NOB lijdt verlies van dertig miljoen gulden

HILVERSUM, 17 OKT. Het verlies van het Nederlands Omroepproduktiebedrijf (NOB) beloopt dit jaar ten minste 30 miljoen gulden. Het bedrijf, dat televieprogramma's technisch verzorgt, lijdt daarmee een even groot verlies als vorig jaar. Die conclusie trekt K. Koornstra van de Dienstenbond FNV uit gesprekken met de directie van het NOB.

De directie van het facilitair bedrijf voor radio- en televisie, dat vier jaar geleden werd verzelfstandigd, geeft geen commentaar op de bewering van Koornstra. Het bedrijf begon 3 jaar geleden met een reorganisatieplan. Het personeelsbestand van het NOB moet hierdoor uiteindelijk teruglopen van 3200 naar 1775 arbeidsplaatsen. Nu telt het NOB nog 2500 personeelsleden. Het bedrijf ziet op basis van de cijfers over dit jaar geen reden om opnieuw te reorganiseren.

Het verlies van het NOB beliep vorig jaar, wanneer de kosten van het sociaal plan worden meegerekend, 96,8 miljoen gulden op een omzet van circa 400 miljoen gulden. Een woordvoerster van het NOB erkent dat het bedrijf onmogelijk nog drie jaar door kan gaan met tientallen miljoen te verliezen. Zij wijt het verlies aan de overcapaciteit en toenemende concurrentie in de audio-visuele branche en aan de politieke onzekerheid omtrent de Nederlandse publieke omroep.

Na de verzelfstandiging waren de publieke omroepen nog drie jaar wettelijk verplicht hun facilitaire budget voor 75 procent bij het NOB te besteden. Hoewel sinds 1 januari 1991 deze "gedwongen winkelnering' is opgeheven, besteden de publieke omroepen zo'n 70 procent van hun facilitaire budget bij het NOB.

Koornstra denkt dat het verlies, dat over het eerste halfjaar al 28 miljoen beloopt, dit jaar eerder 35 dan 30 miljoen gulden zal zijn. “De klad zit in de hele audiovisuele bedrijfstak”, noemt Koornstra als oorzaak van het verlies. “Er is een moordende concurrentie, waardoor opdrachten ver onder de kostprijs worden geaccepteerd. Het NOB werkt met een CAO, terwijl alle kleine, vrije jongens de kosten drukken met slechte arbeidsvoorwaarden en ondeugdelijke contracten voor het personeel.”