Raad van State heeft kritiek op belastingplan

DEN HAAG, 17 okt. Het kabinet en de Raad van State zijn het volstrekt oneens over het kabinetsplan voor de loon- en inkomstenbelasting. De Raad verwijt het kabinet nivellering ten koste van de middeninkomens waarbij de hoge inkomens er relatief goed vanaf komen.

Het kabinet stelt in een reactie dat het voorstel het resultaat is van “een diepgaand proces van afweging”. Het zal werken aantrekkelijker maken en de koopkracht van de minima zoveel mogelijk veilig stellen.

Op 9 oktober zond de Raad van State zijn kritische analyse aan de koningin; op 11 oktober reageerde het kabinet. Het wetsvoorstel is, met in de memorie van toelichting enkele marginale wijzigingen, gisteren naar de Tweede Kamer gezonden waar het kan rekenen op steun van PvdA en CDA.

Het arbeidskostenforfait gaat met 1 procent van het fiscale inkomen (met een maximum van 450 gulden) omhoog tot 5 procent. De basisaftrek stijgt met 425 gulden tot 5.225 gulden. Ter financiering wordt de inflatiecorrectie, waarmee de tariefschijven van de loon- en inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen jaarlijks worden verhoogd, in 1992 niet toegepast.

Volgens de Raad zal het niet laten doorgaan van de inflatiecorrectie vooral de middengroepen treffen die ook op andere terreinen de dupe zijn van lastenverzwaringen. De Raad noemt als voorbeeld de verhoging van het lesgeld. Hij pleit daarom voor “een maatregel waaraan deze bezwaren niet kleven”.

De Raad wijst op het pleidooi van de commissie-Stevens voor een flinke verlaging van de belastingtarieven. Het afschaffen van de inflatiecorrectie is daarmee in strijd en vergroot bovendien de toch al grote progressie in de tarieven. Ook twijfelt de Raad of de verhoging van het arbeidskostenforfait past in het kader van wat Stevens voorstelt.

Het kabinet is het daarmee volstrekt oneens. Stevens pleit duidelijk voor een verhoging van het arbeidskostenforfait. Het kabinet wil de afstand tussen netto loon en uitkering vergroten. Een verlaging van de tarieven kost de overheid vanuit die optiek veel meer geld dan een verhoging van het arbeidskostenforfait. De progressie in de tarieven komt volgens het kabinet deels voort uit het “zeer lage” belastingtarief in de eerste schijf. Het toptarief werd via de Oort-operatie reeds verlaagd.

Volgens de Raad merkt het kabinet in een toelichting het terugnemen van de inflatiecorrectie aan als “een eenmalig gebeuren”, waaruit de Raad afleidt dat ook de regering vindt dat “een voorstel als het onderhavige zich zeker niet voor herhaling leent”. Dat is niet de bedoeling geweest, aldus het kabinet. Bedoeld werd slechts de effecten van een eenmalige maatregel weer te geven.