Over kunst gesproken

Met ergernis volg ik de discussie over de zogenaamde restauratie van "Who's afraid of...'.

Blijkbaar heeft geen van mijn vakbroeders zich nog gerealiseerd, dat die discussie geheel buiten de orde is. Als alom erkend deskundige op het gebied van de kunst van de periode 1985-1990 en daarenboven nog gespecialiseerd in de snijkunst, meer in het bijzonder die van de korte messen, houd ik namelijk staande, dat de in discussie zijnde restauratie geen restauratie is geweest, doch de vernietiging van een van de belangrijkste, fijnzinnigste, vooruitstrevendste en filosofisch inhoudelijk meestzeggende kunstwerken van genoemde periode. Reeds bestudering met het blote oog van de destijds in de pers gepubliceerde foto's is voldoende, zelfs voor een leek, om tot het besef te komen welk een waarlijk groot en nog meer belovend kunstenaar daar met zijn "Stanley'-mes bezig geweest uitdrukking te geven aan zijn diep doorvoelde visioen van onze toekomst. Nooit eerder was in enkele elkaar zo geraffineerd, elegant en gevoelig kruisende sneden zoveel zeggingskracht gelegd.

En wie er een loupe bij neemt raakt helemaal in vervoering: welk een fijnheid van mesvoering, welk een evenwicht in de wisseling van schuinte van de snede: dan weer het mes schuin naar binnen, dan weer naar buiten en dat zonder ooit ergens in de ordinaire haakse snede te vervallen. Kortom, ik ben en blijf van mening dat de discussie hoort te gaan over de vraag of en zoja hoe de snijkunstenaar in staat kan worden gesteld, voor zover een dergelijke inspiratie al herhaalbaar is, zijn schepping over te doen, ofwel hoe hij kan worden schadeloos gesteld voor de vernietiging van wat wel eens zijn veruit belangrijkste creatie zou kunnen zijn geweest. Gezien het niveau waarop mijn vakgenoten bezig zijn moet ik helaas vrezen, dat van beide niets terecht zal komen: zij hebben blijkbaar slechts oog voor de kunst van voor 1985 die zij nog steeds als modern aanmerken, terwijl de echte kenners allang derzelve ware, dat is vrij geringe, betekenis hebben onderkend.

    • J.A. Atzema