Ouders op school; Sop-avond, paint-ins, remedial teacher, overblijfmoeder, medezeggenschapsraad

Vanavond schenkt Jan van Dijk zelf de koffie in. Het is zijn beurt om de medezeggenschapsraad te ontvangen en zijn vrouw is een avondje uit. De kinderen liggen in bed. Een paar jaar geleden werden de vergaderingen nog op school gehouden. Maar omdat dat altijd zo ongezellig was, gebeurt het tegenwoordig bij de leden thuis. Dat spaart ook nog stookkosten uit.

Het is twintig over acht en het gezelschap is nog niet compleet. Behalve Jan van Dijk zitten in de kamer Jan Krijgsman, de voorzitter van de medezeggenschapsraad, Henk Ruitenbeek, voorzitter van de oudercommissie en waarnemer bij de vergaderingen van de medezeggenschapsraad, onderwijzer Flip van der Pol en Niek de Kruif, sinds twee jaar directeur van de school en dit jaar voor het eerst in de medezeggenschapsraad gekozen.

Terwijl Van Dijk alvast langs gaat met de krakelingen, foetert De Kruif op de computercursus die hij volgt. Volgde, want gisteren heeft hij gezegd dat hij er genoeg van had en dat ze hem niet meer terugzien. De school heeft via het Comenius-project vijf computers van het ministerie van onderwijs gekregen, maar na de eerste van de er bij horende lessen van drieëneenhalf uur per keer kon De Kruif die computers nog niet eens aan de práát krijgen. Toen hij, een paar dagen later, op de ouderavond even oefende met de vader van Renate, lukte het opeens wel. Dus zodra ze gisteren op die cursus weer zo soft gingen doen over leerdoelen en interactie, is hij opgestapt. De vader van Renate kan het beter uitleggen, heeft hij gezegd, die zal het me wel leren.

Ook van dit voortijdige einde van de Comenius-cursus zal nog wel een verslagje in de schoolkrant komen te staan, net als van het voorval met de vader van Renate. De Kruif houdt van openheid. Via de schoolkrant, waar de Comenius-perikelen figureerden in het stuk over de ouderavond, maar ook door zijn kamer open te stellen voor elke ouder die ergens mee zit. Vanaf 's ochtends half negen kunnen ze er terecht. Aan een van de muren hangt een "certificaat' van de ouderraad van zijn vorige school, in Velp. De raad "betuigt N.M.C. de Kruif dank voor het grote enthousiasme waarmee hij zich heeft ingezet voor de belangen en doelstellingen van de school'.

Of zijn nieuwe school, De Wegwijzer in Amersfoort, ouders vaker of juist minder vaak bij het onderwijs betrekt dan andere scholen, weet De Kruif eerlijk gezegd niet. Gemiddeld, denkt hij. Er is een medezeggenschapsraad en er is een oudercommissie, maar dat is op elke school zo. Verder zijn er natuurlijk leesmoeders, vrijwilligers die helpen bij de jaarlijkse fancy-fair, begeleiders bij het schoolzwemmen en de schoolreisjes en redacteuren voor de schoolkrant. Dat is ook heel normaal allemaal. De sop-avonden en de paint-ins zijn misschien iets minder doorsnee, al kent De Kruif nog wel een paar scholen waar ouders zo nu en dan komen schoonmaken of een kwastje geven.

Nee, echt bijzonder zijn eigenlijk alleen de twee remedial teachers van zijn school: moeders die zelf uit het onderwijs komen, niet meer werken en twee ochtenden en twee middagen per week kinderen met een achterstand bijspijkeren. "Dit vrijwilligerswerk wordt door het schoolteam geweldig op prijs gesteld!', heeft De Kruif laatst weer eens in de schoolkrant geschreven.

Proefschrift

Op zijn bureau ligt Uitleg, het informatieblad van het ministerie van onderwijs. Het is opengeslagen op een artikel over een half september verschenen proefschrift over ouderparticipatie in het basisonderwijs. In de kantlijnen heeft De Kruif zijn commentaar geleverd. Met de conclusie dat ouderparticipatie goed is voor de school, de leerlingen en de ouders, is hij het wel eens. ""Een school is een gemeenschap, geen fabriek. Ouders moeten altijd op school terecht kunnen, of dat nu is om te helpen of om bij te praten.'' Bij de opmerking dat ouders van buitenlandse kinderen meer bij het onderwijs moeten worden betrokken, staat dat dit "op De Wegwijzer al gebeurt''. Het Suriname-project is in volle gang.

Maar één opmerking in het artikel is hem toch wel in het verkeerde keelgat geschoten. De promovendus vindt dat de medezeggenschapsraad op de basisschool niet goed functioneert, omdat de onderwijzers in die raad het in feite voor het zeggen hebben. Zij zijn beter op de hoogte van wat er op school gebeurt en kunnen zo de ouders gemakkelijk aftroeven.

Dat het team beter op de hoogte is kan De Kruif niet ontkennen. Maar dat hoeft toch niet te betekenen dat de ouders er als doetjes bijzitten? Het is gewoon een kwestie van goed met elkaar omgaan, van wederzijds vertrouwen en van respect voor de mening van anderen. En dat zegt hij niet omdat zijn school toevallig protestants-christelijk is. Dat zegt hij omdat het de enige manier is waarop ouderparticipatie werkt.

Het bestaan van het proefschrift is bij meer mensen op school bekend. Ook Henk Ruitenbeek, de voorzitter van de oudercommissie, heeft er van gehoord. Ruitenbeek en De Kruif zijn dikke vrienden, vooral sinds ze samen een cursus PR hebben gevolgd. Tijdens de vergadering van de medezeggenschapsraad zitten ze broederlijk naast elkaar, grappen te maken over de Comenius-computers. Zulke dure apparaten en dan geen geld voor tafels op wieltjes, om de computers van het ene lokaal naar het andere te verrijden! Zou "computersjouwer' niet een aardige vorm van ouderparticipatie zijn?

Praatpapier

Ruitenbeek vindt het vooral opvallend dat die promovendus scholen aanraadt de capaciteiten van ouders beter te benutten, net nu hij zelf over dat onderwerp een "praatpapier' heeft gemaakt. Ruitenbeek zit inmiddels voor het vierde jaar in de oudercommissie, en het is hem opgevallen dat ouders veel nuttige dingen doen, maar dat dit toch vooral hand- en spandiensten zijn. De vraag is dan: moet een oudercommissie zich beperken tot sop-avonden, paint-ins, de ouderbijdrage, het Kerstdiner en de Sinterklaascadeautjes? ""Mijn antwoord is NEE'', heeft hij in het praatpapier gezet.

Wat de oudercommissie nog meer kan doen, stond eigenlijk gewoon in het huishoudelijk reglement. Bijdragen aan de schoolwerkplanontwikkeling bijvoorbeeld, of meedenken over de keuze van nieuw lesmateriaal. Dat heeft Ruitenbeek dus maar overgenomen, ook al omdat het wat vage termen waren en hij het team niet op voorhand aan het schrikken wilde maken. Niet dat hij bang was voor hun reactie. De onderlinge band is goed en het laatste wat de oudercommissie wil, is zich bemoeien met zaken waar ouders geen verstand van hebben. Maar zulke dingen moet je gewoon niet overhaasten.

Er is een tijd geweest dat het huishoudelijk reglement van de oudercommissie bij iedereen bekend was, om de simpele reden dat alle mogelijkheden voor ouderparticipatie die er in staan vermeld, toen ook werden benut. Dat was zo'n tien, vijftien jaar geleden. Er waren in die tijd niet alleen leesmoeders, maar ook rekenmoeders, moeders die de bloemen verzorgden en moeders die meedachten over wat er in het schoolwerkplan moest komen te staan. En niet te vergeten: vaders die een dagje vrij namen als zoon of dochter op schoolreis ging. Het was de tijd dat ouders meer inspraak en openheid in het onderwijs eisten, en De Wegwijzer stond in Amersfoort bekend als een in dat opzicht moderne school.

Waarom dat is veranderd weet eigenlijk niemand. Ruitenbeek vermoedt dat het heeft te maken met de nadruk die tegenwoordig weer wordt gelegd op degelijk, liefst niet al te experimenteel onderwijs. Maar er zijn vast ook andere redenen, een ander team misschien, of het verdwijnen van het geld-voor-de-leuke-dingen. En wellicht, suggereert hij, hebben de ouders die wél veel doen last van beroepsblindheid: ze denken al gauw dat iedereen net zo bij de school betrokken zou moeten zijn als zijzelf.

Hun eigen leven

In het team overheerst de indruk dat mensen tegenwoordig weer wat meer bezig zijn met hun eigen leven, in plaats van met de samenleving om hen heen. Volgens Jolina de Goede, van groep 1-2, vinden veel ouders het allemaal wel best. Hun kind zit op school, dat is lekker rustig en de onderwijzers regelen het verder wel. Zelf vindt ze het soms wat vreemd, bijvoorbeeld als er ouders bellen om te vragen wanneer de vakanties zijn. Alle ouders krijgen jaarlijks een boekje waar dat in staat. Dat lezen ze dan zeker niet.

De meeste onderwijzers staan nog niet zo lang aan de school: de gemiddelde leeftijd is ongeveer 35 jaar. De terugloop van de ouderparticipatie hebben ze dus niet meegemaakt. En eigenlijk vinden ze dat het ook wel wat meevalt. Vorige week waren er zo'n vijftig ouders op de ouderavond, voor een school met 300 leerlingen misschien niet veel, maar als je soms de verhalen van andere scholen hoort...

Het komt natuurlijk ook doordat steeds meer moeders werken. Leesmoeders ben je tegenwoordig zo weer kwijt. Die komen er door dit soort vrijwilligerswerk achter dat ze best een paar uur van huis kunnen, en zoeken een part-time baan. Als je ze dan een volgend schooljaar weer belt, zeggen ze dat ze geen tijd meer hebben.

De Kruif was meteen enthousiast over het praatpapier van Ruitenbeek en heeft op de teamvergadering de collega's ingelicht. Het was wennen, maar niemand reageerde negatief. Er zijn grenzen vonden de meesten, en die grenzen liggen zo ongeveer waar de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de onderwijzer begint. In de woorden van De Goede: ""Ouders kunnen ons werk verlichten, maar het moet niet te ver gaan. Een school hoort niet afhankelijk te worden van hulp van buitenaf. Dan ben je te kwetsbaar.''

Grenzen

Dat er inderdaad grenzen zijn, had De Kruif al gemerkt toen hij twee jaar geleden voorstelde Ellen van Dorssen remedial teacher te maken. Van Dorssen komt zelf uit het onderwijs, maar is gestopt met werken toen ze haar tweede kind kreeg. Toen ook dat naar school ging, begon ze zich thuis al snel te vervelen. Ze meldde zich aan voor de paint-ins en bij een van die gelegenheden zei ze tegen De Kruif dat ze wel meer wilde doen. De Kruif zat in die tijd te springen om een remedial teacher. Omdat daar geen geld voor was, stelde hij haar voor dat te gaan doen.

De Kruif is een bevlogen directeur, die vertrouwt op zijn intuïtie en die zijn spontane invallen achteraf maar al te vaak moet verantwoorden. Zo nu en dan schrijft hij een boze brief aan de staatssecretaris, en op de laatste heeft hij zowaar antwoord gekregen. Dat was een brief waarin hij zich beklaagde over de ten hemel schreiende bezuinigingswoede van Zoetermeer, die de doelstellingen van de Wet op het Basisonderwijs tot een lachertje heeft gemaakt. Een paar weken geleden viel er een uitnodiging door de bus voor een bijeenkomst in het Scandic Crown Hotel in Utrecht. Een select groepje wetenschappers, ambtenaren en mensen uit het veld, onder wie dus De Kruif, zou het daarbij hebben over wat er van de Wet op het Basisonderwijs terecht is gekomen. Het Scandic Crown Hotel! Hadden ze op het ministerie soms geld over? Op de vergadering van de medezeggenschapsraad vertelt De Kruif vol bravoure dat hij er wel tien koppen koffie heeft gedronken, om zo z'n salaris eens wat aan te vullen, zij het in natura. Voor de school heeft hij twee pennen gejat.

Met het aanbod aan Ellen van Dorssen verliep het wat moeizamer. Het team was sceptisch, hij kan niet anders zeggen. En het bestuur voelde er nog minder voor. Die zagen al voor zich dat zo'n mevrouw allemaal verworven rechten zou gaan opbouwen. Er is daarom een officieel contractje gemaakt, waarin bijvoorbeeld staat dat Van Dorssen bij vacatures geen voorrang geniet. Ook heeft ze zwijgplicht over wat er in de lerarenkamer over leerlingen wordt gezegd.

Inmiddels hangt in de kamer van De Kruif een teamfoto waarop ook Van Dorssen staat, maar, zegt hij er eerlijk bij, die foto is pas aan het einde van het schooljaar genomen. Want het begin was moeilijk. Niet eens zozeer voor het team, dat al snel zag dat ze er een goede kracht bij hadden gekregen, alswel voor Ellen van Dorssen zelf. Die voelde zich in haar dubbelrol van onderwijzer en ouder in het begin heel onwennig.

""De eerste paar maanden hield ik me in de lerarenkamer het liefst afzijdig'', zegt ze. ""Ik was natuurlijk maar gewoon een ouder, en zo voelde het ook. Ik vond dat ik vooral niet te veel van me moest laten horen.'' Nu is ze ""een van de collega's''. Alleen wel een onbetaalde. Maar dat vindt Van Dorssen geen probleem. ""Er is geen geld, dat weet je.''

Het feit dat de school tegenwoordig niet meer goed schoongehouden kan worden, vindt ze eigenlijk vreemder. Die sop-avonden waren een idee van de oudercommissie, omdat het zo echt niet langer kon. En ze hebben het gezien: met het stof dat die eerste keer uit de lichtbakken voor de tl-buizen kwam, had je een schaap kunnen bekleden. En dan de ruiten! Hoewel die in het donker werden gelapt, kon je steeds gemakkelijk zien waar je was gebleven. Alleen aan de wc's kunnen de sop-ouders weinig doen. Die moeten elke dag worden schoongemaakt en dat gaat natuurlijk niet. Zelf zegt Van Dorssen tegen haar kinderen dat ze het maar liever moeten ophouden, als dat kan tenminste. Veel moeders zeggen dat tegen hun kinderen, weet ze.

Net als Ruitenbeek - die als eerste de trapleer onder de lichtbakken zette - is Van Dorssen zo'n ouder die van alles doet: verven, helpen op de fancy-fair. Het geldt voor de meeste participerende ouders: ze doen niet aan één, maar aan veel meer activiteiten mee. Van Dorssen heeft als verklaring dat hoe vaker je op school komt, hoe beter je ziet wat er allemaal moet gebeuren.

Participerende ouders worden op De Wegwijzer op vier manieren geworven. Soms roept iemand van het team hun hulp in, zoals in het geval van Ellen van Dorssen. Of zoals in het geval van Jan Krijgsman, de voorzitter van de medezeggenschapsraad. Die slaat geen ouderavond over en viel daardoor op als een kennelijk geïnteresseerde ouder. Ook sporen ouders die al wat doen, andere ouders aan ook eens de handen uit de mouwen te steken (""Komen jullie vanavond soppen, dames?''). Zo nu en dan staat er een oproep in de schoolkrant, en toen het een paar jaar geleden niet goed liep met de overblijfmoeders, is de vergoeding verhoogd tot vijftig cent per kind voor elke moeder. Dat is niet veel, de moeders krijgen zo ongeveer een tientje per keer, maar het heeft wel geholpen.

Overblijfmoeder

Anneke Corbijn doet het niet voor het geld. Ze vindt het "gewoon leuk' om bij de school betrokken te zijn. Corbijn is één keer per week overblijfmoeder, en daarnaast lid van de oudercommissie, sop-ouder en redacteur van de schoolkrant. Een paar weken geleden heeft de school een delegatie van de "European Parents' Association' ontvangen, en heeft ze in het Engels verteld over de ouderparticipatie op De Wegwijzer. Dat was wel eng, al had ze het goed voorbereid. Op het laatst waren ze er thuis bijna wanhopig van geworden: ""Daar heb je haar weer met haar speech''.

Corbijn kwam vorig jaar met het idee van de klassemoeder op de proppen. Ze had gehoord dat zoiets op een school in Leusden werd gedaan en dat het daar heel goed liep: elke klas had een moeder die als een soort makelaar bemiddelde tussen onderwijzer en ouders. De ouders vertelden de klassemoeder wat ze zoal konden: speelgoed repareren, kookles geven, helpen bij het rekenen, helpen bij het oefenen van de plaatsnamen bij aardrijkskunde. De onderwijzer wist precies voor welke activiteiten hij ouders kon inschakelen en de klassemoeder nam hem veel organisatorisch werk uit handen.

Maar het team van De Wegwijzer voelde er weinig voor, wat Corbijn wel verbaasde. Als je een groep van dertig leerlingen hebt, ben je toch alleen maar blij met een ouder die je wat werk uit handen neemt? Toen ze in de schoolkrant las over De Kruifs wederwaardigheden met de Comenius-computer, dacht ze bij zichzelf: dat is toch zonde, dat van de kennis van zo'n vader verder geen gebruik wordt gemaakt? Het praatpapier van Ruitenbeek heeft haar volle steun. Ze heeft het ook nog aangehaald aan het einde van haar speech: ""Unfortunately, we do not have the opportunity to occupy ourselves with the school curriculum. During the next few years we plan to initiate discussions with the school on this subject''.

Midgetgolfen

Eigenlijk vinden alle bij de school betrokken ouders dat het team een groter beroep op hun capaciteiten zou kunnen doen, al zeggen ze er meteen bij dat de samenwerking met de school uitstekend is. Iedereen is altijd even amicaal, als de oudercommissie met het team gaat midgetgolfen maakt het niet uit of je naast een ouder of naast de directeur staat.

Maar Van Dorssen bijvoorbeeld, weet zeker dat ze zelf indertijd heel ingenomen was geweest met "achter-de-hand-ouders', zoals zij ze noemt. Immers, als onderwijzer voel je je vaak schuldig. Je kunt niet genoeg aandacht aan de zwakke leerlingen besteden, en de slimsten doe je ook vaak te kort. Je wist dan: met wat extra tijd hadden de rapporten er heel anders uit kunnen zien.

Anneke Corbijn heeft zich aangemeld voor de subcommissie van de ouderraad die het praatpapier moet gaan uitwerken. Nou ja, subcommissie: alle leden van de oudercommissie zitten erin, zo belangrijk vond iedereen het.

Jan Krijgsman, de voorzitter van de medezeggenschapsraad, is wat voorzichtiger. De dingen moeten in goede samenspraak van de grond komen, anders werkt het toch niet, vindt hij. Als het team iets liever niet wil, houdt het gewoon op.

Ook Krijgsman heeft een artikel over het proefschrift over ouderparticipatie gelezen, in "School & Medezeggenschap'. Wat hem opviel was het pleidooi van de promovendus voor een aparte ouderraad en een aparte personeelsraad, in plaats van de medezeggenschapsraad. Eerlijk gezegd had hij daar nog nooit zo over nagedacht. Op De Wegwijzer kunnen ze allemaal goed met elkaar opschieten, dus dan speelt het niet zo. Maar er valt natuurlijk wel wat voor te zeggen.

Die avond neemt hij "School & Medezeggenschap' mee naar de vergadering bij Jan van Dijk. Niet voor het proefschrift, maar omdat er een advertentie in staat voor een symposium over medezeggenschap, waar hij wel naar toe zou willen. Ook gaat er een folder in zijn tas over het handboek "Maak meer van medezeggenschap'. Als Krijgsman er bij het agendapunt "ingekomen stukken' over begint, barst De Kruif in lachen uit. ""Daar is echt geen geld voor jongens, dat handboek moeten jullie maar in de bibliotheek bekijken.'' Er valt weinig tegenin te brengen.

Ouderparticipatie

Op 12 september van dit jaar promoveerde Frederik Smit op een proefschrift over "De rol van ouderparticipatie in het basisonderwijs'. Uit zijn onderzoek blijkt dat ongeveer twee keer zoveel moeders als vaders op school een handje helpen. Tweederde van de onderwijzers maakt gebruik van de hulp van ouders bij het verzorgen van het dagelijks onderwijs, meestal leesmoeders.

Volgens Smit gaat het bij ouderparticipatie om een selecte, goed opgeleide groep ouders, die vaak aan meer dan één activiteit deelnemen. Dit strookt met de oorsprong van ouderparticipatie, dat een begrip is uit het begin van de jaren zeventig, toen mondige ouders meer invloed wensten op de (toen nog) lagere school. Er ontstonden in die tijd nieuwe vakken en nieuwe organisatievormen (het gedifferentieerd leren deed zijn intrede), en er stond zelfs een geheel nieuwe school op stapel, de basisschool. Daar wilden deze ouders over gehoord worden, en zij meldden zich als kandidaat voor de oudercommissie, de medezeggenschapsraad of het niveaulezen.

De Lager Onderwijs Wet voorzag niet in ouderparticipatie; de Wet op het Basisonderwijs, die dateert uit 1985, doet dit wel. Volgens artikel 27 ""stelt het bevoegd gezag de ouders van leerlingen in de gelegenheid ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs te verrichten''. Tot 1985 gold een in 1974 door het college van hoofdinspecteurs lager onderwijs aan alle inspecteurs gerichte brief, waarin stond dat ouderparticipatie een vanzelfsprekendheid hoorde te zijn.

Op het ogenblik verleent volgens cijfers van het CBS 9 procent van de ruim 45 procent van de Nederlandse bevolking die aan vrijwilligerswerk doet, hulp op school. Dit zijn zo'n 600.000 mensen.

Volgens Smit zitten niet alleen bij het niveaulezen (de leesmoeders), maar ook in de medezeggenschapsraden en in de ouderraden meer moeders dan vaders. Alleen in de schoolbesturen van de bijzondere scholen (het openbaar onderwijs valt onder het gemeentebestuur) is de verhouding omgekeerd. Daar zitten twee keer zoveel vaders als moeders. Smit meent dat noch de ouders in de ouderraad, noch die in de medezeggenschapsraad goed op de hoogte zijn van wat er op school speelt.

Onderwijzers op protestants-christelijke scholen maken, aldus Smit, minder gebruik van ouders bij het verzorgen van het dagelijks onderwijs (50 procent) dan hun collega's op katholieke en openbare scholen (respectievelijk 64 en 63 procent). Onderwijzers op protestants-christelijke scholen leggen meer huisbezoeken af en betrekken ouders liever bij hand- en spandiensten dan bij het onderwijs zelf.

Over de positieve invloed van ouderparticipatie op de schoolloopbaan van leerlingen, is Smit terughoudend. Er is "een tendens dat een hoger uitstroomniveau van leerlingen naar het voortgezet onderwijs op relatief veel scholen samenhangt met het inschakelen van ouders bij lesactiviteiten'. Dezelfde voorzichtigheid betracht hij bij een mogelijk lagere uitstroom naar het speciaal onderwijs door ouderparticipatie. Zeker is wel dat de meeste onderwijzers ouderparticipatie ervaren als een taakverlichting.

In 1982 kreeg de medezeggenschap in het onderwijs een wettelijke basis. Op dat moment vervielen de wetsartikelen over de oudercommissies in de Lager Onderwijs Wet. Zij figureren in de nieuwe wet onder de naam ouderraad, met iets andere bevoegdheden dan voorheen. In de praktijk houden ouderraden zich bezig met zaken als de ouderbijdrage, festiviteiten en uitstapjes, hand- en spandiensten door ouders, de schoolkrant en ouderavonden. De medezeggenschapsraad heeft meer te maken met beleid en bestuur van de school, waarbij de oudergeleding in de raad over het algemeen een adviserende stem heeft.

Eerder dit jaar stelde staatssecretaris Wallage voor de Wet Medezeggenschap Onderwijs zo te veranderen dat de raden in het onderwijs allemaal dezelfde bevoegdheden krijgen. Nu verschillen die bevoegdheden nog per school, en kan het gebeuren dat op de ene school de medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft over de gevolgen van een fusie, terwijl op de andere school het bestuur de fusie beklinkt voor de medezeggenschapsraad er lucht van krijgt. Vooral wanneer straks het formatiebudgetsysteem wordt ingevoerd en schoolbesturen meer zeggenschap krijgen over het personeelsbeleid, moet de medezeggenschapsraad sterk staan, vonden zowel de staatssecretaris als de onderwijsvakbonden en de ouderorganisaties. Maar de precieze invulling van de bevoegdheden leidde tot zoveel geharrewar, dat Wallage nu heeft besloten om scholen die dat willen, in de toekomst hun eigen reglement te laten houden.

Op de protestants-christelijke basisschool De Wegwijzer in Amersfoort telt de oudercommissie (de school gebruikt nog de oude benaming) acht leden, vier mannen en vier vrouwen. De voorzitter is een man. De medezeggenschapsraad telt eveneens acht leden, vier onderwijzers en vier ouders. Van die laatste vier is één een vrouw, de voorzitter is een man.