Punctuated equilibria

Naar aanleiding van F. Eijgenraams artikel over N. Eldredge (W&O 12 okt.) het volgende.

Sir William McCrea in Scientific American, juni '91, p.66, schrijft: ""Certainly in science, the pursuit of knowledge has devolved from the individual to the team and, to some extent, from the originators of ideas to the presenters of ideas.'' Eldredge en Gould zijn goede "presenters of ideas'. Het idee van wat door Gould "punctuated equilibria' is genoemd, is door hen op succesvolle wijze gepresenteerd. Hoe Eldredge onafhankelijk tot dit inzicht is gekomen, wordt door hem op boeiende wijze in zijn boek Time Frames beschreven. Hij is dus tevens "originator'. In dit boek is hun bewust provocerende publikatie van 1972 herdrukt.

Vier jaar eerder, in de 1968 feestbundel ter ere van het emeritaat van collega H. Engel, had ik volledig dezelfde ideeën gepubliceerd in een kort artikel van zes bladzijden. Deze publikatie was resultaat van uitgebreid paleontologisch onderzoek tussen de jaren 1937 en 1952 aan monsters uit boorprofielen van de Standard Vacuum Oil Cy. In 1964 waren deze ideeën al onderwerp geweest van één van mijn lezingen als gastspreker van de American Geological Institute op een lezingentoernee door de Verenigde Staten, maar tot publikatie kwam het pas in 1968.

In 1964 kwam dat alles inderdaad nog als revolutionair over. Propagering door de bulldozers Eldredge en Gould was dan ook wel nodig. Zij hebben een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan. Mijn artikel is hun niet ontgaan en wordt door hen geciteerd, zij het niet volledig. Het is ook wel frustrerend om, als je iets meent te hebben ontdekt, te merken dat een ander je een aantal jaren voor is geweest. Evenzo is het frustrerend om te merken dat enthousiaste lezers van hun artikel blijkbaar toch niet goed genoeg lezen om aan deze citaten aandacht te besteden en mijn 1968 artikel te citeren.

Overigens schreef ik ook dat geleidelijke evolutionaire veranderingen wel degelijk voorkomen, onder andere bij de foraminiferen Miogypsinoides in boringen van Kalimantan (Borneo) en Orbulina in boorprofielen van Sumatra, maar dat deze gevallen zeldzaam zijn. Dit standpunt wordt nu ook door Eldredge en Gould aanvaard in meer relativerende latere publikaties.

Met dat al is de theorie van de punctuated equilibria geen nieuwe theorie. Zoals Eldredge zelf zegt, het volgt uit de mathematische genetische evolutiemodellen van S. Wright, de mathematicus van het neo-darwinisme. Het is dus ook niet in strijd met dit neo-darwinisme.

Ook de verklaring door allopatrische speciatie stamt van Wright en is door de andere neo-darwinisten in hun visie geïncorporeerd.

Tenslotte is de hele zaak al vanaf het begin van de stratigrafische paleontologie bekend, toen men zag dat opeenvolgende laagpakketten in Engeland en Duitsland gekenmerkt zijn door zogenaamde gidsfossielen, ieder deelpakket door zijn eigen gidsfossiel.

Het blijft dan wel een probleem hoe het komt dat de idee van overal te verwachten gradualisme in deze eeuw zo overheersend is geworden. En evenzo is het een probleem waarom men hier steeds weer spreekt van de revolutionaire nieuwe theorie van Eldredge en Gould van twintig jaar geleden. Goed beschouwd is het niet eens een theorie maar een ervaringsfeit. De theorie is die van de allopatrische speciatie.

De belangrijkste eindconclusie is dat het tegenwoordig nodig is uitgebreid en agressief ideeën naar voren te brengen als je wilt dat mensen je lezen en citeren.

Het geciteerde artikel is: Modes of evolution mainly among marine invertebrates (Bijdragen tot de dierkunde, afl. 38, p. 69-74).

    • H.J. Mac Gillavry