestanddelen van die samenwerking kunnen zijn zonder per se de belangrijkste uitkomst van die samenwerking te moeten wezen.

HET EUROPESE debat heeft, toegespitst als het meer en meer raakt op de vraagstukken van defensie, zo zijn eigen tragiek gekregen. Vele problemen op allerlei gebied zoals kanalisering van de immigratie, verruiming van de internationale handel, beperking van de landbouw en harmonisatie van de sociale zekerheid noodzaken tot een Europese aanpak en behoren in Maastricht meer dan formele aandacht te krijgen, maar de politieke energie gaat in toenemende mate verloren aan ingewikkelde bedenksels op een terrein waar gegeven de nieuwe omstandigheden in Europa een werkelijk houtsnijdende doelstelling nog moet worden gevonden. Defensie dreigt dan ook het zwarte gat van Europa te worden.