Olifantsgras komt nu ook als energieplant in aanmerking

Olifantsgras (Miscanthus sinensis giganteus), een spectaculaire metershoge rietsoort die zijn naam eer aandoet, is niet alleen interessant als leverancier van papiervezels, maar mogelijk ook als "energiegewas'. De biomassaproduktie is aanmerkelijk hoger dan die van andere gewassen.

Olifantsgras behoort tot de groep van zogenaamde C4-planten, veelal (sub-) tropische gewassen zoals mais, suikerriet en gierst. Zij onderscheiden zich van de "C3-planten' uit de gematigde zone door een veel efficiëntere fotosynthese, waarbij koolzuurgas uit de lucht sneller wordt vastgelegd. Als je C3-planten, bijvoorbeeld soja, samen met enkele C4-planten zoals mais samen onder een glazen stolp zet sterven de sojaplanten zelfs af, zo fel is de concurrentie om koolzuurgas. Ook met water springen C4-planten veel efficiënter om: terwijl een C3-plant zo'n 800 gram water verbruikt om een gram droge stof vast te leggen, kan de C4-plant vaak met minder dan de helft toe.

Olifantsgras levert per hectare zo'n 25 ton biomassa, ruim tweemaal zoveel als tarwe (aan korrels en stro tezamen). Bij verbranding levert dat evenveel energie op als 10.000 liter olie.

Toch is olifantsgras bij de huidige olieprijzen nog niet winstgevend als energiegewas, zo bleek op de proefboerderij Limburgerhof van chemiereus BASF in Ludwigshafen, waar vorig jaar voor het eerst zo'n 1000 vierkante meter olifantsgras werd geteeld. Becijferd werd dat per hectare zo'n 800 D Mark subsidie moet worden toegelegd. Maar daarmee steekt het snelgroeiende riet nog zeer gunstig af bij andere energiegewassen. Op de winning van raapolie uit koolzaad moet 1900 D Mark per hectare worden toegelegd, op de winning van alkohol uit tarwe 2500 D Mark en uit suikerbiet zelfs 4500 D Mark per hectare.

Overigens kan men op grond van een proefareaal van 1000 vierkante meter alleen nog maar grove schattingen maken, een verdere uitbreiding naar 20 tot 25 hectare staat nu op het programma.

Wat bemesting betreft stelt het superriet weinig eisen, maar hoe dat uitpakt bij een meerjarige teelt moet nog blijken. Het aanplanten is tamelijk kostbaar, er zijn enkele duizenden plantjes van ongeveer een D Mark per stuk nodig per hectare. Pas na drie jaar kan men voorzichtig beginnen te oogsten, na vier jaar geldt het gewas als volgroeid. Het heeft dan een hoogte van drie tot vier meter bereikt. Schattingen omtrent de levensduur variëren van tien tot vijftien jaar, waarbij veel vermoedelijk afhangt van de verzorging van het gewas.

Hoe men het land daarna weer geschikt kan maken voor andere gewassen is nog een open vraag. Ondergronds zijn de wortels van het olifantsgras uitgegroeid tot een dichte kluwen, wel vier meter diep. Misschien moeten speciale machines worden ontwikkeld om de zaak om te ploegen, misschien ook is een voorbehandeling met onkruidverdelgers nodig om de taaie wortels sneller te laten wegrotten. In elk geval zijn ook voor de oogst speciale machines nodig, die het riet al bij het maaien perst tot handzame, brandbare brokjes, want iedere vorm van tijdelijke opslag en tussentijdse bewerking drijft de kostprijs op.