Kanonnen al in Zagreb te horen; "Kroatië bestaat uit Zagreb en de dertig kilometer eromheen'; Kroaten overwinnen angst en melden zich als vrijwilliger

ZAGREB, 17 OKT. Nog maar twee maanden geleden had zijn vader hem voor tweeduizend Duitse marken vrijgekocht uit het Joegoslavische leger, bang dat de zoon naar het front zou worden gestuurd in de Joegoslavische burgeroorlog. Nu vecht de zoon, als Kroatische vrijwilliger, toch in die oorlog, bij het bijna dagelijks onder mortiervuur liggende dorpje Pokupsko.

Zijn vader herinnert zich nog goed alle vliegreizen die hij deze zomer naar de Macedonische stad Skopje moest ondernemen, totdat hij een Servische officier vond die zich liet omkopen en zijn zoon voor verdere dienst liet afkeuren.

Over diens gang naar de "CRO-army' bij Pokupsko laat hij zich zeer voorzichtig uit. Hij kan zich de beslissing van zijn zoon wel voorstellen. Het gezin woont in Velika Gorica, vlakbij het vliegveld van Zagreb, waar de bewoners hun portie aan wild geschiet en angst de afgelopen weken ruimschoots hebben gehad. Zin voor relativiteit is de vader echter niet vreemd: “Kroatië is eigenlijk nog maar alleen Zagreb, en dertig kilometer eromheen”.

De gemengde gevoelens lijken typerend voor de sfeer dezer dagen in de Kroatische hoofdstad, waar jongens die in het gewone leven nog geen vlieg kwaad zouden doen, zich na gewetensonderzoek nu melden voor de Nationale Garde en naar een van de fronten vertrekken. “We moeten toch iets doen”, vindt een van hen. “De hele zomer lang was de oorlog voor ons hier in Zagreb iets wat zich ver weg, bijna in China, voltrok”. Nu de kanonnen van het front op twintig kilometer bij gunstige wind in de Kroatische hoofdstad te horen zijn, overwint menigeen zijn verlammende angst voor de toekomst en meldt zich als vrijwilliger.

Er zijn Zagrebenaren die alleen in het weekeinde vechten, en maandag weer naar hun werk gaan. Maar de economische catastrofe, waarvan de omvang de komende maanden alleen maar duidelijker kan worden, maakt dat menigeen al maanden geleden voor het laatst salaris heeft ontvangen, en van full-time dienstneming in de Garde dus geen inkomensderving hoeft te vrezen.

In de straten van Zagreb is het - wanneer er tenminste geen luchtalarm is gegeven - opvallend druk. Want bij de gewone bevolking van ongeveer 900.000 mensen heeft zich een groot aantal vluchtelingen uit de oorlogsgebieden gevoegd. Hoeveel dat er zijn houdt de overheid, die van meer precieze mededelingen kennelijk een demoraliserend effect vreest, geheim, maar het aantal vluchtelingen in Zagreb bedraagt zeker tienduizenden. Bij leegstaande toeristenhotels, studentenhuizen en andere gebouwen zie je mensen doelloos rondhangen, de stille slachtoffers van deze oorlog.

Andere slachtoffers komen in de talrijke ziekenwagens die voortdurend door de stad rijden - de zwaargewonden die niet in de kleinere plaatsen dichtbij het front behandeld kunnen worden. Ook hun aantal wordt geheim gehouden, of misschien weet de overheid ook zelf niet precies hoeveel het er zijn. Duidelijk is in ieder geval dat ook in Zagreb de ziekenhuizen zich grotendeels met de gevolgen van de oorlog bezig houden. De omvang van het aantal slachtoffers valt ook af te meten aan het feit dat in Zagreb hoe langer hoe meer mensen een dode in hun werkomgeving of kennissenkring zeggen te kennen.

Omdat de officiële media in Kroatië zich bijna alleen nog maar met grove oorlogspropaganda bezig houden, draaien de geruchtencircuits op volle toeren. Een voormalige beroepssoldaat vertelt dat bij verscheidene oud-collega's van hem is ingebroken door leden van een Kroatische militie, de HOS, die kennelijk op zoek waren naar wapens of andere aanwijzingen dat het slachtoffer mogelijk tot een "Vijfde kolonne' zou behoren. Gisteren circuleerde het bericht dat in niet nader gespecificeerde "regeringskringen' 62 personen zouden zijn gearresteerd, op verdenking van heulen met de vijand, of zelfs lidmaatschap van de KOS, de inlichtingendienst van het Joegoslavische leger.

In een grote stad als Zagreb, waar ten minste een zesde deel van de bevolking niet-Kroatisch is, leeft onder de oppervlakte veel bezorgdheid over de mogelijke effecten van nationalistisch fanatisme, aangewakkerd door de voor Kroatië tot nu toe desastreus verlopende oorlog. Maar kritiek op de oorlog blijft beperkt tot persoonlijke gesprekken, en de oude praktijk van discretie bij telefoongesprekken herleeft.

Dat achter de zorgvuldig gesloten schermen van de Kroatische politiek wel degelijk het een en ander aan de hand is, bleek gisteren uit een van regeringswege uitgevaardigd decreet dat de activiteit van politieke partijen verbiedt binnen de Kroatische strijdkrachten. Wat hier naar voren komt is vermoedelijk angst voor de eigenmacht van sommige partijgebonden milities, zoals de bovengenoemde HOS, de gewapende afdeling van de neofascistische Kroatische Partij van het Recht, en de militie van de radicaal-nationalistische Kroatische Volkspartij, die vooral bij Osijek actief is.

Over de aanstaande invoering van Kroatisch geld, Kroatische paspoorten en Kroatische rijbewijzen hoor je niemand praten. De stad gonst echter van de geruchten over de komende "oorlogseconomie' en distributie. Om benzine te kopen met je sinds vorige week bonnen aanschaffen, en bij elke aankoop van meer dan 5000 dinar moet een bewijsje over de herkomst van het geld worden overlegd. Die maatregelen hebben echter minder te maken met schaarste, dan met de vrees dat de in Slovenië voor de nieuwe "tolar' ingeruilde 18 miljard dinar nu plotseling op de Kroatische markt zullen worden gedumpt. Bij iedere aankoop in een winkel moet overigens vijf procent oorlogstoeslag worden betaald.

In de oorlogsgebieden had menigeen er de afgelopen maanden schande van gesproken dat het leven in Zagreb zijn gewone gang ging, terwijl elders in Kroatië mensen stierven. Ook nu nog is het mogelijk iemand te zien die een koffiehuis inloopt, om zijn medeburgers de les te lezen: “U zit hier maar te drinken, terwijl ik mijn huis ben uitgeschoten. Schaamt u zich niet?” Maar na vijf uur gaat alles dicht in de stad, al is de verduistering dan de afgelopen dagen alleen maar van kracht te tijde van luchtalarm. Naar verluidt leidde de voortdurende verduistering tot nogal wat criminaliteit. Maar ook nu nog voelt menigeen zich vooral 's avonds onveilig in een stad, waar wapenbezit van overheidswege van harte wordt aangemoedigd en bijna elke avond onduidelijke schietpartijen te horen zijn.

Als buitenlandse bezoeker krijg je de afgelopen tijd steeds vaker de vraag hoe dat in Nederland eigenlijk geregeld is, politiek asiel. In staakt-het-vurens lijkt iedereen het geloof te hebben verloren, evenals in de enthousiaste peptalk in de gecensureerde media, dat “het eind van de tunnel in zicht is”, omdat de hele wereld zich opmaakt Kroatië als zelfstandige staat te erkennen. Veel kinderen lijden aan bronchitis, door het regelmatig vertoeven in schuilkelders. En het zal nog wel erger worden, want wat velen kortgeleden nog zagen als een zomeroorlog van misschien één, twee maanden, blijkt van onbepaalde duur.

    • Raymond van den Boogaard